Bloggen voor beginners

Ook plannen voor een blog op de bedrijfspagina? Waar begin je? Heb je professionals nodig? Tekst2000 / B1 heeft voor iedereen die wil beginnen met bloggen de handigste tips & tricks op 1 A4-tje gezet. Gratis te downloaden. Hiermee moet het voor iedereen lukken een leuke blog te produceren. Veel schrijfplezier!


Download Blogformule

Het klaslokaal wordt onherkenbaar door deze vijf revoluties
20 Sep 2017 -
Dat digitalisering een hot topic is, weten we allang. Ook in de onderwijsbranche opent het deuren naar nieuwe werkwijzen. Deze vijf ontwikkelingen gaan ons onderwijs drastisch veranderen. 1. De digitale universiteitsbibliotheek Dat is de bibliotheek van de toekomst, aldus
dit artikel van in de Engelse krant The Guardian. Niet gek, gezien het feit dat de manier waarop studenten informatie consumeren verandert. Boeken verstoffen niet langer op de plank, leren doe je vanaf je laptop. Ook interessant: sommige universiteiten bieden nu al 24/7 toegang tot hun bibliotheken, aldus Georgina Cronin van de Universiteit van Cambridge in het artikel. 2. Robots in de klas Informaticus Andrew Ng vertelt in deze video van de Wall Street Journal hoe de opkomst en impact van Artificial Intelligence (AI) te vergelijken is met de opkomst van elektriciteit honderd jaar geleden. In alle sectoren gaat AI voor drastische veranderingen zorgen, dus ja: ook in het onderwijs. Wat dacht je bijvoorbeeld van deze robot Pepper, die je voor slechts 14.300 Engelse ponden (bijna 16.000 euro) kunt bestellen. Dan krijg je hem wél thuisgestuurd met een Academic Package erbij. Zo kun je Pepper inzetten voor research én hij herkent menselijke emoties. Fijn, als je even een studiedipje hebt en Pepper je tipt een kop koffie te drinken. 3. Studieboeken schrijven zichzelf De Nederlandse schrijver Ronald Giphart experimenteert er al mee: een boek schrijven samen met een computer. Hoe dat precies werkt lees je in dit artikel van de Volkskrant. We zijn zeer benieuwd naar het literaire eindresultaat. Hoe kan dat vorm krijgen in het onderwijs? Eerder vertelden we je al in deze blog meer over deep learning, dat in de medische wereld al van grote waarde is gebleken. Wellicht is de volgende stap dat computers, met minimale menselijke input, zelf studieboeken schrijven? 4. Studeren met een Virtual Reality-bril Dat is absoluut geen ver-van-ons-bed-show meer! Goed nieuws: de Rijks Universiteit Groningen (RUG) verdeelde onlangs 750.000 euro onder 10 verschillende e-learning-projecten die dienen ter ondersteuning van het universitair onderwijs. Denk aan VR-brillen, maar ook software voor het geautomatiseerd nakijken van opdrachten of een online-module voor het oefenen van gespreksvaardigheden. Het is de bedoeling dat binnen een jaar 14.000 studenten tijdens 70 universitaire vakken profijt gaan hebben van de diverse digitale tools. Wil je zelf aan de slag met VR in de klas? Kijk dan eens of deze Masterclass iets voor jou is. 5. Bewaar je diploma met Blockchain ‘Een diploma wil je natuurlijk zo goed mogelijk bewaren, maar je wilt het ook goed gebruiken om te bewijzen wat je waard bent.’ Theo Mensen ziet vele toepassingen voor Blockchain in het onderwijs, zo lees je in dit artikel van ScienceGuide. Wat is Blockchain? Deze techniek is ooit bedacht om fraude bij het gebruik van de internetvaluta Bitcoin tegen te gaan. Het is een technologie waarbij je decentraal informatie uit kunt wisselen, zonder een controlerende derde partij zoals een notaris. Het is bijna onmogelijk om hierbij te frauderen of gegevens te vervalsen. Sla je hier dus je diploma’s in op, dan wordt diplomaverificatie door een mogelijke nieuwe werkgever makkelijker.
Een webrubriek over de verengelsing van onze taal, hoe koel is dat?
6 Sep 2017 -
Blog, website, copywriter. In mijn dagelijks leven gebruik ik te pas en te onpas, maar niet altijd bewust, veel Engelse woorden. Dat heeft zo z’n gemakken, maar is de verengelsing van onze taal echt nodig? Daar zijn de meningen over verdeeld. In deze blog vind je een aantal serieuze en minder serieuze cases waarin de verengelsing de overhand krijgt. 1. Op de werkvloer ‘Heeft het Competence Center de benchmark en targets gehaald op basis van onze Key Performance Indicators?’ Tijdens menig vergadering – natuurlijk eerder meeting genoemd – lijkt onnodig Engels taalgebruik de standaard. Denk maar eens aan woorden als leading, commitment, back on track, copyright, en nog héél veel meer. Dan hebben we het nog niet eens over functienamen die vandaag de dag spannend klinkende Engelse varianten kennen. Tekstschrijvers zijn copywriters, verkopers Sales Managers en een financieel directeur heet Chief Financial Officer. Vaagtaal (dat zich inzet tegen woorden en uitdrukkingen die onduidelijk, dubbelzinnig, misleidend, overbodig of storend zijn) noemt
het aanstel-Amerikaans. Hun stelregel: is er een Nederlands alternatief, gebruik dat! Een fantastisch voorbeeld van heel veel aanstel-Amerikaans taalgebruik op de werkvloer is hun blog I hate Mondays, dat tevens laat zien dat een Nederlands alternatief vaak voorhanden is. 2. In advertenties T-Mobile vroeg zich dit jaar in één van hun campagnes zich af: ‘Why limit gaming tot je woonkamer?’ en ‘Why limit waar je werkt’? We snappen ‘m wel – de mogelijkheden van het internet via T-Mobile zijn blijkbaar eindeloos – maar echt lekker leest het niet. Ach, misschien bleek de Nederlandse variant van de internationale Why limit-campagne minder pakkend te zijn. En wat dacht je van een lekkere treatmentbehandeling van de plaatselijke kapper? De Facebook-pagina Onnodig Engels taalgebruik verzamelt dagelijks meer fantastische voorbeelden waarin bedrijven behoorlijk de Engelse plank misslaan. 3. In het onderwijs Veel opleidingen in Nederland hebben Engels ingevoerd als voertaal. Met name masteropleidingen worden in het Engels gegeven. Zo hopen onderwijsinstellingen buitenlandse studenten te trekken – en die leveren meer collegegeld op. Tevens wordt het gezien als goede voorbereiding op het werkveld dat zich net als de onderwijsinstellingen steeds verder internationaliseert. Een paar cijfers: 69 procent van de masteropleidingen op Nederlandse universiteiten is tegenwoordig geheel Engelstalig. Van de economiemasters is dat zelfs 88 procent, bij gedrag en maatschappij twee op drie. Technische masters zijn bijna voor 100 procent in het Engels. En hoe handig ook voor later op de wereldwijde arbeidsmarkt, over deze internationalisering is niet iedereen even enthousiast, zo lees je in dit NRC-artikel. 4. Op sociale media Dan zijn er nog de bekende Engelse afkortingen waar je over struikelt op sociale media zoals #TGIF (Thanks God It’s Friday) en #YOLO (You Only Live Once). Laten we eerlijk zijn: de populaire Engelstalige hashtag als #TGIF levert natuurlijk meer likes op dan #gelukkighetisvrijdag. Want heb je een openbaar profiel op bijvoorbeeld Instagram, dan zullen volgers van over de hele wereld je vinden. Het zoekverkeer op Instagram is nou eenmaal groter in het Engels dan het Nederlands, oftewel: deze search tool zorgt voor een hogere engagement. En het #-tekentje voor al die afkortingen noemen we natuurlijk ook geen hekje, maar een hashtag. Waarom? Tja, het klinkt toch wat cooler (ah, daar gaan we weer!) en het zit inmiddels enorm ingebakken in ons taalgebruik op sociale media. 5. Op het Eurovisie Song Festival Anders dan misschien gedacht, is het onnodig Engels taalgebruik allerminst een trend van de laatste jaren. Al in 1999 startte het meldpunt onnodig Engels taalgebruik. Na hun oprichting kreeg de stichting veel aandacht in de media, nadat het Eurovisie Songfestival de vrije taalregel weer had ingevoerd en Nederland een Engelstalig liedje inzond (Marlayne Sahupala zong ‘One good reason’). Dat veranderde de sfeer van het ooit zo folkloristische zangfestijn, waarbij je eerder van 95 procent van de liedjes geen idee had waar ze over gingen. Volgens Jan Roukes van de Stichting Nederlands is dit slechts één van de talloze voorbeelden van de verengelsing van onze samenleving. Volgens Roukes bevat onze taal inmiddels 7000 overbodige Engelse woorden. Aftersun moeten we ‘nazonmiddel’ noemen, updaten is actualiseren en e-mail kan ook gewoon netpost heten. Maar als je dit zo leest, valt het mij toch op hoe die verengelsing is vernederlandst. Snap je het nog? Wat vind jij, is het Engelse taalgebruik interessant en een waardevolle toevoeging aan onze Nederlandse taal, of vind je het irritant? Let me know! Ook leuk om te lezen:
  • Ook al doen mensen nog zo hun best, steenkolen Engels zoals ‘make that the cat wise’ blijft fijn voer voor lachbuien. 18 hilarische, foute voorbeelden vind je in dit lijstje van Upcoming.
  • Kom je niet op het Nederlandse woord voor crowdfunding? De site vindpunt.nl geeft ruim 15.000 Nederlandse vervangers van ruim 7000 Engelse leenwoorden.
Acht tips voor een spetterend schooljaar
22 Aug 2017 -
Kleintjes kunnen niet wachten vriendjes weer te zien, leraren kijken na zo’n heerlijk lange vakantie misschien een beetje op tegen het nieuwe schooljaar. Deze acht tips (apps! Online shops! De beste planners!) helpen kids, ouders én leraren om goed voorbereid aan de startblokken van het nieuwe schooljaar te staan. 1. Ga naar de nieuwe (online) V&D Schoolcampus Lege schriften, frisse notitieboeken, volle pennen, gezellig kaftpapier, handige labels: niets leukers dan nieuwe spullen inslaan aan de vooravond van het nieuwe schooljaar. Waar velen vroeger de hele schoolcampus van de V&D leegkochten (oh, de nostalgie!), is deze winkelketen helaas failliet. Maar niet getreurd! V&D Concepthouse
heeft de handen ineengeslagen met Albert Heijn. In de grootste filialen van de supermarktketen en online vind je een groot assortiment benodigdheden voor het nieuwe schooljaar. Onder meer de onmisbare basics zoals een rekenmachine en geodriehoek, maar ook snelle tussendoortjes sla je hier in. 2. Koop een stevige schooltas Heb je alle schoolaccessoires ingeslagen, dan is een goede rugzak of tas voor scholieren, studenten én leraren onmisbaar. Online kun je het aanbod goed vergelijken. Hieronder linken we een paar handige webshops met stevige schooltassen voor ieder budget: · Bol.com · Zalando · HEMA · de Bijenkorf · Wehkamp 3. Plan belangrijke schoolafspraken tijdig in Ouderavonden, speelafspraakjes, spreekbeurten, voorleesmiddagen, schooltoneel, overblijfdagen, studiedagen. Ben je het overzicht nu al kwijt? Voor zowel scholieren, leraren als ouders is het handig om nog vóór de eerste schooldag alle belangrijke data in de (gezamenlijke) agenda te noteren. Zo houd je overzicht en weet je zeker dat je geen belangrijke evenementen mist. Dat doe je in een handige app op je smartphone (kijk hier voor vijf handige agenda-apps voor Android en hier voor iPhone en iPad) of gewoon old school in een mooie, papieren agenda of leuk geïllustreerde familiekalender. 4. Download deze handige hulp voor schoolwerk Nog zo’n handige app is Evernote. Een geweldige app voor het maken van to-do-lijsten, het bewaren van notities (zowel geschreven als ingesproken met de voice recorder), het maken van boodschappenlijstjes en zoveel meer. Leraren kunnen er bijvoorbeeld ook per leerling aantekeningen en foto’s van projecten of nakijkwerk in opslaan – en deze delen met collega’s. Ook onmisbaar voor wie orde wil scheppen in z’n school- en huiswerk! 5. Probeer eens een analoog bullet journal Het gebruik van een bullet journal is een hype overgevlogen uit Amerika. Wat is het? Een bullet journal is als het ware de papieren variant van apps zoals Evernote en brengt structuur aan in jouw to-do-lijsten, brainstorm ideeën, dagelijkse activiteiten en wensenlijstjes voor de toekomst. Zie het als een agenda, planner en creatief notitieboek in één dat je helpt om productiever te zijn tijdens het schooljaar. Bekijk deze video voor meer uitleg en kijk hier eens voor een mooi exemplaar. 6. Koop een plantje voor in de klas Meestal worden leraren aan het einde van het schooljaar overladen met presentjes om ze te bedanken voor het harde werken. Maar om de (voor velen soms toch zware) start van het schooljaar wat op te vrolijken, koop je nu al iets heel kleins voor de nieuwe juf, meester of je collega’s op school. Koop bijvoorbeeld een kleine plant voor in het klaslokaal. Bewezen goed voor de creativiteit, CO2-reductie en concentratie van leerlingen! 7. Bereid kleine scholiertjes goed voor op de eerste schooldag Kinderen kunnen soms knap zenuwachtig zijn voor hun eerste schooldag. Misschien gaan ze naar een nieuwe school of een andere klas. Drie tips die helpen de kinderen enthousiast te krijgen voor het nieuwe schooljaar: 1. Praat over de leuke dingen die in de eerste schoolweek gaan plaatsvinden. Dit wordt je leuke juf, je ziet je vriendjes weer, etc. Zo kan de kleine zich alvast verheugen op dat wat komen gaat! 2. Maak de start van het schooljaar extra leuk. Koop samen een nieuwe lunchtrommel of andere benodigdheden en leg alvast een (nieuwe) outfit klaar voor de eerste schooldag. 3. Laat het vakantieritme los en plan de dagen voor de eerste schooldag rondom het vaste schoolritme. Dus: op tijd naar bed en niet te lang uitslapen. Zo wen je (allemaal) alvast aan het nieuwe ritme. 8. Verheug je op de volgende vakantie Tja, je kunt je nog zo goed voorbereiden op het nieuwe schooljaar, uitkijken naar de eerstvolgende vakantie is menselijk. Bekijk op de site van de Rijksoverheid alle vakanties per regio voor het schooljaar 2017/2018. En die noteer je natuurlijk meteen in Evernote, je nieuwe agenda, familiekalender of bullet journal.
Mag het een miljoentje meer zijn?
8 Aug 2017 -
Overheden zien het belang van investeren in kennis, maar er zijn ook bijzonder nobele private initiatieven die zich inzetten voor verbetering van onderwijs. Bijna iedereen kent Facebook-oprichter Mark Zuckerberg, die met zijn vrouw Priscilla Chan 120 miljoen dollar gaf aan openbare scholen in San Francisco. Maar zo zijn er meer. In dit blog vind je zes inspirerende voorbeelden van mensen en organisaties die zich in Utrecht én daarbuiten op bijzondere wijze inzetten voor beter onderwijs. Worden we blij van! 100 miljoen dollar investeerde Reed Hastings, oprichter van Netflix,
volgens Fortune in zijn filantropisch fonds dat zich inzet voor uitzonderlijke onderwijsinitiatieven. De eerste 1,5 miljoen dollar ging vorig jaar naar United Negro College Fund (UNCF) en de Hispanic Foundation of Silicon Valley. 27 universiteiten zijn genomineerd voor de Global Teaching Excellence Award 2017, een nieuwe prijs ingesteld door de Britse Higher Education Academy voor universiteiten die een instellingsstrategie hebben die leidt tot onderwijs van wereldformaat. Leuk: de Universiteit Utrecht is als enige Nederlandse universiteit genomineerd! 10 miljoen dollar kun je verdienen als je een briljant software-idee bedenkt dat kinderen in ontwikkelingslanden helpt leren lezen en schrijven en hiermee de Global Learning XPRIZE wint. Elf teams zijn nog in de running! Win je de finale niet? De laatste vijf ‘verliezende’ teams krijgen alsnog een miljoen dollar prijzengeld. 42 Education (bestaande uit drie twintigers) was het enige Nederlandse team dat meedeed aan deze bijzondere wedstrijd, maar wist helaas niet ver te komen. 21.527 nieuwe studenten kozen in het studiejaar 2016/2017 voor universitaire bètatechnische studies. Hiermee stijgt het aandeel bètatechnische studenten binnen het totaal aantal studenten in het WO naar 36 procent. Dat staat in het voortgangsrapport 2017 van Techniekpact. Het Techniekpact heeft sinds 2013 als doel om de aansluiting van het onderwijs op de bedrijfsmarkt in de technieksector te verbeteren. Dat doen ze aan de hand van twaalf doelen. En dat is hard nodig, want er dreigt een groot tekort aan technisch personeel! 150 contentprofessionals van Tekst 2000 / B1 zetten zich dagelijks in om op tijd verschillende contenttrajecten voor klanten in de onderwijssector als Sdu en Cito op te leveren. Dan gaat het bijvoorbeeld om werkzaamheden rondom e-learning, digitale leeromgevingen, dtp, communicatie, technisch tekenwerk, redactie en opmaak. Dat doet het Utrechtse bedrijf trouwens al meer dan 25 jaar! 3,8 miljard euro wil D66 investeren in het Nederlandse onderwijs, zo lezen we in Keuzes in Kaart, de CPB-analyse van 11 verkiezingsprogramma’s. Dat is het meest van alle partijen, GroenLinks volgt met 2,8 miljard euro. Sowieso goed nieuws: alle partijen in de Tweede Kamer willen tussen 2018-2021 meer geld uitgeven aan onderwijs. De een wat meer miljoenen dan de ander. Nu maar hopen dat die formatie eens een keer van de grond komt…
Hoe gebruik je Instagram in het onderwijs?
26 Jul 2017 -
Ook onderwijsinstellingen zetten social media in om ouders en (potentiële) leerlingen te bereiken. En vooral: om persoonlijk in contact te staan met studenten. In deze blog zoomen we in hoe je Instagram kunt inzetten in het onderwijs. Ben je nog totaal onbekend met deze app? Lees dan eerst
dit artikel van Radar dat antwoord geeft op de vraag: wat is Instagram en wat kan ik ermee? Waarom als school op Instagram Allereerst is het goed om te kijken waarom je op Instagram aanwezig zou moeten zijn. In deze video legt social media coach Kirsten Jassies uit dat je via Instagram – net als met andere social media – in gesprek kunt met leerlingen, in plaats van dat leerlingen enkel over je praten. Interactie met studenten Ook kun je zien wat er speelt op jouw onderwijsinstelling, interactie creëren met studenten, in contact komen met potentiële leerlingen en zowel de directie als leraren toegankelijker maken. Daarnaast betrek je leerlingen met Instagram op persoonlijke wijze bij het onderwijs dat ze volgen. Zo vraagt de Hogeschool van Amsterdam hun leerlingen foto’s te delen met de hashtags #ikendehva en #creatingtomorrow. Laat de studenten het doen Een leuke en persoonlijke toepassing van Instagram in het onderwijs is een zogenoemde student take-over, waarbij studenten het Instagram-account beheren van een studie, vakgroep of onderwijsinstelling. Iedere dag of een week lang post de student verschillende foto’s die het studieleven goed – en vooral: op een persoonlijke wijze – vastleggen. Een goed voorbeeld zijn de student take-overs van Design Academy Eindhoven, een account dat bijna 30.000 volgers heeft! Feiten en cijfers Wat is een goede tijd om te posten? Moet ik ook video’s plaatsen? Ach, waarom zou je het wiel opnieuw uitvinden. In dit artikel van Frankwatching lees je belangrijke lessons learned uit het onderzoek naar activiteiten van het hoger onderwijs in Nederland op Instagram, dat OBI4wan en NosCura eerder dit jaar deden. In het hele onderzoeksrapport lees je onder meer hoe vaak andere hogescholen en universiteiten commenten, liken en posten. Wist je bijvoorbeeld dat hbo’s meer video’s plaatsen dan universiteiten, en dat universiteiten weer meer reacties plaatsen dan hbo-instellingen? Laat je inspireren – en pas technieken en strategieën vervolgens op eigen, unieke wijze toe. Leraren geven het voorbeeld Behoor je niet tot het communicatieteam van jouw onderwijsinstelling? Ook als (hoog)leraar kun je Instagram op persoonlijke wijze inzetten. Bijvoorbeeld door een bijzonder goed geslaagd project te posten, een gekke selfie te maken tijdens colleges (taggen maar!) of een unieke hashtag in het leven te roepen om meer interactie te creëren met studenten. Kijk maar eens hoeveel moois je vindt met de #utrechtuniversity. Instagram in de klas Combineer theorie met de praktijk door real life Instagram-foto’s van bijzondere plekken op de wereld te integreren in de aardrijkskundeles. Jeugdige leerlingen activeer je door een fotoproject op te zetten en je kunt zelfs de presentielijst vervangen door studenten een mooie selfie te laten maken en te posten op Instagram. Klaar om te posten Hebben we jouw interesse gewekt, en ben je klaar om aan de slag te gaan? Maar weet je eigenlijk niet zo goed hoe je zo’n project aanvliegt? Hier vind je een kort stappenplan hoe je Instagram opzet op school. Meer verdieping Lees ook de blogs die wij eerder schreven over het gebruik van social media en nieuwe technologieën binnen de muren van het klaslokaal:
Hoe je je nieuwe collega’s voortaan sneller en beter inwerkt
18 Jul 2017 -
Een vraaggesprek met Walmar Aardema van Bureau Drop over de nieuwe online tool Uptospeed. Walmar Aardema weet hoe je mensen nieuwe dingen leert en vooral: hoe je zoiets het beste aanpakt op de werkvloer. Aardema is learning & development strateeg bij
Bureau Drop, een HR-organisatie uit Utrecht, de stad waar ook Tekst 2000 / B1 is gevestigd. Voor verschillende projecten heeft Tekst 2000 / B1 het afgelopen jaar een e-learningontwikkelaar geleverd aan Bureau Drop. Nu ligt er een nieuwe online tool klaar om nieuwe collega’s sneller en beter in te werken, zonder vooraf grote investeringen te hoeven doen qua tijd en geld. De naam: Uptospeed. We praten bij met Aardema. Goede ideeën passen op een bierviltje en zijn vaak bedacht tijdens momenten dat je niet bewust met je werk bezig bent. Hoe is Uptospeed ontstaan? ‘Het begon allemaal tijdens een lange boswandeling. We zien dat veel organisaties het lastig vinden om nieuwe collega’s goed in te werken. Vaak wordt er veel informatie over de schutting gegooid in de hoop dat het landt bij de nieuwe collega. Met de online tool Uptospeed draaien we het om: we zenden geen informatie, maar we geven handvatten in de vorm van opdrachten waarmee hij of zij zélf op zoek gaat. We zien dat deelnemers er plezier aan hebben. Het mag geen verrassing zijn dat dit veel beter werkt dan overladen worden met stapels papier met instructies of juist helemaal geen instructies te krijgen.’ Concreet, hoe ziet het eruit als ik als nieuwe collega met Uptospeed aan de slag ga? ‘Wij laten je actief op zoek gaan naar relevante antwoorden en connecties. We zenden dus niet zoals bij andere inwerkprogramma’s. We hebben een set van twaalf uitgebreide opdrachten bedacht die de basis vormen van iedere gedegen onboarding, zoals dat in vaktermen heet. Dat zijn opdrachten met als thema’s de missie van het bedrijf, het dagelijks werk en bijvoorbeeld geld. Een organisatie kan je aanmelden op ons platform en koppelen aan een mentor, meestal een collega. De mentor ziet de voortgang. Je bent er ongeveer één tot twee uur per dag mee bezig gedurende een maand. Het traject wordt afgesloten met een presentatie en verbetervoorstel.’ Voor wie is deze nieuwe tool bedoeld? ‘We richten ons niet op specifieke sectoren, maar we zien wel dat Uptospeed vooral geschikt is voor functies in een kennisintensieve omgeving. We hebben ervaring met projectmanagers, salesafdelingen, engineers, kwaliteitsmedewerkers en IT’ers.’ Hoe ziet de toekomst van Uptospeed eruit wat jou betreft? ‘Ik geloof in het product. We hopen dat veel organisaties er voordeel uithalen en dat het inwerken van nieuwe collega’s voor iedereen leuker en succesvoller wordt. We rekenen een vast bedrag per deelnemer, dus je komt als organisatie niet voor onverwachte kosten te staan. En het mooie is dat Uptospeed weinig voorbereiding kost en ook niet ingewikkeld is qua implementatie. Een win-winsituatie. Op dit moment zijn we bezig met een pilot met de eerste deelnemers. We zoeken altijd bedrijven die willen meedoen.’ Wil je meer informatie of wil je je aanmelden voor de pilot van Uptospeed? Ga dan naar de site.
Franse woordjes leren? Pourquoi? Ik heb Google Translate
11 Jul 2017 -
Door digitalisering verandert onze industriële samenleving naar een informatie- en kennismaatschappij. Mensenwerk maakt plaats voor machines en het gebruik van computers is (bijna) overal de standaard. Bereiden we kinderen wel goed voor op de vaardigheden die daarbij komen kijken? Wat zijn 21e eeuwse vaardigheden? Dat zijn vaardigheden die als onmisbaar worden gezien om succesvol te functioneren in de huidige maatschappij. Met de groeiende online en mobiele wereld waarin wij leven, veranderen logischerwijs ook deze vaardigheden die we onze kinderen al van jongs af aan moeten aanleren. Krijgen we straks een practicum Vloggen op het curriculum? Of hoogleraren Instagram? Invloed op het onderwijs Dat is wat overdreven gezegd natuurlijk. Maar wel rijst de vraag: welke invloed heeft deze verschuiving van gevraagde vaardigheden op het onderwijs? Want data, formules of Franse woordjes uit je hoofd leren is toch ouderwets, als je met één zoekopdracht aan Google het antwoord of de vertaling te weten komt? 11 competenties voor de toekomst Welke kennis en kunde bereiden de jeugd dan wél goed voor op de toekomst? Het Nationaal Expertisecentrum Leerplanontwikkeling (SLO) en Kennisnet stelden daarvoor de volgende 11 competenties op:
Meer verdieping
  • Waarom juist deze competenties belangrijk zijn in het latere leven van kinderen? In deze interviews geven 11 experts toelichting.
  • Ook de Open Universiteit deed onderzoek naar de wetenschappelijke onderbouwing van 21e eeuwse vaardigheden. Lees hierover 17 vragen en antwoorden.
  • Welke beroepen passen bij de competenties nieuwe stijl? Collega-blogger Frank Kool geeft praktische beroepsuggesties in zijn blog.
Onderwijs loopt achter Jammer genoeg blijkt het lastig om deze competenties vorm te geven in interessante leerkaders. In 2014 deed het SLO onderzoek naar de integratie van 21e eeuwse vaardigheden in het basisonderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs. ‘Weinig doelgericht’, ‘beperkte aandacht’ en ‘weinig substantieel en systematisch’ zijn enkele kernwoorden die dit onderzoeksresultaat samenvatten. SLO en Kennisnet werken daarom hard aan verdere concretisering van de verschillende disciplines. Maar er is ook goed nieuws Enkele weken geleden lanceerde NEMO de lesmethode Maakkunde voor groep 1 tot en met 8 van het primair onderwijs. In tien thematische modules vol uitdagingen leren leerlingen oplossingen bedenken middels creativiteit en samenwerking. Leraren kunnen trainingen volgen op het gebied van ontwerpend en onderzoekend leren om hun leerlingen daarin te begeleiden. Een goede voorbereiding dus op die moderne skills. Zelf aan de slag met 21e eeuwse vaardigheden?
  • Download gratis instructies voor korte activiteiten in de klas uit de Maakkunde-lesmethode.
  • Actief in het onderwijs en benieuwd of jij de 21e eeuwse vaardigheden al (goed) integreert in je lespakket? Doe de Quickscan van SLO die sterke en zwakke punten in het curriculum signaleert.
  • Oefenen in de klas of thuis met programmeren doe je met deze acht praktische programmeerprogramma’s voor kinderen die ik in deze blog tip.
Deep learning maakt computer echt slim
20 Jun 2017 -
Robots die praten vinden we tegenwoordig al heel normaal. Maar ben je al bekend met deep learning? In dit blog vertellen we je aan de hand van acht vragen wat deep learning is én wat jij er aan kunt hebben. 1. Wat is deep learning? Deep learning is een vorm van kunstmatige intelligentie, waarin wetenschappers computers vaardigheden leren als lezen, schrijven, componeren of zelfs medische foto’s beoordelen als een arts. Dit doen computers op basis van het herkennen van patronen en structuren in bijvoorbeeld data of afbeeldingen. 2. Waarom is deep learning zo bijzonder? Het deep learning-algoritme is erg bijzonder, omdat de computer aan die afbeeldingen en data een betekenis of interpretatie kan geven. Hij analyseert niet alleen bepaalde elementen van een foto, maar ook de context ervan. 3. Betekent deep learning dat computers net als mensen kunnen denken en leren? Het idee achter deep learning is inderdaad dat systemen kunnen leren van de enorme hoeveelheden data die ze gevoerd krijgen. Die moet een mens natuurlijk wel invoeren. Maar het principe is inderdaad te vergelijken met ons eigen brein! Een simpel voorbeeld: analyseert een computer honderden pagina’s bladmuziek, dan zou hij in staat moeten zijn om op basis daarvan zelf een nieuw muziekstuk te schrijven. Deep learning geeft een computer dus menselijke eigenschappen. 4. Waar wordt deep learning voor ingezet? Nou, bijvoorbeeld door Google: het zoekalgoritme is ook een ‘levend’ algoritme. Maar ook Netflix gebruikt het om te voorspellen welke films of series jij interessant vindt. Bol.com doet hetzelfde, maar geeft je suggesties voor nieuwe aankopen. Facebook
herkent gezichten van jouw vrienden op foto’s die je op het sociale mediakanaal zet. Allemaal dus op basis van verzamelde data waarin de computer patronen heeft herkend. 5. Wat is het belang van deep learning? Deep learning is misschien niet iets dat je nu in je dagelijks leven inzet, maar bijvoorbeeld in de medische wereld worden er belangrijke experimenten mee gedaan. Zo kan een computer door middel van deep learning foto’s van huidkanker analyseren. Specialisten van Stanford hebben dit getest met maar liefst 130.000 afbeeldingen. En uit die analyse kwam voort dat de computer huidkanker in een vroeg stadium kan herkennen. De app Skinvision werkt al een beetje zo. Deep learning is dus van grote waarde in de medische wereld. 6. Doen we in Nederland ook iets met deep learning? Nederland staat internationaal op de kaart als topspeler op het gebied van data science. Nederlandse bedrijven als Booking.com, Coolblue en TomTom zetten al jaren het analyseren van grote hoeveelheden data in. Onlangs openden de Universiteit van Amsterdam (UvA) en Bosch een nieuw lab op het Amsterdamse Science Park, waarin de twee partijen samen onderzoek doen naar deep learning. De onderzoekers gaan mathematische modellen en algoritmen ontwikkelen waarmee machines kunnen leren van informatie en ervaring. 7. Wat zijn toekomstige toepassingen van deep learning? "Met deep learning kun je verborgen verbanden ontdekken in data en voorspellingen doen aan de hand van data,’" vat UvA-hoogleraar Max Welling de mogelijkheden samen. "De toepassingen zijn legio. Denk bijvoorbeeld aan volautomatische auto’s, robotica en smart homes." 8. Neemt een computer straks mijn werk over? Eigenlijk zou je kunnen stellen dat computers door deep learning veel taken over kunnen nemen van mensen. Dat kan natuurlijk een grote impact hebben op de arbeidsmarkt. Maar zo’n vaart loopt het nu nog niet. Welke toepassingen er allemaal bedacht gaan worden op dit gebied is lastig te voorspellen. Of zou een computer door middel van deep learning het antwoord al weten? Meer lezen en zien over deep learning? Wil je meer weten over deep learning? Hieronder een paar tips voor handige artikelen en video’s.
  • 4 opmerkelijke feiten over deep learning op Frankwatching.com.
  • Wat gebeurt er als we een computer leren leren? Technoloog Jeremy Howard bespreekt in deze TedX-talk nieuwe ontwikkelingen over het snel evoluerende gebied van deep learning.
  • Dit artikel legt nog meer uit over deep learning toepassingen, maar ook de gevaren die het met zich mee brengt. Want tot hoe ver moeten we machines voor zichzelf laten denken? Killer robots zijn toch echt een heel eng idee.
Digimoe? Verveling helpt
7 Jun 2017 -
Constante Whatsapp-meldingen. Nieuwe e-mails die blijven binnenstromen op je tablet. En ’s avonds op de bank een serie kijken op je laptop. Ons dagelijks leven functioneert bijna niet meer zonder mobiele apparaten. Sta jij nog wel eens uit? Op ons blog informeren we je er maar al te vaak over. Digitalisering, in het onderwijs en in ons privéleven, is de toekomst. Volgens experts moeten we onze kinderen zelfs op jonge leeftijd
interesseren voor skills als coderen. Alleen zo gaan we het tekort aan IT-personeel in de toekomst oplossen. Bittere noodzaak dus, het gebruiken en daardoor begrijpen van mobiele apparaten en digitale leermiddelen. Digitale prikkels Maar eerlijk is eerlijk: jij bent die constante beeldschermprikkels toch ook wel eens zat? Ik wel. Daarom leg ik mijn telefoon bewust niet op het nachtkastje, maar buiten handbereik. Om mij heen merk ik dat iedereen een beetje digimoe is. Dus voel ik me steeds minder schuldig als ik mijn werkmail niet om 22.00 uur, maar de volgende ochtend beantwoord. Zeven dagen zonder Daarom vind ik de actie van radio-dj Domien Verschuuren ook zo goed. Zeven dagen zonder mobiel leven zet misschien geen enorme zoden aan de dijk. Maar het helpt je wel de verslavende werking van apparaten beseffen. In Superverslavend geeft sociaal psycholoog Adam Alter ons daarom een belangrijke boodschap mee: laat technologie niet ons leven domineren. In Trouw deelde hij opmerkelijke feiten:
  • 60 procent van de volwassenen tussen de 18 en 64 jaar slaapt met zijn telefoon naast zich;
  • Meer dan 40 procent van de Amerikanen lijdt aan een of meerder digitale verslavingen;
  • Het blauwe licht van digitale apparaten remt de productie van melatonine af, waardoor je minder goed slaapt;
  • Bij iemand die overmatig op internet zit, neemt zijn of haar vermogen om zich in te leven in een ander af;
  • Zowel ons geheugen en concentratie als ons vermogen om creatief te zijn en diep na te denken lijden onder onze online obsessie;
  • En: we weten niet meer hoe we ons moeten vervelen.
Overtuigd dat het allemaal wel een tandje minder online en meer offline mag? Offline is de nieuwe luxe Artikelen over waarom offline zijn de nieuwe luxe is, daar lopen het internet en de damesbladen van over (hier nog een!). Ik ging daarom op zoek naar enkele verrassende hulpmiddelen die jou  helpen om af en toe - zonder schuldgevoel - de apparaten even te laten voor wat ze zijn.
  1.  Lees het boek Is daar iemand? van NRC-journalist Wouter van Noort, over hoe de smartphone ons leven beheerst.
  2. De app Checky houdt bij hoe vaak jij op je telefoon kijkt. Zo word je meer bewust van je (veelal onnodige) smartphonehandelingen. Confronterend!
  3. Tijd voor drastische maatregelen? Boek een digitale detox, in de vorm van een spadag of complete offline vakantie. Digital marketing guru Tania Mulry vertelt erover in deze TedX-talk.
  4. Ook thuis kun je aan de slag. Techblogger Nina geeft handige tips in deze videotutorial: digitaal detoxen doe je zo.
  5. Ontgif je brein met een digitaal dieet, waarbij het lezen van The Digital Diet al een eerste grote stap in de goede richting is.
  6. Vakantieplannen? Ga naar Parijs. In het luxe 5-sterren Westin-hotel moet je je mobieltje inleveren bij aankomst. In de spa heb je hem toch niet nodig!
Wist je dat Apple’s Steve Jobs, toch een groot aanstichter van het leed dat smartphoneverslaving heet, zijn kroost verbood een iPad te gebruiken? Dus sluit nu maar snel dit scherm en verveel je even. Al is het maar voor vijf minuten. En daarna ga je met bovenstaande tips aan de slag.
Als een kind je snapt, ben je echt goed
23 Mei 2017 -
Een tegeltjeswijsheid die heel herkenbaar is: ‘Van kinderen kan je veel leren. Hoeveel geduld je hebt, bijvoorbeeld.’ Dit geldt thuis net zo goed als in het klaslokaal. Lesgeven is namelijk geen eenrichtingsverkeer. Terwijl de leerlingen middels aandachtig luisteren of meedoen kennis en vaardigheden opdoen, is het ook de leerkracht die zich de fijne kneepjes van het vak eigen maakt. Dat een volwassen persoon de nodige aardrijkskundige kennis heeft om groep 6 iets bij te brengen over de waterkringloop, daar zal niemand van opkijken. Maar wat te denken van het vermogen dit op zo’n manier te vertellen dat kinderen niet al na de eerste zin afhaken? Een leerkracht moet daarbij minimaal een stuk of twintig kinderen/pubers tegelijkertijd in de gaten houden, en dat meerdere uren achter elkaar. Leerkrachten hebben het vermogen om het hoofd koel te houden als hun autoriteit wordt uitgedaagd. Ze weten ook wanneer ze streng moeten zijn of wanneer het tijd is de teugels te laten vieren. Gedurende het schooljaar kan het ook de leraar zijn die kleine veranderingen in gedrag signaleert bij de kinderen, iets wat op problemen thuis of elders kan wijzen. Afijn, u snapt het: er komt haast geen einde aan de lijst. Alle kennis die je in je hebt is weinig waard als je didactische vaardigheden tekort schieten. Maar wat betekent het om goed les te kunnen geven? De Volkskrant boog zich over hetzelfde vraagstuk en ging daarom
te rade bij een aantal experts. Die vatten het als volgt samen:
  • ,,IQ, EQ, en accu,’’ beweert Eric van ’t Zelfde stellig. Intelligentie om kennis op te doen, empathie om het over te kunnen geven, en uithoudingsvermogen om het loodzware beroep dat leraar is decennialang vol te houden.
  • ,,Flexibiliteit,’’ zegt Ilja Klink. Je moet kunnen omgaan met onverwachte, heftige gebeurtenissen. Stug doorgaan met lesgeven is niet altijd een optie.
  • ,,Stevig in je schoenen staan,’’ is wat Jessica Geldof ons meegeeft. Nuchter blijven als er chaos heerst.
  • ,,Probeer het kind van de buren eens iets uit te leggen,’’ is het advies van Theo Wubbels. Als je geen klik hebt en het kind na je uitleg niets wijzer is geworden, dan mis je misschien dat ene stukje je-ne-sais-quoi wat een echte leraar in zich heeft.
Dat laatste is wellicht het beste en leukste advies wat je iemand mee kan geven. Wilt u weten hoe goed u ergens echt in bent? Leg het uit aan een kind, u komt er snel genoeg achter. Het kan zomaar een leerzame ervaring zijn.  
Praat eens met een chatbot op je smartwatch
8 Mei 2017 -
Wearables, chatbots en voice search. Geen idee waar ik het over heb? Dan is deze blog voor jou. Ik leg je graag uit wat deze nieuwe technieken zijn én hoe jij ze toe kunt passen in de (online) content strategie van jouw bedrijf. Content horen en zien met wearables Smartwatches zoals de Apple Watch en Virtual Reality-brillen (VR) zijn voorbeelden van wearables die je meer en meer ziet. Je draagt deze mobiele apparaten op je lichaam en beleeft luisteren en lezen op een hele nieuwe manier. Zo bel je met je horloge en begeef je je tussen de apen in een jungle met je VR-bril. Wat betekent dat voor jouw bedrijfscontent? Lange blogs en artikelen zijn op deze wearables niet prettig te lezen, terwijl video en audio in deze beleving wel een grote rol spelen. Waarom niet eens
een podcast opnemen waarin je jouw kennis en ervaringen deelt met klanten, in plaats van een lang LinkedIn-artikel schrijven? Ook bijzonder: toekomstige projecten kun je met een VR-bril letterlijk tot leven brengen. Zo giet bouwbedrijf Dura Vermeer enkele van zijn nieuwe panden in een speciale format voor deze toepassing, waardoor opdrachtgevers en nieuwe bewoners hun toekomstige werkplek of huis in 360 graden kunnen beleven. Kom in contact met klanten via chatbots Een chatbot kun je zien als geautomatiseerde gesprekspartner, die jouw klanten helpt de juiste informatie te vergaren. Oftewel: Klantenservice Nieuwe Stijl! (Potentiële) klanten stellen hun vragen via een chatprogramma, waarna het geautomatiseerde systeem antwoord geeft op basis van zoektermen of tags. Facebook Messenger laat ook bots toe op hun platform, waardoor het voor jou als bedrijf mogelijk is om deze service via Facebook te laten verlopen. Handig, want grote kans dat jouw klanten lid zijn van dit social media platform. Zo hoeven zij geen apps te downloaden en krijgen zij met weinig moeite antwoord op hun vragen. Kijk ter inspiratie eens naar deze video van de Facebook Messengerbot van KLM. Ook kun je een chatbot toevoegen aan jouw website, zodat jouw klantcommunicatie ook na werktijd 24/7 door kan gaan. Ellenlange FAQ’s of telefonische wachtrijen zijn dan al snel verleden tijd. Bekijk hier een lijstje van Marketingfacts met 10 handige chatbots voor ondernemers en marketeers. Pas je SEO aan op voice search Heb je Apple’s Siri al wel eens gevraagd of ze kan beatboxen? Je krijgt in gezelschap er de lachers mee op je hand. De vragen die je Siri stelt noem je voice search. Met je stem geef je immers opdrachten, stel je vragen en zoek je antwoorden via een mobiel apparaat. Hoe activeer je Siri? Heel simpel: houd de homeknop van je iPhone of iPad ingedrukt of zeg ‘Siri tegen je Apple Watch of de nieuwste iPhones. Apple is overigens niet de enige speler in de opmars van voice search. Ook Google, Facebook, Microsoft en Amazon maken gebruik van spraakassistenten. De zoekopdrachten die je een digitale voice assistent geeft, hebben een andere zinsopbouw dan de zoekopdrachten die je online intikt in Google. Waar je in de zoekmachine enkel de woorden Siri en beatboxen in zou vullen, vraag je aan Siri langere en natuurlijke zinnen als: Siri, kun je voor mij beatboxen? Dat heeft invloed op jouw SEO, oftewel de zoekmachineoptimalisatie die je inzet voor jouw website. In dit artikel van Frankwatching lees je hier meer over. En vond je dat beatboxen leuk? Hier vind je nog 30 grappige antwoorden van Siri.  
Met spelen kom je verder
2 Mei 2017 -
‘In every job that must be done, there is an element of fun’, leerde de magische supernanny Mary Poppins ons. Als je dat element hebt ontdekt, kan alles een spelletje worden. Zo veranderen de meest saaie klussen in iets leuks: ‘Every task you undertake, becomes a piece of cake’, zingt ze in A Spoonful of Sugar. Het beschrijft het idee achter ‘gamification’ in een notendop: het verrijken van werkzaamheden met spelelementen. Zo maak je onplezierige taken leuk (en haalbaar), en kun je je productiviteit vergroten. Ook wordt het gebruikt om complexe theorieën op een simpele, gemakkelijke manier over te brengen (denk aan
Monopoly). Alhoewel gamification een relatief nieuw woord is - Mary Poppins kende het nog niet toen ze de principes bezong - is het idee dus al een stuk ouder, en ondertussen al flink ingeburgerd. Je komt het tegenwoordig overal tegen: van ‘werknemer van de maand’ tot aan leuke badges in je Runkeeper-app. Zelfs van het scheiden van afval, de boekhouding, energie besparen, zoeken naar nieuwe medewerkers, en strijden tegen depressie wordt een spel gemaakt. Volgens de Amerikaanse auteur en spelontwerper Jane McGonigal is the sky the limit wat je kunt bereiken met gamification. Volgens haar kunnen spelletjes een cruciale rol spelen in het oplossen van grote problemen als wereldhonger en klimaatveranderingen (Ted Talk hier, en boek hier). Ook bedacht ze een spel (app Superbetter) tegen depressie en schreef ze daar het gelijknamige boek over. Dat je er ook echt wat mee kunt bereiken, lijkt misschien vreemd, maar niet als je bedenkt dat Pokémon Go er vorig jaar voor zorgde dat miljoenen spelers van de bank af kwamen en gingen wandelen in de ‘echte’ wereld.  Het 100-100-100 project, zorgde er vorig jaar voor dat 3500 gezinnen in 29 gemeenten 100 dagen lang zo min mogelijk restafval produceerden. Een man uit Leusden presteerde het om slechts honderd gram restafval in de week te produceren. Om gamification te laten slagen, gelden er wel een aantal richtlijnen. Als eerst moet je weten waarvoor je het wil toepassen. Is het om jezelf te motiveren, anderen iets te leren, of een product te promoten? Of ben je docent en wil je de lesstof met een spel ondersteunen? Bedenk ook goed welke eigenschappen je wilt aanspreken in de speler. Daarnaast is het belangrijk de speler uit te dagen, maar de lat niet te hoog te leggen. En, heel belangrijk, zorg voor een beloning als het doel is behaald.  
Aap, Noot, Mies? Code!
24 Apr 2017 -
Waarom kinderen al jong enthousiasmeren voor zoiets moeilijks als programmeren & ICT? Computer- en codetaal is de taal van de toekomst! In dit blog delen we 8 praktische programma’s om kinderen te leren programmeren. Onze bloggers
Tony Jacobs en Frank Kool schreven al eerder over de noodzaak hiervan. In het kort: of het nu gaat om grote machines, kleine huishoudelijke apparatuur of de digitalisering in de zorg: codetaal wordt steeds belangrijker. En alleen als we kinderen al op jonge leeftijd interesseren voor programmeren, gaan we het tekort aan IT-personeel in de toekomst oplossen. 8 praktische programmeer programma’s Maar het is voor veel ouders en leraren een onbekende wereld, die van de code. Lastig om deze dan wél begrijpelijk te maken voor kinderen of leerlingen. Daarom geven we in dit blog tips waarmee je jonge kinderen spelenderwijs kennis kunt laten maken met de wereld van code. Leuk voor kids, maar even interessant voor volwassenen. Want met programmeren ben je niet alleen creatief bezig, maar leer je ook logisch nadenken en problemen oplossen!
  1. Scratch
Deze visuele programmeertaal wordt gebruikt door basisscholen over de hele wereld, maar ook onze eigen TU Delft. Scratch is ontwikkeld door het Massachusetts Institute of Technology in Amerika. Hoewel bedacht voor acht- tot zestienjarigen, wordt Scratch inmiddels in meer dan honderdvijftig landen gebruikt door mensen van alle leeftijden. Vergelijk het met Lego: door verschillende blokken ‘op te stapelen’ geef je opdrachten aan je project. Wat kun je ermee? Nou, een kat laten dansen bijvoorbeeld, of een compleet spel bouwen. Gratis te gebruiken op alle platformen.
  1. CodeCombat
Programmeren leer je met CodeCombat door een spelletje te spelen. Niet te moeilijk dus. Het hoofdkarakter loodst je door lastige levels door het schrijven van code in echte programmeertaal. Het is een veelgebruikt programma op scholen; zo leren leerlingen hoe computers denken en hoe ze programmeertaal toe kunnen passen. Zonder dat je het door hebt, leer je verschillende concepten als functies, if-statements en lusjes. Gratis te gebruiken, dus niets houdt je tegen om het eens te proberen.
  1. Lego Mindstorms
Een digitale uitbreiding op de oude vertrouwde Lego-steentjes van vroeger. Lego Mindstorms is een programmeerbare robotset waarmee je je eigen robots kunt bouwen, programmeren en besturen. De centrale besturingmodule genaamd RCX is het hart van het systeem. En door middel van verschillende sensoren breng je zelfgebouwde creaties in beweging. Zo reageert je robot door deze sensoren bijvoorbeeld op aanraking, temperatuur, licht en kleuren.
  1. Minecraft
Minen is graven en craften is bouwen: met het wereldberoemde 3D spel Minecraft bouw je met kubusvormige blokken je eigen sculpturen of kastelen. Met de komst van een uitgebreid en toegankelijk plug-in ecosysteem, is het spel uitgegroeid tot een heus programmeerplatform. Let op: werkt zeer verslavend! Voor je het weet ben je tot diep in de nacht je eigen huis aan het ontwerpen. Minecraft kent een gratis demo en is te gebruiken op desktops, consoles als Xbox en PlayStation en mobiele apparaten als de iPad en Windows Phone.
  1. Tinkercad
Pen en papier, move over! Doe ons maar het driedimensionale werk. Het maken van 3D tekeningen wordt ineens heel eenvoudig met Tinkercad, de kindvriendelijke versie van ontwerptool AutoCAD dat gebruikt wordt door architecten, ingenieurs en bouwprofessionals. Een tutorial neemt je mee op sleeptouw waardoor je de basis zo onder de knie hebt. Het leuke aan Tinkercad is dat je de zelfontworpen modellen kunt printen met een 3D printer en ze kunt exporteren naar Minecraft. Ook dit programma is gratis te gebruiken.
  1. Game Maker
Websites of apps leren bouwen is leuk, maar een eigen videogame programmeren met Game Maker is voor veel kinderen favoriet. De Utrechtse hoogleraar Mark Overmars bedacht deze simpele drag-and-drop-interface waarmee je heel makkelijk een spel kunt maken. Enkele klassiekers zoals Hotline Miami zijn ook op deze manier gemaakt. Met de gratis ‘GameMaker Studio’ kun je professionelere games maken voor platforms zoals iOS, Android, Windows 8, Ubuntu en HTML5. Wie weet ligt er een carrière als game developer voor je kind of leerling in het verschiet.
  1. Python
Een programmeertaal van eigen bodem! Python is ontworpen door de Nederlander Guido van Rossum, voor absolute beginners én ervaren knappe koppen. Binnen een paar minuten heb je al een werkend Python programma gemaakt. Kinderen gaan aan de slag met het boek ‘Python voor Kids’. Vanuit de basis gaan ze langzaam over op het ‘echte’, complexere programmeren. Bijkomend voordeel is dat Python zo ongeveer overal op draait en gratis kan worden gedownload.
  1. CoderDojo
CoderDojo is een internationale stichting, waarbij lokale Dojo’s worden georganiseerd over de hele wereld. Dat zijn leerzame events waarbij jonge mensen tussen de 5 en 17 jaar onder meer leren programmeren, websites bouwen, apps ontwikkelen en games te maken. En dat allemaal onder leiding van ervaren programmeurs en mentoren. Dus klinken bovenstaande programma’s je toch nog wat te ingewikkeld in de oren? Kijk dan hier of er binnenkort een Dojo bij jou in de buurt wordt georganiseerd.
Een jaartje langer kleuteren?
19 Apr 2017 -
Er zijn een aantal overgangsfasen die je de rest van je leven bij zullen blijven. De overstap naar de brugklas bijvoorbeeld, toen je ineens niet meer de grote vis in de kleine vijver was, maar juist het omgekeerde. Wat weet je nog van uit huis gaan, van je eerste voltijd baan, of van het begin of juist het einde van je eerste serieuze relatie? Er is nóg een belangrijk moment in je jonge leven: die van de kleuterklas naar groep 3. Als je 6 jaar bent kun je niet blijven zitten. Toch is dit een keuze waar leerkrachten vaak voor komen te staan; bij
één op de tien kinderen in de peuterklas is het vraag of ze doorgaan naar groep 3. Er ligt een strakke lijn tussen de twee groepen. Het gaat van spelen in een zandbak naar rekenlessen en netjes naar de juf of meester luisteren. Men is het er over eens dat het te vroeg of te laat maken van deze overstap gevolgen heeft voor de ontwikkeling van het kind, maar wat deze gevolgen precies zijn, daar is nog geen eensluidend antwoord op. Dus wat is de beste aanpak? Leerkrachten houden een twijfelgeval over het algemeen het liefst nog een jaar bij de kleintjes. De onderwijsinspectie, daarentegen, meent dat doorstromen in deze situatie de eerste keuze moet zijn. Tussen het kind en de school zitten uiteraard nog de ouders, die er verschillende meningen op nahouden. De wetenschap kan helaas maar moeilijk uitkomst bieden. Het onderzoeken van de gevolgen van wel of niet een jaartje langer kleuteren vereist immers dat je verschillende groepen gedurende vele jaren volgt, en dan moet je ook nog compenseren voor overige factoren als gezondheid, thuissituatie, wisseling van school, et cetera. Kijken naar andere landen heeft weinig zin, want Nederland is in dit opzicht de uitzondering: in de rest van Europa stromen kinderen automatisch door bij een bepaalde leeftijd. Mogelijkheden zijn er wel. Sommigen pleiten ervoor om in de onderbouw van het basisonderwijs niet ieder jaar, maar ieder half jaar aan een nieuwe klas te beginnen. Anderen pleiten voor een ‘groep 2½’, waarin ruimte is voor meer verschil in ontwikkeling. Weer anderen, bijvoorbeeld het Montessori-onderwijs, zien juist in het afschaffen van klassikaal onderwijs de oplossing. Het lijkt erop dat deze discussie nog een tijdje door zal gaan. Probeert u zich eens te herinneren hoe het was toen u nog met uw duim in uw mond in de zandbak zat, en vraag u eens af: zou u de kleuterklas overnieuw willen doen?  
Digitaal gluren bij de buren
10 Apr 2017 -
Onderwijs digitaliseren, hoe doe je dat? In deze blog kijken we over de grens. Want leren van een ander, dat is nooit een slecht idee. Nieuwe regeringscoalitie, leest u mee? Finland: typeles in plaats van schrijfles Leren schrijven met de hand? Dat is ouderwets,
aldus de Finse Onderwijsraad. Vanaf vorig jaar krijgen kinderen daarom typeles in plaats van les in het eeuwenoude schoonschrift. Daar hebben ze veel meer aan. Een goed idee? Ach, volgens sommige experts wel en volgens andere absoluut niet. Wat vind jij, is schrift of scherm beter voor het leerproces van kinderen? Deze redacteur van BNR Nieuwsradio ging op onderzoek uit. Ook dit artikel van HP de Tijd biedt vanuit de wetenschap resultaten interessante inzichten. Zweden: coderen in het curriculum Hoewel in ons land steeds meer scholen experimenteren met coderen in de klas, neemt Zweden coderen vanaf 2018 op in het lespakket. Enorm achter lopen we niet, want meer en meer Nederlandse scholen bieden het als keuzevak aan. Het volgende doel om onze nieuwe generatie voor te bereiden op de toekomst: coderen in het curriculum! Of toch niet? Als het aan de PO-raad ligt, moet leren programmeren absoluut niet verplicht worden. Zij vinden dat scholen op hun eigen manier vorm moeten kunnen geven aan het onderwijzen in digitale kennis en vaardigheden. Waarom ict-technieken als programmeren wel belangrijke skills zijn, daar schreef Tony Jacobs eerder deze blog over. Zuid-Korea: supersnel internet Zuid-Korea staat op nummer één op de wereldranglijst als het gaat om supersnel internet. Ook scholen maken gebruik van ’s werelds hoogste gemiddelde breedbandsnelheid van 27 Mbps, oftewel megabit per seconde. Ter vergelijking: Nederland verdween vorig jaar met 17 Mbps uit de Top 10, zo blijkt uit dit State of the Internet-rapport. Het goede nieuws is dat ons kabinet ook ziet dat meedoen met de internationale internettop belangrijk is. Daarom wordt er € 5,5 miljoen uitgetrokken om ruim 800 scholen in ons land die nog geen of een slechte verbinding hebben, tegemoet te komen bij de financiering van de aansluitkosten. Want: ,,Als je uitdagend en eigentijds les wilt geven, is toegang tot internet onontbeerlijk,’’ aldus demissionair minister Kamp van Economische Zaken. Voorbeeld voor het buitenland En mocht je nu denken: wat loopt het Nederlands onderwijssysteem hopeloos achter? Zo erg is het absoluut niet gesteld met onze scholen. We zijn juist ook een voorbeeld voor het buitenland. Zo wordt er volgens Maurice de Hond (een van de initiatiefnemers van Onderwijs voor Nieuwe Tijd) gesproken over uitbreiding naar zeker tien andere landen van zijn Steve Jobs-scholen. Hoewel inmiddels opgestapt als bestuurder, richt De Hond zich als ondernemer verder op het verspreiden van zijn concept, waarbij iPad’s een grote rol hebben in het lesprogramma: ,,We hebben net nog een contract met Korea gesloten.’' Tja, dat snappen wij wel, met dat supersnelle internet daar.  
Wie scheldt moet zwijgen
3 Apr 2017 -
De afgelopen tijd hebben we gezien hoe steeds meer Nederlandse nieuwssites hun lezersreacties sluiten. Het AD, de Volkskrant, NRC, nu.nl; het is niet meer mogelijk om online op artikelen te reageren. We kunnen ons online namelijk maar moeilijk gedragen. Vorig jaar kwam de Engelse krant The Guardian met een mooie multimediale productie over dit fenomeen. De krant onderzocht alle reacties op hun site sinds 2006 en schreef de conclusies op onder de duistere kop: ‘
The dark site of Guardian comments’. Hoewel lezersreacties ervoor kunnen zorgen dat mooie discussies gevoerd worden, is dit helaas vaak niet het geval. Het reactieveld lijkt eerder op een boksbal, waar volgens The Guardian vooral vrouwen en minderheden het moeten ontgelden. Niet vreemd dus dat nieuwssites afzien van de mogelijkheid te reageren. Daarnaast is er ook een financiële afweging te maken: het handmatig modereren van de reacties kost geld en levert weinig op. Het experiment lijkt hiermee ten einde: het vrije Wilde Westen werkt niet. De ‘wijsheid van de menigte’ heeft gefaald. Toch leeft dit idee nog steeds en zijn er volgens sommigen ook voorbeelden te noemen waar het wel werkt. AD-hoofdredacteur Hans Nijenhuis zegt tegen de Volkskrant nog steeds te geloven in ‘wisdom of the crowd’. Als voorbeeld haalt hij De Correspondent aan. Volgens Nijenhuis werkt het daar wel omdat de leden een betaalrelatie hebben met het medium: dan zijn mensen geneigd zich te gedragen. Een zusterbedrijf van Google werkt aan een andere oplossing: Perspective. Een zelflerend algoritme dat kan bepalen hoe ‘giftig’ een bijdrage is. Hierdoor kunnen media sneller de reacties filteren. Het doel: waardevolle internetdiscussies weer mogelijk maken. Dit soort tools hebben ook een keerzijde. Denk maar aan de geautomatiseerde filterfunctie van YouTube die in het nieuws kwam, omdat veel content vanuit de lhbt-gemeenschap (lesbienne, homo, biseksueel en transgender) onzichtbaar werd gemaakt. En het idee dat een algoritme bepaalt wat fatsoenlijk is, voelt ook niet prettig. Maar het alternatief – helemaal geen reacties – is misschien nog vervelender. Ook de reacties die je wel raken, van gedachten doen veranderen, of juist zeggen wat jij ook voelt, blijven uit. Het is jammer dat de nieuwssites door de trollen het bos niet meer zien. Maar ik vraag me af of een ‘betaalrelatie’ en of een ‘robotpolitie’ de juiste oplossingen zijn.  
Zorg dat je content écht gelezen wordt
27 Mrt 2017 -
Blogs, social media posts, printmagazines, of online content platforms; het publiceren van bedrijfscontent kent vandaag de dag vele vormen. Maar hoe maak je écht relevante content, die aansluit bij de belevingswereld van jouw klanten? Grote multinationals gaan veelal voorop in de zogenaamde content marketing trends. Als kleinere professional kun je daar mooi van leren. Hoe weten de grote jongens (potentiële) klanten te inspireren en aan zich te binden? Door informatieve, grappige, pakkende en vooral relevante content te creëren. In tekst en beeld, online en offline. En: deze op de juiste manier te delen. Dit wordt ook wel custom content, custom media of branded content genoemd. Enkele succesverhalen Op zoek naar inspiratie? We sommen enkele Nederlandse succesverhalen en nieuwe initiatieven voor je op, om meer gezicht te geven aan de mogelijkheden van content productie en verspreiding door bedrijven:
  • ANWB Kampioen: tijdschrift voor ANWB-leden vol tips, testen, aanbiedingen en ideeën voor uitstapjes. Voor avonturiers, stadsbezoekers, fietsfanaten en autoliefhebbers: oftewel ieder lid van de ANWB die graag op stap gaat. Het magazine bestaat al meer dan 130 jaar, verschijnt tien keer per jaar en heeft 5,4 miljoen lezers.
  • KLM’s iFly: succesvol online reismagazine van de Nederlandse vliegmaatschappij. Eén van de meest succesvolle digitale magazines van ons land, dat ook nog eens in vijf talen wordt uitgegeven. Visuele content als foto’s, video’s en artikelen inspireert miljoenen lezers uit veertig landen om op reis te gaan.
  • Appie Today: onlangs gelanceerd YouTube-kanaal van Albert Heijn. Naast kooktijdschrift Allerhande en bijbehorende video’s, zet de supermarktgigant nu ook hun eigen ‘social zender’ in. Je vindt er in videovorm opgeloste klantvragen, rubrieken en vloggers. Ook Forbes signaleert dat video niet meer mag ontbreken in een marketingstrategie.
Effectieve content maakt je zo Bovenstaande voorbeelden zijn stuk voor stuk successen. Hoe dat komt? De merken baseren hun content op relevantie en de belevingswereld van hun doelgroep. En zijn ook niet bang om daarbij buiten gebaande paden en hun eigen vakgebied te gaan. Kijk maar eens naar het internationale succes van Red Bull TV, dat vol staat met extreme sports video’s. Voor vele marketeers en content makers dé ultieme case. Stap 1: Wat wil je doelgroep zien? Van een partij als Red Bull zou je denken dat ze vooral blikjes energiedrank willen promoten. Liever bereikt het merk met krachtige video’s hun doelgroep: liefhebbers van extreme sporten als surfen, snowboarden, skateboarden of motorracen. En voor die groep creëren ze geweldige content, die hun doelgroep maar al te graag bekijkt. Wie heeft Felix Baumgartner's vrij val vanuit de ruimte niet gezien? Red Bull kreeg er wereldwijd aandacht mee. Stap 2: Pak het professioneel aan Red Bull pakt het groots aan als professionele content producent, zonder hun blikjes in het blikveld van hun kijkers te pushen. Toen surfer Mick Fannning wereldwijd nieuws werd nadat hij werd aangevallen door een haai in Zuid-Afrika, had Red Bull het exclusieve interview. Menig medium zal daar jaloers op zijn geweest. Met deze content zorgen ze er voor dat hun doelgroep zich graag associeert met het merk. De gevaren van custom media Prachtig hoor, die fotoshoots van over de hele wereld waar je bij wegzwijmelt. Of een vlogger van de supermarktketen die viral gaat. Maar het kan al snel een gevalletje slager keurt zijn eigen vlees worden. En dat wekt weinig vertrouwen. Dus: Stap 3: Zet contentmakers van buitenaf in Daarom is het van groot belang dat je bij het creëren van custom content ook professionals van buitenaf inzet. KLM werkt voor iFly met professionele fotografen en journalisten. Want een marketing medewerker die blogt over de fantastische services die het bedrijf biedt, is niet geloofwaardig. En: maak altijd duidelijk van wie de informatie komt, zodat de lezer of kijker de content zelf op waarde kan schatten. Ook voor journalisten en redacteuren biedt het groeiende custom media segment kansen in een veranderend medialandschap. Stap 4: Gebruik de kennis van medewerkers Natuurlijk kan het wel heel waardevol zijn om input van medewerkers te gebruiken. Niet in de laatste plaats omdat zij dagelijks in contact zijn met de doelgroep waar je jouw content voor creëert. Zij weten dus ook wat interessant is en wat niet, welke trends spelen in het werkveld en waarover wordt gesproken in de branche. Die ideeën vormen de basis voor mooie content, die jouw doelgroep ongetwijfeld wil lezen en zien.  
Een (herhalings)lesje Facebook voor iedereen
20 Mrt 2017 -
Facebook hield op een hip en vooruitstrevend medium te zijn op het moment dat je een vriendschapsverzoek kreeg van je oudtante. Maar hoezeer en hoe graag kenners en leken de ondergang van het grootste sociale netwerk ter wereld blijven voorspellen, Facebook is tot op de dag van vandaag oppermachtig. Met meer dan een miljard geregistreerde gebruikers is er nagenoeg oneindige potentie. Daarom is het voor mensen met een boodschap belangrijk om te weten hoe je dit medium het beste kan gebruiken. De onderstaande tips zullen voor social media veteranen gesneden koek zijn, maar voor wie het nog niet wist…
  1. Timing is belangrijk – Hoewel het internet iedereen toestaat om op ieder gewenst moment media te nuttigen, is het niet zo dat prime time ineens iets uit het verleden is. Plaats je content niet om 3 uur ’s nachts of rond lunchtijd, maar laat je boodschap los op het moment dat veel mensen hun dagelijkse updates opzoeken. De grootste kans op gehoor vind je ’s avonds tussen 19:00 en 23:00 uur.
  2. Vorm boven inhoud – Sociale media is veelal oppervlakkige media, daar hoeven we niet geheimzinnig over te doen. Hoewel diepgang nog altijd wordt gewaardeerd, is het in de eerste plaats belangrijk wat je op het eerst oog biedt. Een link zonder plaatje erbij zal minder hits krijgen dan eentje met een prikkelende afbeelding.
  3. Click-bait: Ja of Nee? ‘Dit filmpje zal je wereld op z’n kop zetten!’ ‘Nummer vier zal je verbazen!’ ‘Aan het einde was ik in tranen!’ Herkenbare titels? Dergelijke schreeuwerige koppen proberen met vage beloftes mensen te verleiden erop te klikken, vandaar de naam click-bait. Het is nog altijd effectief, maar leidt ook tot steeds meer ergernis. Zoek waar mogelijk een middenweg tussen een titel die nieuwsgierigheid opwekt enerzijds en ongegeneerde aandachttrekkerij anderzijds.
  4. Nodig uit tot interactie – Een Facebook-bericht blijft langer zichtbaar als er veel op wordt gereageerd. Om die reden is een uitnodiging tot reacties een slimme strategie. Denk aan een open vraag aan de lezers, een opmerking die kans heeft om een verhitte discussie op gang te brengen, of een prijs die wordt verloot aan mensen die reageren en/of delen.
  5. Maak gebruik van statistieken en publicatietools – Facebook heeft meer informatie te bieden dan alleen maar het aantal likes and shares. Houd de statistieken van je pagina goed in de gaten om te zien wat de respons is van je berichten. Zet het aantal bereikte mensen af tegen het aantal clicks en reacties om je doelgroep steeds beter in te schatten. Daarnaast staan de publicatie-tools je toe om het publiceren van berichten te plannen als je weet dat je op het gewenste tijdstip niet online kunt zijn.
Het is maar een greep uit de vele mogelijkheden die Facebook biedt om in tijden van dataovervloed virtueel het hoofd boven water te houden. Want, om in zeevaarders termen te blijven: het is pompen of verzuipen als je in de huidige markt in beeld wilt blijven.
Tips voor de zwevende kiezer met een onderwijshart
12 Mrt 2017 -
Via talkshows op televisie, op Facebook of onderweg via de autoradio: dagelijks worden we overspoeld met verkiezingsnieuws. Vind jij onderwijs een belangrijk thema deze Tweede Kamerverkiezingen? In dit blog vind je een kort overzicht van politieke onderwijsplannen en handige informatieve bronnen. Zo breng je goed geïnformeerd je stem uit. Dat het belangrijk is om je in verkiezingstijd goed in te lezen in politieke standpunten staat vast. Maar: dat is best lastig met zo’n overvloed aan informatie die je op je afgevuurd krijgt. Maar liefst 28 partijen proberen zoveel mogelijk stemmen te winnen in politieke debatten, verkiezingsspecials,
grappige online video’s en op straat. Ben jij al op de hoogte van alle standpunten die de toekomt van het onderwijs in ons land gaan bepalen? Politieke plannen voor het onderwijs De herinvoering van de basisbeurs, wel of geen selectie aan de poort maar ook de kwaliteit van het basis, voortgezet en speciaal onderwijs in ons land: bijna iedere politieke partij heeft belangrijke onderwijsplannen opgenomen in hun partijprogramma. Een beknopt overzicht van enkele ideeën: De PvdA wil bijvoorbeeld stevig investeren in leraren en D66 denkt dat meer inspraak van ouders, leerlingen en studenten de kwaliteit van ons onderwijs zal verbeteren. De leerplicht verlagen naar vier jaar en minder regels voor goede en excellente scholen zijn plannen van de VVD. Het CDA stimuleert brede en meerjarige brugklassen en de SP willen werken aan kleinschalige vakscholen. GroenLinks zet zich in voor meer lerarenbeurzen en minder werkdruk in het onderwijs. De PVV zegt over het onderwijs enkel dat alle islamitische scholen moeten sluiten. Samengevat: dit zijn globaal de onderwijsplannen Dit is natuurlijk maar een zéér kleine selectie. Klik je op één van de politieke partijen hierboven, dan kom je (waar mogelijk) direct op alle officiële partijopvattingen betreft onderwijs. Geen tijd om alle verkiezingsprogramma’s door te spitten? NU.nl maakt het je makkelijk. In dit artikel én deze video zetten de redacteuren op een rij wat de verschillende partijen willen doen voor ons onderwijs. Handig overzicht Ook heel handig: vakvereniging CNV Onderwijs maakte deze overzichtelijke grafiek, waarin de onderwijsplannen van het CDA, PvdA, VVD, D66, GroenLinks, ChristenUnie, SP, SGP, PVV en 50 Plus zijn samengevat. Hoeveel miljard willen zij extra investeren? En wat zijn hun plannen voor het onderwijs zelf, maar ook voor leraren, werknemers en leerlingen? De VO-raad deed ditzelfde, maar dan uitgebreider en specifiek voor de plannen betreft het voortgezet onderwijs. Ook de PO-raad nam de verschillende standpunten over het primair onderwijs onder de loep én legden zij deze in een analyse langs een eigen meetlat van eigen speerpunten. Hulp van stemwijzers tijdens de Tweede Kamerverkiezingen 2017 Heb je je wat betreft de onderwijsstandpunten goed ingelezen, maar kun je voor andere belangrijke thema’s wel wat kieshulp gebruiken? Er bestaan een aantal stemwijzers die je daarbij helpen. Stemwijzer en Kieskompas zijn daar bekende voorbeelden van. Ook zijn er verschillende stemwijzers met aandacht voor specifieke thema’s, zoals het Groen Kieskompas, de Partijwijzer speciaal voor jongeren of de StemWijsOuders voor ouders met opgroeiende kinderen. Helaas is er (nog) geen stemwijzer die zich specifiek op het onderwijs richt. Eerste Hulp bij verkiezingen op school Of ze nu stemgerechtigd zijn of niet: verkiezingen laten leven onder kinderen is niet altijd makkelijk. En dat terwijl het ontzettend belangrijk is om jongeren de waarde van hun stem te leren. ProDemos houdt tot 14 maart 2017 landelijke Scholierenverkiezingen en Kinderverkiezingen waar alle scholen uit het primair en voortgezet onderwijs gratis aan mee kunnen doen. En het leuke daarvan: deze schaduwverkiezingen hebben een verrassend goede voorspellende waarde voor de uitslag van onze échte verkiezingen…
Wie knipt de tv-kabel door?
7 Mrt 2017 -

Vergeet House of Cards, Game of Thrones, of Orange is the New Black. Als het aan Mark Zuckerberg ligt, kijken we over een paar weken alleen nog maar naar Facebook. Het bekende social-mediaplatform komt straks je leven binnen op het grootste scherm in huis. Is dit het einde van tv-kijken zoals we het kennen?

Het platform komt binnenkort namelijk met een app voor onder andere de Apple TV. Dat werd onlangs bekend. Eerder sprak Zuckerberg al de wens uit dat gebruikers in de toekomst meteen naar Facebook gaan als zij video’s willen kijken.

Het past binnen de trend dat video een steeds prominentere rol inneemt op het internet (lees hier mijn blog over hoe je als ondernemer kan profiteren van deze trend). We zagen eerder bijvoorbeeld al de opkomst van livestreams (Eerst Meerkat en Periscope, later ook Facebook, Twitter en Instagram), on demand-diensten en Youtube Red.

Misschien is dit nog niet genoeg voor jou om je tv-abonnement op te zeggen, maar in Amerika zijn ze verder. Een groeiende groep gebruikers kijkt alleen nog maar online. Ze hebben er zelfs een term voor: cord cutters. Wie een rondje doet op internet komt snel veel sites tegen met tips om je ‘kabel door te knippen’.

Maar in Nederland is lineaire tv is nog steeds populair en lijken de cord cutters nog niet te hebben toegeslagen. Wel is duidelijk te zien dat steeds meer jongeren zich van de tv afkeren. Om te vergelijken: 65-plussers kijken gemiddeld 4 uur tv per dag, 13- tot 19-jarigen doen dit ‘slechts’ anderhalf uur. Daarentegen besteden jongeren wel ruim 4 uur per dag aan online platformen. Toch kijken de meeste mensen in Nederland gewoon nog lineaire tv.

Het zal dus nog wel even duren voor dat hier de schaar in de kabel gaat.

Een tijdje terug was ik op bezoek bij een vriendin, die toch nog echt even een klein stukje van The Voice moest kijken. Ik, die al een tijdje geen tv meer kijkt, keek nieuwsgierig over haar schouder mee. Met een gerust hart stelde ik vast dat er daar de afgelopen jaren niets was veranderd: dezelfde bekende Nederlanders, dezelfde talentenjachten én dezelfde reclames. Alsof ik een oude vriend opnieuw ontmoette.

Maar dan een keer niet op Facebook.

Zo wordt de juf een meester op social media
27 Feb 2017 -
Van brugpiepers tot digi-tieners en studenten die online college volgen: de smartphoneloze jongere is uitgestorven. Niet zo gek dus dat steeds meer onderwijsinstellingen online actief zijn. Ook juffen en meesters twitteren, vloggen en bloggen zich suf. Wat zijn de do’s en de don’ts? Meester Bart werd er de bekendste leraar van Nederland mee. Hij postte iedere dag ontroerende uitspraken van zijn leerlingen op Tumblr. Nu doet hij dat op
Facebook, waar hij 173.560 likes heeft. Daarnaast volgen 22.542 mensen hem op Twitter, heeft hij een populaire column in Trouw én schreef hij een boek. Ja, Meester Bart is het schoolvoorbeeld als het gaat om ‘Hoe profileer ik mijzelf als leraar op social media’. Ook onderwijsinstellingen willen vaak ‘iets met online’ doen. Hoe doe je dat? Vaste protocollen zijn er niet Over het algemeen kun je stellen dat een leerkracht of onderwijsinstelling zich online behoort te gedragen, zoals men dat ook in het dagelijks leven doet. Kennisnet stelde een handig modelregelement internet en social media op. Ook vind je daar enkele voorbeelden uit de praktijk van andere scholen. Social Media Wijs biedt een gratis Positief Social Media Protocol aan. En Stichting School & Veiligheid schreef dit informatieblad over de risico’s en bedreigingen die social media gebruik door onderwijspersoneel met zich mee brengt. Voor wie zit je op social media? Al speurend door het bos van Facebook-accounts, Twitter-reacties en Instagram-likes, zie ik een aantal duidelijke doelgroepen waar onderwijsinstellingen mee in contact zijn. Natuurlijk zijn er de ouders en leerlingen die je informeert. Bestaande, maar ook toekomstige! Maar het zijn ook platformen waar leerkrachten – als ambassadeurs van je organisatie – ervaringen kunnen delen. Afhankelijk van de onderwijsinstelling, kan ook de (lokale) pers een doelgroep zijn, bijvoorbeeld in het geval van calamiteiten of het delen van interessante onderzoeksresultaten. Waarom zit je als school op social media? Ook dat heeft verschillende redenen:
  1. Webcare Wanneer komen toetsuitslagen online? Op welke dag kan ik met mijn kind een Open Dag bezoeken? Als verantwoordelijke content manager check je bij de juiste collega het antwoord. Vervolgens kun je heel gericht en snel allerhande vragen beantwoorden. Zonder twijfel neemt het aantal telefoontjes en mailtjes naar de receptie af.
  1. Consumer insights Zie je opvallend veel berichten over saaie colleges door leraar X? Klagen eerstejaarsstudenten steen en been over het niveau van een examen? Door online reacties te meten, zoals met het programma van Coosto, kun je met sociale data het sentiment onder leerlingen monitoren. En indien nodig passende acties bedenken, wat uiteindelijk de kwaliteit van het onderwijs ten goede komt.
  1. Crisismanagement Komt de onderwijsinstelling (negatief) in het nieuws? Je zult zien dat leerlingen en ouders steeds sneller online hun gevoelens spuien, reageren of op zoek gaan naar antwoorden. Community managers kunnen in crisissituaties of grote evenementen adequaat reageren.
  1. Interactie Online luisteren naar dat wat speelt bij leerlingen en ouders, in gesprek gaan waar nodig of ontroerende momenten delen: social media is dé manier om interactie aan te gaan. Soms is dat – in het geval van een basisschool – meer met de ouders, soms direct met studenten. Zo ontstaat een levendige uitwisseling van informatie, foto’s en reacties. Kijk maar eens naar dit account van CBS Anna van Buren.
  1. Prospects binnenhalen Al met al is het inzetten van social media voor een basisschool, middelbare school, hogeschool of universiteit net zo interessant als voor een commercieel bedrijf. Je staat immers direct in contact met je ‘klanten’, maar even zo goed met mogelijke nieuwe ‘prospects’. Informeer en inspireer hen!
Wat zijn de do’s & don’ts Woorden als LaterZz en XOXO laat je als serieuze instelling uiteraard achterwege. Maar hoe pak je dat nou wél aan op social media? Hoewel er in dit artikel nog over het inmiddels opgeheven online platform Hyves wordt gepraat, biedt het wel praktische handvaten en do’s & don’ts over hoe als school online te handelen. De juiste strategie is belangrijk Eentje die past bij jouw doelgroep en doelen. Bij basisschoolleerlingen is Twitter bepaald niet populair, terwijl het aantal Instagram- en Snapchataccounts groeit in Nederland. Wil je dus echt mee gaan met de tijd, is het misschien tijd om de school- of opleidingsdirecteur een Snapchat-masker op te zetten. Of wat dacht je van een Whatsapp-account? Deze school laat leerlingreporters content maken voor het Twitter-account. Ook origineel: stel een Spotify-lijst samen met muziek om je beter te focussen tijdens het studeren of maken van je huiswerk.  
Erover praten is normaal, ook op school
20 Feb 2017 -
Zoals de grote filosoof Theo Maassen het ooit uitdrukte: ,,Ik zal niet oordelen over andere mensen, maar dan moeten ze wel normaal doen!’’ Een opmerking met een dikke knipoog die, hoe langer je erover nadenkt, wellicht dichter bij de realiteit staat dan je toe wilt geven. ‘Normaal doen’ omhelst een bonte verzameling aan geschreven en ongeschreven regels over wat wel of niet de bedoeling is. Naast de gezinssituatie is de school wellicht de meest cruciale plek waar deze opvattingen worden gevormd. Dat maakt het des te zorgelijker dat
één op de negen leraren moeilijke onderwerpen vermijdt. Hete hangijzers blijken vooral islamitisch extremisme, homoseksualiteit, en de politieke situatie in bijvoorbeeld Turkije en Rusland. Dit gegeven blijkt uit het DUO onderzoek Integratie op school, waaraan 2.203 leraren uit het basisonderwijs en voortgezet onderwijs meededen. In het kader van een toenemend pessimisme over de multiculturele samenleving werd leraren en schoolleiders gevraagd hoe zij de sociaal-maatschappelijke verhoudingen terugzien in het klaslokaal of op het schoolplein. De resultaten zijn niet hoopgevend. In de vier grote steden (Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, en Den Haag) herkent de helft van de leraren hun school in de stelling dat de integratie mislukt is en dat de segregatie toeneemt. In andere steden herkent ongeveer eenderde van de leraren zich hierin. Tegenstellingen tussen westerse en niet-westerse culturen worden gezien als de belangrijkste oorzaak, alsmede de rol van religie, en de onwil van zowel autochtone als allochtone ouders en kinderen om in gemengd gezelschap te verkeren. Een taboe kan nog een sociaal wenselijke functie hebben wanneer het aangeeft dat sommige dingen simpelweg niet door de beugel kunnen. Deze functie verwordt echter tot een blokkade wanneer het betekent dat sommige dingen niet meer bespreekbaar zijn. Theo Maassen had het over oordelen en normaal doen. Dat laatste is, zoals gezegd, moeilijk te bepalen. Maar ook het oordelen is een heikel punt. Wat kunnen en mogen we eisen van andere mensen? Kunnen we daarnaast oprecht kritisch naar onszelf kijken, ongeacht wie we zijn? De oplossing laat zich niet makkelijk raden. Wel denk ik dat het geen grote aanname is om te zeggen dat de oplossing enkel komt uit een ontmoeting tussen mensen. SIRE kwam enkele jaren geleden met de slogan ‘De maatschappij, dat ben jij!’ Liever zou ik zien dat we deze spreuk omdraaien en terug gaan naar wat een maatschappij daadwerkelijk tot een maatschappij maakt, namelijk het wij. Problemen die we hebben omdat we samen anders zijn, kunnen ook samen worden opgelost.  
Openbaar privéonderwijs, het kán
13 Feb 2017 -
Werken’ wordt strikt gedaan van 9.00 tot 17.00 uur, vier dagen per week en voor een groot deel op laptops. Uiteraard kun je snipperdagen opnemen. Thuis langer doorwerken, daar doen ze liever niet aan. Klinkt als de ideale baan? Helaas. Deze fijne voorwaarden zijn bedoeld voor leerlingen van vijf middelbare
Scholen voor Persoonlijk Onderwijs (SvPO). De eerste vestiging van de ‘gedroomde school’ Die opende zeven jaar geleden in Kapelle. Dit jaar brengen nieuwe locaties in Utrecht en Amsterdam het totaal op vijf. En er is toestemming van de overheid om nog eens vier scholen te starten. Bijzonder is dat je op deze scholen de voordelen van een privéschool krijgt, voor de prijs van regulier onderwijs. Klassen bestaan uit maximaal zestien leerlingen en er komen slechts tachtig leerlingen per schooljaar bij. Dat kleinere klassen vele korte- en langetermijnvoordelen kennen voor zowel leerling en leraar, bewijst ook dit artikel van De Correspondent maar weer eens. Grondleggers van SvPO’s Dat zijn Misha van Denderen en zijn vrouw Suzan Polet. Als filosoof en econoom werkte Van Denderen onder meer als ict’er voor de Belastingdienst, de politie en gemeenten. Prettige organisaties om voor te werken, ‘omdat er veel te verbeteren valt aan werkwijzen en effectiviteit’. Maar, zo ondervond hij zelf in de praktijk, nergens bleek de ruimte voor verbetering zo groot als in het onderwijs. Zijn blauwdruk voor de ideale school kenmerkt zich onder meer door een efficiëntere planning, meer digitaal werken én snijden in managementlagen en dus kosten. Wat maakt deze scholen anders dan anders? Je zou kunnen zeggen dat het onderwijs op SvPO’s bijna bedrijfsmatig wordt benaderd. Minder bureaucratie zorgt hier voor een hogere leskwaliteit. ‘We hebben geen managementlagen, geen systeembeheer en een heel klein bestuur,’ zegt Polet daarover in het Parool. Ook zijn er geen roostermakers: elke vestiging werkt met hetzelfde lesrooster, zonder tussenuren. Er zijn geen teamleiders, maar schoolleiders hebben verschillende scholen onder zich. Kern van het verhaal: organiseer je school zo dat je zo min mogelijk overhead en administratie hebt en zo veel mogelijk tijd overhoudt om les te geven. Het resultaat: beter onderwijs Het geld en de tijd die over blijft wordt écht in leraren en lesuren gestopt. Door langere lessen in te plannen – zo’n 85 minuten per les – voldoen de scholen niet alleen makkelijk aan de verplichte normuren, ook krijgen kinderen in de onderbouw daardoor geen huiswerk mee. Want: het werk wordt al op school gedaan. In de bovenbouw krijg je dat wel, want je moet voor de universiteit of het hbo wel getraind zijn om thuis ook wat te doen. En behaal je als leerling goede resultaten? Dan maakt je als het ware kans op ‘promotie’ en kun je doorstromen naar een hoger lesniveau. Wat zijn de voordelen voor leerling en leraar? Die zijn er te over. Kleine klassen creëren persoonlijke aandacht. Mede hierdoor hebben SvPO’s het laagste percentage zittenblijvers in Nederland, namelijk minder dan 3 procent. Ook de werkdruk is lager dan op andere scholen. Want stress over het halen van de planning is er door de langere lesdagen bijna nooit. Ook het nakijkwerk is beperkt, met dank aan kleinere klassen en digitaal werken. Toetsen zijn er weinig; alle opdrachten die de leerlingen op hun laptop maken, komen direct in een computersysteem. Zo kunnen leraren en ouders constant kijken hoe de leerling ervoor staat. Dit is geen hoogdravende onderwijsvisie Er wordt namelijk gewoon gewerkt met bestaande methodes. Wel wordt er net als in het bedrijfsleven innovatief, slim en effectief gepland en georganiseerd. Een prettige lesomgeving voor zowel leraar als leerling is volgens de Onderwijsinspectie het gevolg. Ook de resultaten liegen er niet om. Solliciteren maar Een ander groot pluspunt: door de effectieve organisatiestructuur, kennen de klassen wel het karakter van privéonderwijs, maar blijven de scholen betaalbaar voor iedereen. Klinkt het je goed in de oren? Dan moet je als ouder snel online reserveren, want alleen dan wordt je op een first come, first serve basis uitgenodigd voor een open dag. Ja, zelfs de inschrijving lijkt voor toekomstige leerlingen welhaast een sollicitatieprocedure.  
Deze blog is (nog) niet van een robot
7 Feb 2017 -

Mijn lieve thermostaat maakt het huis aangenaam warm, net voordat ik het koud krijg. Hij heeft geleerd wanneer ik thuis ben en welke temperatuur op welk moment ik het prettigst vindt. Ook heeft het ding al door wanneer ik ga slapen en opsta. Fijn, zo’n ding dat leert.

Het is niet onze eerste ‘robot’ die het leven iets simpeler maakt. Al zo’n drie jaar kruipt, botst en piept er een stofzuiger door ons huis. Doen we niets voor. We hebben het alleen verteld op welke dagen en tijden gestofzuigd moet worden, en het beestje doet z’n rondje. Deskundigen voorspellen dat de komende jaren meer robots langzaam hun weg in ons huis en hart weten te vinden. Iedere keer als ik dat lees, krijg ik er steeds meer zin in: nooit meer de was
opvouwen of de kattenbak leegscheppen.  Het leven wordt alleen maar prettiger met robots. Toch wordt niet iedereen direct gelukkig van het vooruitzicht. Wetenschappers zoals Stephen Hawking en experts op het gebied van kunstmatige intelligentie ondertekenden in januari 2015 een open brief, waarin werd opgeroepen voorzichtig met zelfdenkende machines om te gaan. Ze kunnen ons namelijk niet alleen helpen, maar ook schaden. Of, zoals het parlementslid van de EU, Mady Delvaux, het eerder deze maand verwoordde: ,,We moeten voorkomen dat robots mensen gaan overheersen.’’ Zij wil regels voor zelfdenkende robots. Want als zij straks ook kunnen denken, leren en aanpassen, zijn wij niet meer de enigen. Leren en aanpassen zijn fundamentele menselijke gaven, volgens auteur Martin Ford. Kunstmatige intelligentie, robots die voor zichzelf kunnen nadenken, vormen volgens hem daarom een bedreiging. ,,Het gaat niet meer alleen over de vervanging van spier- of rekenkracht, maar van ons denkvermogen,” zegt Ford tegen de Volkskrant. En als een robot straks een beter denkvermogen heeft dan wij, is het nog maar de vraag wie straks jouw werk doet. Zo is er zelfs al een systeem dat artikelen kan schrijven op basis van louter data. De maker schepte in 2015 al op dat in 2030, 90 procent van de journalistieke stukken geschreven wordt door computers. Maar zover is het gelukkig nog niet. Vorig jaar versloeg een computer weliswaar de wereldkampioen van het complexe spel Go, maar er liggen nog genoeg uitdagingen voor onze e-vrienden. Het spel StarCraft bijvoorbeeld. Of een potje poker. Tot die tijd zullen de ‘domme’ robots nog overal tegenaan botsen.  
Zonder mobiele content sta je stil
30 Jan 2017 -
Of je nu die hilarische Facebook-video bekijkt op het station of thuis op de bank door het wereldwijde nieuws scrollt. In 2017 is het consumeren van content op mobiele apparaten de standaard. Zo zorg je ervoor dat jouw content mobile friendly is. Het jaar van mobiele content Ook 2017 is door grote internationale marketingbureaus aangewezen als
hét jaar van mobiele content. Want wereldwijd worden websites vaker bezocht via een mobiel apparaat dan via een computer. Geen verrassing toch? Kijk maar eens naar jouw eigen dagelijkse mobiele gedrag. ‘s Ochtends lees je aan het ontbijt het nieuws van de dag op je smartphone. In de lunchpauze op werk check je de Facebook- of Nu.nl-app. Thuis op de bank pak je eerder een tablet of mobiel om een recept of nieuwtje op te zoeken, dan dat je de huiscomputer opstart. ‘s Avonds in bed kijk je op je tablet nog even Netflix. Grote kans zelfs dat je deze blog op je telefoon leest. Meer dan 10 miljoen smartphones Nieuwe cijfers van onderzoeksbureau GfK uit hun onderzoek ‘GfK Trends in Digitale Media’ laten zien dat 83 procent van de Nederlanders een smartphone heeft en tweederde ook een tablet. Een gemiddeld huishouden bezit 3,7 mobiele apparaten. De markt van mobiele apparaten blijkt zelfs verzadigd: ten opzichte van vorig jaar is het aantal mobiele apparaten in Nederland niet opvallend gestegen. Maar wat betekent dat voor content makers, zoals marketeers en uitgeverijen? Dat consumenten mobiele apparaten bezitten en heel veel gebruiken staat vast. Vast staat dus ook dat jouw content te allen tijde optimaal op mobiele apparaten te lezen moet zijn. Van desktopcontent naar mobiele content In deze leuke blog van Frankwatching lees je bijvoorbeeld hoe we online content weer slank moeten maken. Want ‘dikke content past niet zo lekker op een slank scherm’. Maar hoe doe je dat, en waar moet je op letten bij het creëren van nieuwe content? Een paar praktische tips:
  1. Test jouw website Bekijk eerst hier of jouw website volgens Google mobile friendly genoeg is. Kom je slecht uit de test? Maak jouw website en haar content dan als de wiedeweerga geschikt voor mobiel gebruik. Want alleen dan behoud je je klanten van nu en trek je nieuwe lezers aan.
  1. Maak je lezer niet moe Wollige teksten, eindeloos gebruik van jargon of lange lappen tekst. Je lezer wordt al moe bij de eerste alinea. Dat gebeurt al bij het online lezen op groot scherm, maar al helemaal bij mobiel gebruik. Dus zorg voor lekker leesbaar taalgebruik. Vertel in korte zinnen wat de lezer moet weten en laat onzinnige details en omslachtige woorden achterwege. Dat betekent overigens niet dat je geen lange artikelen meer publiceert. Allerminst zelfs. Maar: de teksten zijn wel slim opgebouwd.
  1. Bouw je content scanbaar op Mobiele content leest het prettigst als de content scanbaar is. De aantrekkelijke kop zet je in een groter font. Met een intro in een vet lettertype laat je zien: hier begint de tekst en trek je de lezer in je verhaal. En de lopende tekst wordt opgedeeld door tussenkoppen. Alinea’s blijven kort en bondig geschreven, idealiter vijf regels lang. Wil je meer informatie delen dan je in die regels kwijt kunt? Maak dan gebruik van witregels.
  1. Verrijk je content Enkel platte tekst ziet er maar saai uit. Niemand heeft zin zich door een dikke woordenbrij te vechten. Door de tekst scanbaar te maken ga je dit al tegen. Maar verrijk je content ook met relevante video’s, podcasts, lijstjes, facts & figures of illustraties. Met name de consumptie van video op mobiel laat de afgelopen jaren een stijgende lijn zien.
  1. Gebruik de juiste software Al vanaf 2015 krijgen websites die geoptimaliseerd zijn voor mobiele apparaten een hogere ranking in Google. Daarbij wordt gekeken naar de technische opbouw. Begin dit jaar kondigde Google zelfs een 'mobile first' aanpak aan: er komt een aparte mobiele index en die wordt leidend. Je kunt je je content dus wel aanpassen voor een optimale mobiele weergave, ook aan de achterkant moet jouw website optimaal ingericht zijn.
Eventueel moet je met jouw websitebouwer hier in detail naar kijken. Maak jouw website responsive zodat deze zich automatisch aanpast bij gebruik op mobiel. Zorg ervoor dat afbeeldingen goed en snel geladen worden. Vermijdt software zoals Flash die op veel mobiele apparaten niet goed werkt.  
Keert de jongensschool terug?
23 Jan 2017 -
Het gelijkheidsdenken is hopeloos ouderwets. Een relikwie uit de jaren ’70. Dat er geen aangeboren verschillen zijn in het gedrag van jongens en dat van meisjes, is grote flauwekul. En wie zijn de dupe van deze mythe? Juist: de jongens. Want de meiden doen het ineens veel beter. Althans. Volgens sommige deskundigen. Zij betogen dat het ontkennen van de verschillen en de feminisering van het onderwijs nadelige gevolgen heeft voor jongens. Zelfs zo erg dat sommigen er weer aan denken om jongens en meisjes op scholen te scheiden. Sterker nog: in Amsterdam ligt er al een plan klaar. In 2018 moet daar, een halve eeuw nadat de laatste werd afgeschaft, een
jongensschool openen. Goed je best doen betekende in mijn schooltijd: luisteren naar de docent, huiswerk maken én op tijd inleveren, meedoen en concentreren. Eigenschappen die we belangrijk vinden en steeds meer zijn gaan waarderen. Maar nu lijken meiden daar veel beter in dan jongens. En dat valt te zien in de cijfers: jongens nemen minder vaak deel aan het hoger onderwijs, dan meiden.  Ze volgen ook minder vaak de hogere onderwijsniveaus. Het voortijdige schooluitval is hoger bij jongens en ze studeren minder vaak af, meldt de Emancipatiemonitor 2016, van het CBS en SCP. Ik krijg de kriebels van het jongens-meisjesdenken.  Maar de cijfers liegen niet. Steeds meer deskundigen lijken nu dan ook van dat ouderwetse ‘gelijkheidsdenken’  af te willen. Jongens en meisjes zijn wel degelijk anders, stellen ze. ,,De verschillen bestáán”, schrijven de wetenschappers, belast met het onderzoeken naar de oorzaken van de verschillen in studieresultaten, in het rapport ‘De jongens tegen de meisjes’. Deze verschillen liggen deels verankerd in onze genen, schrijft gedragsbioloog Alewijn Brouwer in het opiniestuk ‘Stop gendergelijkheid en accepteer juist de verschillen’. Volgens Brouwer is jongensgedrag ongewenst en worden jongens beoordeeld naar een vrouwelijk referentiekader. Daardoor worden ze vaak gecorrigeerd en minder gewaardeerd. Jongens zijn namelijk drukker, agressiever, ongehoorzamer en nemen meer risico. Typisch jongensgedrag, alleen niet welkom in de klas. Docenten, met name juffen, zouden daar anders mee moeten omgaan. Ook zouden scholen zich meer moeten richten op jongens. Maar of een jongensschool een goed idee is, is nog maar de vraag. Uit onderzoeken blijkt dat jongens en meisjes beter leren als er meer meisjes in de klas zitten. Gescheiden klassen lijkt zelfs in het nadeel van jongens.  
Iedereen is doelgroep
16 Jan 2017 -
Papieren tijdschriften en vakbladen hebben een zware dobber aan de concurrentie met digitale media. De oplage van geprinte bladen is dalende, dat is al jaren geen nieuws meer. Zodoende moeten aanbieders van content inspelen op de nieuwe trends. Economie is een kwestie van vraag en aanbod: het aanbod heb je zelf onder beheer, maar waar komt de vraag vandaan? Om hier meer inzicht in te krijgen kan een uitgever twee belangrijke vragen stellen: wie is onze doelgroep, en wat beweegt mensen om content op te zoeken en/of te delen op sociale media? Het antwoord op de eerste vraag is nogal een anti-climax: iedereen is je doelgroep, en daardoor is niemand je doelgroep. Alhoewel, dat is misschien wat kort door de bocht. Maar feit is dat het bedenken van een ijkpersoon (een persoon die symbool staat voor een hele groep)
niet meer werkt. Een interessante werking van digitale media is dat de aandacht steeds meer is versnipperd: vroeger hadden grote uitgevers de macht om veel aandacht naar zich toe te trekken, maar tegenwoordig kan iedereen content creëren en verspreiden. Hoeveel mensen kent u wel niet die een blog of een YouTube kanaal beheren? Het huidige medialandschap bestaat uit talloze netwerkpunten van waaruit kleine hoeveelheden tekst en beeld de wereld in worden gezonden. Kleine beetjes dus: niet langer gaan mensen er even goed voor zitten om een haf uur door een enkel tijdschrift te bladeren, maar eerder springt men van de ene naar de andere link, naar alles wat de aandacht trekt. Een bepaald gevoel van gemeenschap vervaagt hierdoor; iets wat je wel hebt als je al jaren abonnee bent van een tijdschrift over bijvoorbeeld muziek, sport of autotechniek. Waarom mensen actief zijn op internet blijkt uit een grootschalig onderzoek van AOL Advertisement. In een online enquête werden 55.000 mensen gevraagd naar hun motivatie voor hun internetgedrag. Hieronder de acht belangrijkste redenen:
  1. Inspiratie (20%) – Op zoek naar nieuwe ideeën en indrukken.
  2. Goed voelen (19%) – Stemming verbeteren.
  3. Sociale updates (17%) – Op de hoogte blijven van ontwikkelingen in de sociale omgeving.
  4. Entertainment (15%) – Op zoek naar vermaak.
  5. Vinden (9%) – Op zoek naar antwoorden en/of advies.
  6. Op de hoogte blijven (8%) – Ontdekken welke ideeën nu relevant zijn.
  7. Connectie (7%) – Het vinden van aansluiting bij een gemeenschap.
  8. Troost (6%) – Op zoek naar bevestiging of ondersteuning.
Tijden veranderen, maar waar het één afbrokkelt, is er ruimte om iets nieuws op te bouwen. Enerzijds is de bovenstaande lijst niet verrassend, maar opvallend is wel één ding, namelijk dat ‘sociale updates’ de enige motivatie is die uniek is aan sociale media. Alle andere redenen die mensen hebben om content te zoeken zijn dezelfde als waarom u vroeger op vrijdag- of zaterdagmiddag naar de brievenbus rende om de nieuwste editie van uw favoriete tijdschrift open te slaan. Benieuwd wat inspireert en goed voelt in de wereld van educatieve uitgeverijen en zzp’ers? Kijk dan eens op onze onze site.
Voelen wordt het nieuwe bellen
20 Dec 2016 -
De donkere dagen zijn er. Heerlijk! Een mooie tijd om bij elkaar te zijn. Zeker met kerst. Je kunt je geliefden eens extra laten merken dat je om ze geeft. Dat vind ik het fijne van kerst, dat samenzijn. Maar helaas is dat niet altijd voor iedereen mogelijk. Familieleden wonen soms ver weg, kinderen studeren in het buitenland, of andere verplichtingen maken het onmogelijk om samen te zijn. Gelukkig worden we verwend in deze tijd. Met smart wachten op een brief hoeft niet meer. Tegenwoordig kunnen we elkaar horen en zien, waar en wanneer we willen. We kunnen op elk moment van de dag korte berichtjes sturen met liefdevolle of bemoedigende woorden of zelfs zonder woorden, met een hartje. Of een kus. Maar daar blijft het bij. En soms is dat niet genoeg. Want wat als je elkaar een knuffel zou willen geven? Of een kusje voor het slapengaan? Volgens trendwatcher
Carl Rohde, zal de behoefte aan lichamelijk contact op afstand de komende jaren groeien en zal de techniek steeds meer mogelijk maken. En er is al best wat mogelijk. Met de Apple Watch kun je elkaar aantikken zonder aan te raken. Of je hartslag delen zodat de ander ‘m ook voelt. Met Frebble kun je handen vasthouden, ook al ben je kilometers uit elkaar. En met TaSST kun je elkaar aaien op afstand. Deze ontwikkelingen zijn niet alleen leuk, maar ze zijn ook nuttig. Deze initiatieven brengen ons niet alleen dichter bij elkaar, maar voegen ook nieuwe manieren van waarnemen toe die bijvoorbeeld voor mensen met een visuele of auditieve beperking van grote waarde kunnen zijn. Zo ontwikkelde David Eagleman een vest dat geluid vertaald naar trillingen op het lichaam. Woorden zijn zo te ‘verstaan’ via je torso. Je zou zo kunnen bedenken dat dezelfde trillingen geschreven berichten kunnen vertalen voor mensen met een visuele beperking. Deze technologie staat nog in de kinderschoenen. Maar, zoals Rohde aangeeft, zal er steeds meer mogelijk worden. Het voelen van hologrammen, het aanraken van voorwerpen in een virtual reality-omgeving of het bellen met je hand en toetsen op je huid. Het zijn maar een paar voorbeelden. Of het ooit genoeg zal zijn om echt het gevoel van samenzijn na te bootsen, is natuurlijk nog maar de vraag. Een knusse kerst ver van elkaar maar toch heel dichtbij, blijft nog even toekomstmuziek. Tot die tijd moeten we het doen met liefdevolle woorden. Of een hartje.  
Wie de data heeft, heeft de macht?
13 Dec 2016 -
In het leven draait het om vertrouwen, getuige de overweldigende reacties op Jan Terlouws recente pleidooi voor
‘het touwtje in de brievenbus’. Waar Terlouw sprak over vertrouwen in de mensen om ons heen, maken wij ons in een digitaliserende wereld ook druk om het vertrouwen in grote bedrijven; hoe gaan zij om met onze gegevens? Data is in rap tempo een nieuwe valuta aan het worden. Het beheren van gegevens is vandaag de dag een aantrekkelijke machtspositie. In dit opzicht is het interessant om te kijken naar een overeenkomst die de komende tijd wordt afgerond omtrent de clouddiensten voor onderwijs en overheid. Wat is de situatie? Onlangs heeft Surfnet, een organisatie die zich richt op online communicatie tussen kennisinstituten, acht bedrijven aangewezen om de dataopslag en communicatie van al het middelbaar en hoger onderwijs en verscheidene onderzoeksinstellingen te overzien. Onder de bedrijven zitten onder andere KPN, Amazon, en Microsoft. Deze overeenkomst roept een aantal vraagtekens op. Enerzijds lijkt het positief om dergelijke belangrijke zaken centraal te regelen, om zo een eenheid te vormen waarbij al het kapitaal en expertise bij elkaar komt. Anderzijds wil je natuurlijk een monopolie vermijden. Dat een handjevol bedrijven de diensten zullen verlenen, en dat deze acht op hun beurt weer door een enkele organisatie zijn uitverkoren, vergt voldoende toezicht. Surfnet spreekt van het ‘ontzorgen’ van het onderwijs door van deze overeenkomst. Met dit ontzorgen gaat uiteraard altijd een verlies van controle gepaard; hoe meer je uitbesteedt, hoe minder je zelf in de hand hebt. KPN pronkt zelf met hun aanpak van de Managed Hybrid Cloud, een middenweg tussen de betrouwbaarheid van de private Cloud en de grootschaligheid en flexibiliteit van de public Cloud. Of het een niet ten koste zal moeten gaan van het ander, dat zal nog moeten blijken, want zo gaat dat veelal met de weg van het midden.  
Het nieuwste van het nieuwste op de NOT
6 Dec 2016 -

Volgende maand is weer tijd voor de NOT, de grootste vakbeurs voor het onderwijs in de Benelux. Vijf dagen lang, van dinsdag 24 januari tot en met zaterdag 28 januari, staat de Jaarbeurs in Utrecht in het teken van het onderwijs. Een feest! Leraren wiskunde, help me even: hoeveel nachtjes slapen is dat nog?

Zoals gezegd: de grootste vakbeurs. En dat is wel te zien aan het aantal deelnemers en activiteiten op beurs. Al zou je het willen: aan alle workshops meedoen is gewoon onmogelijk. Er zijn er namelijk meer dan 400, meldt de organisatie. En dat zijn nog niet eens alle activiteiten op de beurs. Ik denk dat we best kunnen zeggen dat de beurs voor iedereen die ook maar iets met onderwijs doet, iets te bieden heeft.

De aankomende editie heeft een aantal actuele thema’s. Interessant voor docenten, maar ook voor andere professionals. Een belangrijke rol is weggelegd voor innovatie. De organisatie heeft drie ‘innovatieroutes’ uitgestippeld voor het PO, VO en MBO. Deze route leidt volgens de organisatie langs ‘het nieuwste van het nieuwste’, en uit elke route zijn de vijf meest opvallende innovaties genomineerd voor een prijs. Deze NOT Innovatie Award 2017 wordt uitgereikt op de eerste dag van de beurs.

‘Ict in het onderwijs’ is ook een belangrijk actueel thema van de beurs. Remco Pijpers, strategisch adviseur van Digitale Geletterdheid, geeft een workshop over de vier digitale vaardigheden die de kinderen van nu onder de knie moeten hebben. Denk hierbij aan mediawijsheid, informatievaardigheden en basiskennis van ict.

Jonge leraren worden deze editie in het zonnetje gezet. Vrijdag 27 januari is de beurs van hen. Docenten die maximaal vijf jaar actief zijn in het onderwijs, kunnen die dag advies krijgen van leraren van het jaar. Docent geschiedenis Jan Willem van den Bos (leraar van het jaar 2013) geeft een workshop over passie. Hij legt uit waarom het docentschap het mooiste vak van de wereld is, en hoe docenten leerlingen kunnen motiveren.

Bij het aanmelden voor de beurs kun je van tevoren aangeven bij welke kennissessie je wilt aanschuiven. Je vindt de workshops die voor jouw van belang zijn sneller als je filtert op thema, functie en sector. Zo hoef je niet die ellenlange lijst door te scrollen. Daar is je fysiotherapeut ook zeker blij mee. Kortom: ik wens iedereen die naar de beurs gaat heel veel inspiratie en - niet te vergeten - plezier!

Een kijkje in de glazen bol
29 Nov 2016 -
Om maar even twee clichés op elkaar te stapelen: regeren is vooruitzien, en vooruitzien is koffiedik kijken. Of toch niet? Nu het jaar 2016 op z’n eind loopt, is het desalniettemin interessant om een voorstelling te maken van wat er komen gaat in medialand. We hebben een paar prognoses naast elkaar gelegd. Qua inhoud zien we een steeds
grotere nadruk op openheid en feitelijkheid. Lezers worden zich steeds meer bewust van de zogenaamde click-bait artikelen. Dit zijn artikelen met een titel of introtekst waar er sensationele beloftes worden gedaan over de inhoud. U kent ze wel, met koppen als: ‘Nummer zes zal je verbazen!’; en ‘Dit is wat de experts niet willen dat u weet!’ Gebakken lucht, en dat besef dringt langzaamaan door tot het grote publiek. Deze toenemend kritische houding van de lezer zien we ook terug in het nadruk van het op orde hebben van alle feiten. Google heeft een nieuwe functie ontwikkeld die specifiek bedoeld is om betrouwbare van onbetrouwbare bronnen te scheiden, de Google Factcheck. Daarnaast zal het voor vele content-makers noodzakelijk zijn om meer hun niche op te zoeken. Dat wil zeggen: met brede content zonder al te veel verdieping ga je al snel ten onder in de stroom van talloze andere artikelen en filmpjes met hetzelfde onderwerp. Als je een stuk schrijft met de titel ‘Hoe je online klanten kunt vinden’, dan ben je dertien in een dozijn. Echter, als je in plaats daarvan kopt met bijvoorbeeld: ‘Hoe je vaste klanten bindt via Facebook advertenties’, dan ben je al interessanter, zij het voor het kleinere groep mensen. Kwaliteit staat hier boven kwantiteit. Bij de nieuwsmedia zien we een toenemende nadruk op bewegend beeld. Video’s worden steeds belangrijker, getuige hun explosieve groei het afgelopen jaar. Volgens de voorspelling zal deze groei het komende jaar doorzetten. Bovendien zullen live streams belangrijker worden. YouTube en Facebook bieden deze mogelijkheid al standaard. Een gevolg van deze ontwikkeling is dat internet nog meer de rol van televisie overneemt. Over de grote doorbraak van virtual reality wordt al een krappe twee decennia gespeculeerd. De technologie bestaat, maar tot nu toe is het geen producent gelukt om VR-content te ontwikkelen die zowel functioneel als betaalbaar is. Misschien lukt het in 2017. Uiteindelijk zijn alle trends wispelturig. 2017 wordt een jaar waarin de gigantische vraag naar content voor steeds meer innovatie zorgt.  
Sorry, het e-book is uitgeleend
15 Nov 2016 -
Een boek is een boek. Papier of niet. Daarom moeten er voor het uitlenen dezelfde regels gelden voor fysieke boeken en e-books. Dat vindt de Vereniging Openbare Bibliotheken (VOB) en
deze maand kreeg de vereniging gelijk van het Europese Hof van Justitie. Goed nieuws voor de bieb, maar uitgeverijen zijn er niet blij mee. Bibliotheken betalen nu nog licenties aan uitgeverijen voor e-books, alsof het software is. Voor elk e-book dat uitgeleend wordt, moet de bieb een vergoeding betalen aan de uitgeverij. Voor papieren boeken betaalt de bieb een leenrechtvergoeding die direct naar de auteur gaat. Niet vreemd dus dat de uitgeverijen liever een andere uitspraak zagen. Zij missen straks de inkomsten van het digitaal uitlenen. Daarnaast vrezen ze dat de e-books van de bieb de verkoop in de weg staat. Dezelfde verkoop die er nu juist voor zorgt dat het weer beter gaat met de uitgeverijen, zoals ik schreef in een eerdere blog. Een echt boek koop je om later nog eens door te bladeren of om mee te pronken in de boekenkast. Maar waarom zou je een digitaal boek kopen als je het ook voor een habbekrats kunt lenen? Of de uitgeverijen echt wat te vrezen hebben, moet nog blijken. Vooralsnog zijn de papieren boeken van de bieb veel populairder dan de digitale versies. Vorig jaar werden er 74 miljoen papieren boeken uitgeleend, tegenover 4 miljoen e-books. Wel zit het lenen van e-books in de lift. Volgens CB Logistics zijn in het derde kwartaal 63 procent meer e-books uitgeleend dan in hetzelfde kwartaal vorig jaar. En sinds dit jaar werd er elk kwartaal meer e-books uitgeleend dan verkocht. Als de regels voor e-books en papieren boeken straks gelijk zijn, wil dit nog niet zeggen dat de bieb onbeperkt dezelfde e-books mag aanbieden. Het Hof stelt de digitale versie en papieren versie zo gelijk, dat het principe ‘een exemplaar, een gebruiker’ geldt. Net zoals met met fysieke boeken, kan dus één e-book maar door één persoon geleend worden. Logisch, maar ook een beetje raar want dit betekent dat leden van de digitale bibliotheek straks ook gewoon moeten wachten tot een digitaal boek ‘terug’ is. Discussies aan de balie van de bieb als de hond de kaft te pakken heeft gehad, zullen er in ieder geval niet zijn. De bits en bytes blijven eeuwig fris. De VOB is blij met de uitspraak, want ‘zo kan de openbare bibliotheek in de digitale wereld de maatschappelijke rol blijven vervullen die bibliotheken hebben in de samenleving.’ Vorige maand ben ik ook lid geworden van de digitale bibliotheek. Ten eerste omdat ik graag lees en ten tweede omdat ook ik de maatschappelijke rol van de bibliotheken belangrijk vind. En e-books horen daar in deze tijd bij.  
Voorspelling: Je zakt! (misschien)
8 Nov 2016 -
‘Achteraf gezien, zou ik het allemaal anders gedaan hebben.’ Wie heeft het niet gedacht, of gezegd. Wat zou het toch fijn zijn als je alles van tevoren wist, toch? Eind vorige maand meldde Kennisnet dat zij straks wellicht kunnen
voorspellen welke student het diploma haalt en welke niet. Samen met het Nova College hebben zij onderzocht ‘welke mogelijkheden ongestructureerde data biedt voor het voorspellen van studiesucces’. Ongestructureerde data zit (nog) niet, zoals gestructureerde data, in een database. Volgens Kennisnet moeten we denken aan ‘intakeverslagen, studieloopbaangesprekken en andere correspondentie met de student’. Door middel van tekstanalyse van deze stukken, kan volgens Kennisnet in de toekomst nauwkeurig worden voorspeld of een student zijn papiertje haalt. Een handige tool voor veel mbo-instellingen, schrijft Kennisnet. Toch maken voorspellende machines mij altijd een beetje nerveus. Voorspellen blijft namelijk een vak apart. Denk maar aan het weer. Dat doen we al jaren en niet altijd met evenveel succes. Nou zijn de gevolgen voor een regenbui op je stranddag te overzien. Maar wat betekent een ‘rood scherm’ voor een toekomstig student? Het doet me denken aan een voorbeeld uit het onlangs verschenen ‘Je hebt wél iets te verbergen’, een boek (aanrader!) van Maurits Martijn en Dimitri Tokmetzis over ‘het levensbelang van privacy’. In dit voorbeeld beschrijven zij hoe Amerikaanse rechters programma’s gebruiken om de kans te berekenen dat een verdachte opnieuw een misdaad begaat. Deze uitslag weegt mee in de strafmaat, maar klopt vaak niet, is de conclusie van een onderzoek van de website ProPublica. Volgens de website kunnen de programma’s maar slecht voorspellen (slechts 20 procent werd correct voorspeld) en zijn de systemen bevooroordeeld over zwarte Amerikanen. Met alle gevolgen van dien: bepaalde groepen blijven ten onrechte langer in de gevangenis. Nou zit het met de nauwkeurigheid van de tekstanalyse wel snor, volgens de projectleider Willem-Jan Swiebel. De analyse had het in 72 procent van de gevallen bij het rechte eind. En in de toekomst worden de voorspellingen alleen maar nauwkeuriger, denkt Swiebel. Toch blijf ik twijfelen aan deze ontwikkeling. Want wat doet een school met jongeren die een rood scherm krijgen? Worden zij preventief naar huis gestuurd, nog voordat ze zichzelf kunnen bewijzen? Aan de andere kant kan het systeem juist gebruikt worden om kansen te vergroten, niet uit te sluiten. ‘Geen diploma’ kan dienen als een wake-up call voor de student en de uitdaging voor de school om alles op alles te zetten om deze student toch te laten slagen. Dat laatste zou mooi zijn.  
Hoe de pestkop uit de klas verdween
1 Nov 2016 -
Pesten op school. Bijna iedereen is er weleens mee in aanraking gekomen. Misschien werd je gepest of was je zelf de pestkop. Misschien was je alleen getuige. Naar gelang de duur en de intensiviteit kan pesten verregaande gevolgen hebben voor de ontwikkeling van het kind, en een klein deel zal de negatieve gevolgen zelfs op latere leeftijd nog ervaren. Het slechte nieuws is dat pesten nog altijd bestaat en het leven van veel schoolgaande kinderen moeilijk maakt. Het goede nieuws is dat in een
onderzoek van Onderwijs in Cijfers een daling van dit nare fenomeen is geconstateerd. Het aantal kinderen dat maandelijks of zelfs wekelijks wordt gepest daalde tussen 2014 en 2016 van 14 procent naar 10 procent, zo luidt de conclusie. Reden tot blijdschap, al voegt de stichting er vanzelfsprekend aan toe: 'Elk kind dat wordt gepest is er één te veel'. Over de reden van de daling kan gediscussieerd worden. Het afnemen van pesten op school is in lijn met de trend van de eveneens dalende criminaliteitscijfers in de westerse wereld. Voor staatssecretaris van Onderwijs Sander Dekker is het echter een klare zaak: ,,Deze cijfers laten zien dat je verschil kunt maken, als je op school maar actief en serieus aan de slag gaat.’’ Dekker kan heel goed gelijk hebben. Enigszins voorspelbaar is zijn reactie wel: het was namelijk onder zijn toezicht dat er enkele jaren geleden een plan van aanpak werd opgesteld om van scholen een zo veilig mogelijke leeromgeving te maken. Het speerpunt van deze aanpak is dat scholen bij wet werden verplicht om pesten aan te pakken. De nadruk ligt op preventie; voorkomen is immers beter dan genezen. Bestrijden van pesten kan op verschillende manieren, maar uiteraard is de eerste stap het opmerken en bespreekbaar maken van het probleem. Slachtoffers kunnen hulp krijgen om zelf weerbaar te worden, en ook de daders kunnen met aandacht en zorg weer op het goede pad komen. Ook door het probleem in de klas bespreekbaar te maken kan de sfeer worden verbeterd. Wanneer de overheid, leraren, ouders, en uiteraard ook de kinderen de handen ineen slaan om een beter sociaal milieu te creëren, daalt het aantal pesters nog meer.  
Lekker lezen op de bank
25 Okt 2016 -
Nederlanders lazen in 1975 gemiddeld zo’n
zes uur per week. Kunt u zich dat voorstellen? Zes uur. Dat is nogal wat. Nu is dat minder dan de helft. Tel daar de economische crisis en het nieuwe bestaan online bij op en je ziet de ramp voor de uitgeversbranche voor je. De afgelopen periode hebben uitgeverijen 30 procent van hun omzet zien verdwijnen. Oplagen kelderden en adverteerders verhuisden met de consumenten mee naar het web. Het was, en is, niet makkelijk. Maar er is licht aan het eind van de tunnel; het economisch bureau van ABN Amro kwam deze maand met goed nieuws. Voor het eerst sinds de crisis ziet de uitgeversbranche zijn omzet stijgen. Het best presteren de boekenuitgevers. Zij zagen hun omzet vorig jaar ook al stijgen. En alhoewel het nog steeds een uitdaging is voor dagbladen en tijdschriften, meldt het bureau dat de moeilijkste jaren ook in deze sector voorbij zijn. Na acht lange jaren laten uitgevers de misère achter zich, denken de economen van de bank. Het toverwoord laat zich makkelijk raden: digitalisering. Door de digitalisering van gedrukte media, moet de branche weer gaan floreren. Volgens het bureau komt dat nu goed op gang. Het duurde allemaal zo lang, omdat zowel de consument als de uitgevers geen haast hadden. Uitgeverijen vreesden dat hun producten illegaal gedownload zouden worden en lezers houden liever een echt boek dan een e-reader vast. Maar toch zit er nu (eindelijk, zoals ABN het noemt) vaart in de digitalisering. Goede afspraken met de verkopers hebben een deel van de angst bij uitgeverijen weggenomen. En doordat boekenuitgevers hun producten digitaal goedkoper aanbieden, wordt de lezer verleid met een e-reader of tablet op de bank te kruipen. En dat is toch weer leuk nieuws, zo tegen het eind van het jaar. Vooral nu iedereen wel een tablet of e-reader heeft, lijkt niets de digitalisering nog in de weg te staan. Wellicht kunnen we met z’n allen zelfs onze leestijd weer een beetje opkrikken. 1975 zal het wel nooit meer worden. We hebben maar beperkt tijd en aandacht te verdelen. Maar stel je eens voor. Deze wintermaanden, heerlijk alleen ondergedompeld in talloze avonturen. Warm op de bank, schaaltje pepernoten erbij. En dat dan zes uur per week. Wat zou dat fijn zijn, zelfs met een e-reader.  
Hoe noem je een man die juf is?
18 Okt 2016 -
Een leraar voor je neus, dat is geen vrije keus…’ zong Bart de Graaff (
wie kent hem nog?) jaren geleden op de wijs van No Milk Today. Als kind is er niet aan te ontkomen, naar school gaan is een plicht. Leraar zijn, daarentegen, is wel een vrije keus. Echter niet één die door beide geslachten in gelijke aantallen wordt gemaakt. De man-vrouwverhouding in het basisschoolonderwijs raakt in Nederland steeds meer uit balans. Momenteel is deze verhouding 1:7 in het voordeel van de dames. Al mag het woord ‘voordeel’ met een korrel zout worden genomen. Redenen voor deze scheefgroei zijn snel te vinden. Gebrek aan doorgroeimogelijkheden en vaste contracten, een matig salaris, weinig aanzien, en een voornamelijk op vrouwen gerichte vooropleiding. Als mannen toch de pabo hebben gevolgd, komen ze terecht in een werkomgeving waar ze een vreemde eend in de bijt zijn. Het is tegenwoordig zelfs niet ongewoon dat een mannelijke leerkracht louter vrouwelijke collega’s heeft op zijn school. Iedereen die de ervaring kent om als enige man deel te nemen aan een groepsgesprek weet dat dit soms ongemakkelijk aan kan doen. In een maatschappij waarin mensen zich steeds meer bewust worden van de verhoudingen tussen man en vrouw zorgt deze onbalans voor de nodige bezorgdheid bij ouders. Immers, een leerkracht vervult een zeer belangrijke voorbeeldfunctie. Dat mannen en vrouwen (over het algemeen) andere benaderingen en invalshoeken hebben, mag als vanzelfsprekend worden gezien. Hoe gaat de gemiddelde man/vrouw om met zaken als ruzie, problemen thuis, of de wispelturigheid van kinderemoties? Ook de manier waarop de leerkracht inspeelt op interesses van de leerlingen verschilt: mannen hebben nu eenmaal vaker dan vrouwen affiniteit met bijvoorbeeld contactsporten of ict. Hoewel kinderen in veel opzichten hun schooltijd allemaal op vergelijkbare wijze beleven, zijn sommige gedragspatronen veel typischer voor jongens dan voor meisjes. Dan helpt het als de leerkracht kan reageren vanuit eigen ervaring. Onder andere de ChristenUnie maakt zich hard voor herstel van de balans. ‘Fifty-fifty, net als de samenleving’ is in hun eigen woorden de doelstelling. Met meer aandacht en waardering voor docenten (denk aan de Dag van de Leraar iedere 5 oktober) kan ons beeld over de leerkracht in positieve zin veranderen. En als een rolmodel als de onder kinderen zeer populaire Mees Kees niet genoeg is om het beeld van de jolige leraar weer in zwang te krijgen, dan is er nog het Veel Meer Meester initiatief. Laten we hopen op snel succes. Het zou zonde zijn er een dag komt waarop een basisschoolkind uit oprechte interesse vraagt: ‘Hoe noem je eigenlijk een meneer die juffrouw is…?’  
Pimp je Linkedin!
11 Okt 2016 -
Ik weet dat het goed voor me is, maar toch laat ik het links liggen. En ik niet alleen. Veel anderen in mijn omgeving zeggen het wel te hebben, ‘maar er niets mee te doen’. Stuk voor stuk halve profielen, ooit aangemaakt en weer vergeten. LinkedIn is daarmee voor mij een beetje de vergeten groente van de sociale media. Voordat de LinkedIn-liefhebbers boos worden: inderdaad, dit is mijn subjectieve, ongefundeerde mening. Er zijn genoeg anderen die wel lol beleven aan LinkedIn. En gelijk hebben ze. Ongeveer de helft van alle zzp’ers op LinkedIn scoort opdrachten via het medium, volgens de
ZZP Barometer. Daar kan iedereen vrolijk van worden. LinkedIn laat Twitter en Facebook ver achter zich als effectief middel voor zelfstandigen. Een goed LinkedIn-profiel is dus geen overbodige luxe. Maar met 433 miljoen wereldwijde gebruikers en meer dan 6 miljoen gebruikers in Nederland, is een goed profiel maken makkelijker gezegd dan gedaan. Mijn profiel is een goed voorbeeld van hoe het niet moet. Ooit aangemaakt toen ik nog op school zat en daarna niet meer naar omgekeken. Kan eigenlijk niet, en mag zeker anders. Daarom besloot ik voor deze blog mijn profiel te ‘pimpen’. Dit zijn een aantal goede tips die ik daarbij tegenkwam. LinkedIn geeft je de mogelijkheid het webadres te veranderen. Standaard is dit je naam met een aantal tekens. Niet fraai en lastig te onthouden. Je kunt dit aanpassen door op de url onder je profielfoto te klikken. Dan ga je naar Public Profile, links zie je een knop die helpt het adres te wijzigen in iets simpels. Hetzelfde geldt voor je ‘headline’ – de tekst onder je naam. Standaard is dit je huidige functie en het bedrijf waarvoor je werkt. Ook hier kan je een eigen draai aan geven. Een kleine tip, maar het ziet er gelijk anders uit in de lijst met andere profielen. Voeg bewijsstukken toe! Heel gemakkelijk maak je van je LinkedIn-pagina een digitaal portfolio door bij je ‘experience’ niet alleen te vertellen wat je kan, maar dat ook te laten zien. Als je een eigen website hebt, vergeet dan niet een link toe te voegen. Daarnaast kun je ook op je eigen site linken naar je profiel, met een zogenaamde badge. LinkedIn biedt een aantal standaard badges, waarvan je de code zo op je website kan zetten. Daarnaast kun je ook een gepersonifieerde badge ‘bouwen’.  Ga hiervoor naar ‘Public Profile’ en klik helemaal linksonder op ‘create a public profile badge’. Zo’n link staat natuurlijk ook leuk onderaan je e-mails. Je ‘Profile Strength’ wordt linksboven op je profielpagina aangegeven. Hoe voller die cirkel is, hoe beter. De cirkel vult zich, als jij je profiel uitbreidt. Als je eenmaal bezig bent, wordt dat een leuk spelletje. Mijn cirkeltje is nog niet vol, maar ik heb de smaak zeker te pakken. Ik ga nog even verder.  
De app wordt hybride
4 Okt 2016 -
Wetenschappers schertsen weleens dat een nieuwe theorie door drie fases heen moet voordat het algemeen geaccepteerd wordt: Fase 1: Dit is onzin. Fase 2: Dit klopt misschien, maar het heeft geen praktisch nut. Fase 3: Dit is briljant en ik was de eerste die het ontdekt heeft! Met nieuwe technologie is het niet veel anders. Hoewel geen enkel weldenkend mens nu nog twijfelt aan het nut (praktisch of financieel) van apps, heeft toch even geduurd voordat het ontwikkelen van apps volwassen werd. Het verschil met de wetenschap is dat nieuwe technologie vaak niet wordt beperkt door ongeloof, maar door gebrek aan middelen, veelal geld. Zo ook met mobiele applicaties, oftewel apps. Toen deze technologie ontstond waren het voornamelijk de meest welvarende bedrijven die de sprong durfden te maken om een app te ontwikkelen. Dit is namelijk niet zonder risico’s, omdat vooraf vaak moeilijk te voorspellen valt of de app lucratief zal zijn. Tegenwoordig is deze drempel minder hoog, en dat komt voornamelijk doordat er een omslag is geweest van native apps naar hybrid apps. Wat houdt deze omslag precies in? Het kenmerk van native apps is dat ze worden geprogrammeerd voor een specifiek platform, zoals iOS of Android. Ze kunnen dus niet op andere toestellen worden gebruikt. Dat beperkt de afzetmarkt. Bovendien zijn deze apps geschreven met relatief ingewikkelde programmeertalen, zoals Java of ObjectiveC. Dit vereist gespecialiseerde programmeurs, die hun expertise zoals u begrijpt niet voor een zacht prijsje beschikbaar stellen. Daar is inmiddels verandering in gekomen. Veel app-ontwikkelaars hebben de omslag gemaakt van native naar hybrid. Dit laatste houdt in dat apps op meerdere platformen kunnen draaien. De gecompliceerde programmeertalen van de native apps hebben het veld geruimd voor meer toegankelijke webtalen, zoals CSS of Javascript. Door snellere processoren in mobiele apparaten kunnen de hybrids steeds beter concurreren met de natives. Op z’n Cruyffiaans gezegd heb ook dit voordeel z’n nadeel. De ongecompliceerdheid van de native apps betekent wel dat er minder functies mogelijk zijn. Toch brengt de grotere toegankelijkheid - meer programmeurs en lagere kosten - veel kansen op innovatie. Naast het feit dat een app op meerdere apparaten kan worden gebruikt, ligt de kracht van deze nieuwe technologie ook steeds meer in het integreren van meerdere applicaties. In recente jaren hebben we veel populaire apps gezien waarin mensen door middel van de locatiegegevens van hun mobiel bij elkaar zijn gebracht, denk maar aan Tinder (relaties), Uber (vervoer), of Airbnb (overnachten). In toekomst zullen mensen alleen maar meer mogelijkheden vinden om via mobiele communicatie in elkaars wensen te voorzien. De mogelijkheden zijn nog lang niet uitgeput.  
Ieder kind wordt ict’er
20 Sep 2016 -
Een watertafel en een bouwhoek? Pff, dat is ouderwets. Nee, als je de kinderen van vandaag echt iets wil bijbrengen waar ze morgen wat aan hebben, bouw je een technieklokaal met virtual reality-brillen, digitale interactieve tafels en mini-robotjes. Althans, dat is wat een
basisschool in Eindhoven deze zomer deed. Het idee is dat de kinderen vroeg kennismaken met ict-technieken en programmeren. Een mooi voorbeeld van leerlingen die niet alleen leren werken met tablets en laptops (wat ze vaak al heel goed kunnen!), maar ook leren begrijpen hoe deze apparaten werken. Want goed ict-onderwijs gaat verder dan de klas overladen met iPads. Hans de Boer, voorman van de ondernemersorganisatie VNO-NCW brak eind vorige maand nog een lans voor meer ict-onderwijs op de basisschool en de middelbare school. Volgens De Boer is deze kennis van groot belang, ongeacht welk beroep je kiest. Wie later goed mee wil komen, moet deze vaardigheden onder de knie hebben, vindt De Boer. ,,Vooral in deze tijd van digitalisering en robotisering.’’ Helemaal geen gek idee: ict neemt al jaren een steeds grotere plek in onze samenleving in. Daarnaast kunnen we bijna niet meer zonder in ons dagelijks leven en op ons werk. Ict-vaardigheden zijn daarom niet alleen belangrijk voor programmeurs, maar voor iedereen. De Boer is niet de enige met deze mening. Een aantal basisscholen vroegen Kennisnet en brancheorganisatie PO Raad om hulp. Ook zij zijn van mening dat kennis van programmeren en ict van groot belang is. De vraag is alleen, hoe pak je dit als school aan? Deze vraag werd bij twee schoolbesturen neergelegd, en resulteerde deze zomer in een leerlijn die door alle basisscholen is te gebruiken. Van de kleuterklas tot en met de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Ook de Europese overheid ziet het belang, en organiseert daarom sinds 2013 elk jaar de zogeheten ‘Codeweek’. Een week lang worden door heel Europa activiteiten gehouden die kinderen kennis moet laten maken met programmeren. Dit jaar wordt de week gehouden van 15 tot en met 23 oktober. Bibliotheken, scholen en andere organisaties die hieraan mee willen doen, kunnen via de website een toolkit downloaden en aanmelden. Blogger Frank Kool schreef er op deze plek al eerder over. Dus laat die blokken in de bouwhoek maar voor wat ze zijn. Dit najaar bouwen de kinderen een app!  
Gamend naar je proefwerk
13 Sep 2016 -
Slechte gewoontes, we hebben er allemaal wel een paar. Neuspeuteren, vloeken, snoepen, noem maar op. Veel ouders scharen veel online gamen en chatten ook onder ongewenst gedrag. Nu zal hier niet beweerd worden dat gamen of appen inderdaad slechte gewoontes zijn, wel kunnen we stellen dat het vaak veel tijd en aandacht vraagt. Menig ouder vraagt zich af of al die uren online niet beter besteed had kunnen worden aan studeren. De Australische wetenschapper Alberto Posso deed
onderzoek naar het online-gedrag van 12.000 leerlingen en vergeleek hun studieprestaties met het aantal uren dat zij achter het beeldscherm doorbrachten. Het resultaat is enigszins verrassend: chatten is slecht voor schoolprestaties, online gamen is juist goed. Het is niet de eerste keer dat de wetenschap zich mengt in de veelal publieke discussie over de invloed van nieuwe media op de nieuwe generatie. In het begin van de jaren ’90 greep de rage van computerspellen om zich heen, en tegen het einde van dit decennium hadden de meeste mensen al internet in huis (herkent u dit geluid nog?). Het is nu misschien moeilijk voor te stellen, maar nog geen vijfentwintig jaar geleden gingen er in de Amerikaanse senaat stemmen op om geweld in computerspellen door censuur aan banden te leggen. Nu de bekommering over de inhoud van computerspellen grotendeels is geweken, blijft de zorg over hoeveel tijd deze hobby van de leerling vraagt. De ongeruste ouder gaat uit van het principe dat ieder uur dat wordt besteed aan gamen of chatten een uur is minder studietijd is. Op zichzelf gezien een waarheid als een koe, maar dat is misschien niet hoe de werkelijkheid in elkaar zit als het gaat om digitale ontspanning. Een uur besteed aan chatten is verloren tijd, maar een uur dat aan gamen wordt uitbesteed lijkt geen negatieve gevolgen te hebben op de rapportcijfers. Sterker nog: volgens het onderzoek verbeterden de schoolprestaties naarmate de leerlingen meer en meer tijd ‘verspeelden’ op het web. Natuurlijk moet dit nieuws niet zomaar met open armen worden ontvangen. De kracht van Posso’s onderzoek zit hem in de zeer grote onderzoeksgroep, maar de zwakte zit hem in het gebrek aan verklarende kracht. Er is een duidelijk verband tussen gamen en schoolprestaties (positief) en chatten en schoolprestaties (negatief), maar hoe en waarom dit zo is, blijft onduidelijk. Niet dat de gemiddelde scholier hier wakker van zal liggen, die is immers druk bezig om tot ver voorbij middernacht zijn virtuele machinegeweer leeg te schieten op tegenspelers uit de hele wereld. Want dat wiskunde examen van morgen zit toch al in de broekzak. Nietwaar?  
Privacy? Als ik kip eet is er niets aan de hand
6 Sep 2016 -
Een advertentie van een supermarkt in Amsterdam op Facebook. Een advertentie voor kipnuggets op YouTube.  Ik woon in Utrecht en ik eet geen vlees. Als dit is wat Google en Facebook denken dat bij mij past, moeten de bedrijven nog veel over mij leren. En dat willen ze ook. Onze persoonlijke informatie is goud waard. De apps mogen dan misschien wel geen geld kosten, betalen doen we: met onze privacy. Eind augustus werd bekend werd dat Whatsapp zijn privacy-voorwaarden tóch aanpast. Ook al had het bedrijf nog zo beloofd dat niet te doen. De berichtendi
pexels-photo-46924enst gaat gegevens uitwisselen met Facebook, de eigenaar van de app. Het gaat om account-informatie, waaronder je telefoonnummer. Facebook is onder meer eigenaar van Instagram, Moves en Oculus. En met de privacy-aanpassingen komen ook de adverteerders. En voor Whatsapp het geld. Moeten we ons zorgen maken? Nee, zegt Whatsapp. Integendeel. Het wordt juist beter: advertenties op Facebook worden scherper afgesteld op de gebruiker en de bedrijven die Whatsapp gaan gebruiken, kunnen klanten herinneren aan afspraken en melden dat er een pakketje onderweg is. Toepassingen waar sommige gebruikers best op zitten te wachten. En wie niet wil, hoeft niet mee te doen. Gebruikers kunnen het delen van gegevens voor marketingdoeleinden uitzetten in de app (Instellingen > account > deel mijn accountinformatie). Maar dit zegt niets over de andere doeleinden. En dat is een flink nadeel aan het gebruik van deze ‘gratis’ diensten. Je hebt geen goed zicht op die andere doeleinden en ook niet op alle informatie die over jou beschikbaar is. Van hardloop-apps, elektrische auto’s en calorieëntellers tot onlinewinkels en populaire spelletjes als Pokémon Go. Ze bewaren allemaal gegevens. Deze gegevens zijn versnipperd misschien wel niet zo een groot probleem. Maar als gegevens bij elkaar komen, is het een heel ander verhaal. Denk aan China en het ‘sociaal krediet-systeem’. Iedere burger moet vanaf 2020 een openbaar rapportcijfer krijgen voor onder andere hun gedrag en moraal.  Hoe lager je score, hoe slechtere burger je bent. Met alle gevolgen van dien. Een ander voorbeeld: de Russische app FindFace maakt het mogelijk je camera op wildvreemden te richten en binnen een paar seconde alles over hen te weten. De app gebruikt gezichtsherkenning en zoekt het bijpassende profiel op VKontakte (een soort Russische Facebook) op. Geen fijn idee, maar gelukkig erg ver van ons bed. Toch moeten we niet uit het oog verliezen dat bedrijven als Google en Facebook steeds meer databronnen koppelen. Dit hoeft natuurlijk niet gelijk het einde van de wereld te betekenen. Het internet denkt nog steeds dat ik een kipetende Amsterdammer ben.2 Daarnaast zijn er tal van voorbeelden te noemen waarin het verzamelen van data ons wel helpt. Bijvoorbeeld de druktemeters voor pleinen tijdens Koningsdag. Of iPhone-assistent Siri die mij ’s morgens vertelt hoe lang de reis naar het werk gaat duren. Of de Amerikaanse Diabetes Associates, die hun data door IBM Watson Health laat analyseren om met die informatie patiënten te helpen. Ook de lijst met mooie voorbeelden is eindeloos.  
Een schoolplein vol ouderen
30 Aug 2016 -
Kattenmens of hondenliefhebber? Zoet of hartig? Hokjes genoeg om mensen in te delen. Ook veelzeggend: hoeveel plezier haalde jij uit je onderwijs? Ging je fluitend naar school en rekte je je studententijd eindeloos uit, of was jouw schoolcarrière als een gevangenisstraf? Het antwoord op deze vraag is in de toekomst wellicht niet alleen een karakterschets voor jongvolwassenen, maar ook voor senioren. Tenminste, als we het Scandinavische voorbeeld volgen en nadenken over een
leerplicht voor ouderen. Door een samenspel van economische en maatschappelijke veranderingen is de werkloosheid onder senioren een probleem geworden in de westerse wereld. Het is goed nieuws dat we gemiddeld langer in goede gezondheid leven, een keerzijde van deze zegen is wel dat hiermee de AOW leeftijd steeds hoger wordt. Nu is het voor jongeren al moeilijk genoeg om aan een baan te komen, senioren staan helemaal voor een haast onmogelijke uitdaging bij het vinden van een nieuwe baan. Zeker wanneer je de afgelopen decennia werkzaam bent geweest in een sector die door technologische vooruitgang (het woord mag hier met een korrel zout worden genomen) niet meer relevant is. Daarnaast, als het pensioen nog maar een paar jaar in de toekomst ligt is het voor werkgevers niet bijster interessant om iemand een kans te geven in je bedrijf. De Noordse Raad, een samenwerkingsverband van de Scandinavische landen en IJsland, heeft een rapport opgesteld over de toekomst van de arbeidsmarkt: Working Life in the Nordic region. Dit rapport windt er geen doekjes om: de gedachte dat iedereen iets kan leren en iets bij kan dragen aan de arbeidsmarkt van de toekomst is niet realistisch, en zelfs niet barmhartig (lezen we op bladzijde 19). In een snel veranderende en digitaliserende wereld is het de taak van de samenleving om een ‘veilig en degelijk leven te bieden’ aan degenen die het simpelweg niet bij kunnen houden. Daarom pleiten zij voor verplichte en continue training voor iedereen die werk zoekt; een leerplicht die nooit ophoudt. Een interessante aanpak die nog geen weerklank vindt in ons eigen land. Hoewel de Noordse landen de ouderen maar al te graag weer in de schoolbanken zien zitten, zijn Nederlandse ouderenbonden niet onder de indruk van het idee. Niet een gebrek aan onderwijs, maar vooroordelen over ouderen zijn de schuld van de werkloosheid, zo denkt men hier. Welke van de twee ideeën, leerplicht voor senioren of het bestrijden van vooroordelen, de beste is, zal de toekomst uit moeten wijzen. Tot die tijd is het in ieder geval een grappig idee om je voor te stellen; zo’n schoolplein vol 65-plussers.  
Apps voor de klas
23 Aug 2016 -
De zomervakantie zit erop en het schooljaar is begonnen! Zo'n nieuw begin is een uitgelezen kans om eens wat anders te proberen. Een papierloze klas, bijvoorbeeld. Oké, helemaal papierloos gaat waarschijnlijk niet lukken, al is het maar omdat je niet alle boeken tegelijk bij het oud papier kan zetten. Hoeft ook helemaal niet. Een succesvolle school weet namelijk een balans te vinden tussen papier en digitaal. En met de onderstaande apps, begin je al goed. Laat het nieuwe schooljaar maar komen.
Teacherkit is een app die een deel van de administratie van docenten digitaliseert. Volgens docenten zeker handig aan het begin van het jaar, omdat de populaire gratis app het mogelijk maakt een plattegrond van de klas te creëren. Zo weet je snel wie waar zit. Een ander pluspunt is de absentieregistratie, maar de app houdt ook andere dingen bij, zoals cijfers en notities over het gedrag. Het is geen vervanging van het veelgebruikte Magister, maar zeker handig om erbij te hebben. Een nadeel is dat de app niet in het Nederlands is. Engels, Frans, Duits en Spaans zijn wel beschikbaar. Het bijhouden van administratie en cijfers kan ook in Showbie, maar deze app (deels gratis en in het Nederlands) kan nog veel meer. Het is een interactieve app, waarmee je instructies en feedback kan geven, chatten met de leerlingen en hun werk kan delen met de ouders. De app heeft ook een pro-versie, waarmee nog meer mogelijk is. Google Classroom combineert al het fijne van Google (docs, Gmail, YouTube, calendar) in een omgeving die perfect is voor docenten. Met deze toepassing kunnen docenten huiswerkopdrachten 'uitdelen' en leerlingen kunnen deze vervolgens maken in Google docs en digitaal inleveren. Nakijken, corrigeren en beoordelen gaat ook allemaal digitaal. Toetsen Er zijn heel veel apps waarmee je quizjes kunt maken. Dit is natuurlijk veel leuker dan een S.O. op papier. Socrative Teacher doet ongeveer hetzelfde, maar maakt er een spelletje van. De app kan na de test ook een ‘rapportje’ maken. Zo weet de leerling welk cijfer hij of zij gehaald heeft. Deze app is in het Nederlands beschikbaar en kent een gratis versie en een betaalde variant met meer functies. Maar er zijn er nog veel meer. In een eerder blog noemde ik ook al eens kahoot en Quizstud. Voordat je allerlei toepassingen gaat gebruiken in de klas, moet je goed kijken of het wel past binnen de visie op ict op jouw school. Het lukraak van alles toepassen kan een negatief effect hebben, zowel voor de docenten als de leerlingen. Meer weten? Lees dan mijn blog over ict-toepassingen in de klas.  
Iedereen kan filmen
17 Aug 2016 -
Video neemt een steeds grotere hap uit het internet. Niet alleen het aantal views en de hoeveel content groeit hard, ook de verscheidenheid aan tools en toepassingen. Geweldig! Videomarketing is voor ‘the happy few', maar is nu - letterlijk - binnen handbereik van iedereen. Van geen budget tot ‘geld speelt geen rol’. Dit is niet alleen goed nieuws voor de ondernemer, maar ook voor diens klant. Deze krijgt er een hele nieuwe informatieve en interactieve ervaring bij: kennis wordt niet langer uitsluitend overgedragen in tekst. Reden genoeg dus om 'iets' met video te doen. Maar wat? Videoblog Een Videoblog, of vlog, is een van de meest toegankelijke toepassingen. iedereen heeft tegenwoordig wel een telefoon met een behoorlijke camera. Hiermee kun je binnen vijf minuten een informatief filmpje schieten, zodra je weet wat je boodschap is. Een mooi voorbeeld zijn de
vlogs van Frankwatching. Het filmpje is daarna ook te bewerken op de smartphone met gratis apps als YouTube Capture en Clipper. Of apps waarvoor je moet betalen zoals Apple's iMovie. Zo makkelijk, dat je er geen computer voor nodig heb. Maar dat kan natuurlijk wel, als je het wat professioneler aan wil pakken. Het is natuurlijk helemaal mooi als je een goede camera hebt met een statief. Wat betreft de software, kun je het ook hier weer zo duur maken als je zelf wilt: je kunt ervoor kiezen software te kopen of gebruik te maken van gratis programma's als Movie Maker van Windows of bijvoorbeeld Filmora. Webinars Wie de smaak te pakken heeft en een stap - of flinke stap - verder wil gaan, kan nadenken over webinars. Dit zijn seminars voor op het web, die een beetje lijken op tv-shows. Hier zijn verschillende formats voor. Zo kan het een vraaggesprek zijn tussen twee personen, of een groepsgesprek met meerdere gasten aan een tafel. Wat ze allemaal gemeen hebben is dat ze live zijn: hartstikke tof, want zo kunnen kijkers inbellen of vragen stellen via Facebook of Twitter. Er ontstaat zo een heel interactieve samenzijn met je doelgroep. Tip: als je hen van tevoren laat inschrijven voor de webinar, bouw je ook aan je mailinglist. Een goed voorbeeld van een webinar is die van de Kamer van Koophandel. Zij gebruiken meerdere camera's, een studio en een presentator. Dit valt natuurlijk niet binnen ieders budget, maar ook daar is een oplossing voor. Denk bijvoorbeeld eens aan Google Hangouts. Het is misschien niet zo gelikt als in een studio, maar het principe blijft hetzelfde: je nodigt gasten uit om te praten over een onderwerp en kijkers kunnen live meepraten. Andere oplossingen zijn er ook. Zoals AnyMeeting. Deze tool biedt je voor een vast bedrag per maand de software die nodig is om een webinar uitzenden. De rest, studio, camera, enzovoort, moet je zelf regelen. Heb je daar geen zin in, dan kun je altijd nog een productiebureau inschakelen. Zij nemen een hoop werk uit handen. Als je zo een mooie stroom aan videocontent hebt opgebouwd, wil je natuurlijk niet deze video’s staan te verstoffen in een donker hoekje van je website. Een mooie, simpele manier om je video’s te delen is in een videonieuwsbrief. Lees voor meer info over nieuwsbrieven mijn vorige blog.
Ik zie wat je denkt
9 Aug 2016 -
‘Wie weet wat er in jou omgaat?’ Een gewetensvraag die een aantal voor de hand liggende antwoorden heeft: je partner, een van je ouders, je beste vriend(in), je gedachtelezende computer.
Wacht even, een gedachtelezende computer? Nu lopen we op de zaken vooruit, maar dit zou binnen afzienbare tijd een legitiem antwoord op de vraag kunnen zijn. Toegegeven, de term ‘gedachtelezen’ klinkt misschien een beetje wazig en doet al snel denken aan bovennatuurlijke vermogens. Maar zover hoeven wij niet te gaan. Immers, iedereen is een gedachtelezer als dit geïnterpreteerd wordt als de kunst om af te leiden wat er in iemand omgaat. Psychologen noemen het
Theory of Mind: het vermogen om een beeld te vormen van het perspectief en innerlijke leven van een ander. Gray1197De computer doet het anders. Wetenschappers in de VS zijn erin geslaagd om de gedachten van proefpersonen in een afbeelding weer te geven. Proefpersonen werden aan een MRI-scanner aangesloten en kregen honderden portretfoto’s te zien. De activiteit van specifieke hersendelen werden geanalyseerd (voor de geleerden onder ons: de gyrus angularis en de occipitale kwab) en vergeleken met de getoonde foto’s. Na flink wat rekenwerk werd de ‘code’ van het zien en verwerken van gezichten gekraakt. De computer ziet wat je denkt. De proefpersonen kregen vervolgens nieuwe portretfoto’s te zien en het was aan de computer om deze foto’s aan de hand van de de hersenscan weer te geven. De resultaten zijn nog niet bepaald haarscherp te noemen (klik hier en oordeel zelf), maar het feit dat dit zelfs in zo’n ruwe vorm mogelijk is, is waanzinnig. De mogelijkheden die een dergelijke technologie biedt zijn snel te bedenken. Als het geheugen betrouwbaar genoeg is (al is dit nog maar de vraag) kan een verfijnde versie van de gedachtelezende computer gebruikt worden voor getuigenverklaringen. Of denk aan een nieuwe vorm van kunst die louter bestaat uit de gedachten van de kunstenaar. En als dit met beeld kan, waarom dan niet met geluid? Wie weet wordt muziek in de toekomst niet in een studio, maar in een laboratorium opgenomen. BoekMaar het kan nog gekker. In zijn toonaangevende boek Superintelligence: Paths, Dangers, Strategies beschrijft auteur Nick Bostrom het scenario van een computer die door het analyseren van lichaamstaal een goede inschatting kan maken of iemand liegt of niet. Prangende vragen over privacy te over. Wat wellicht nog interessanter is, is het gegeven dat wij niet alleen tegen anderen liegen, maar ook tegen onszelf. Vraag jezelf nu maar eens af: heb je behoefte aan een computer die jou de hele dag de keiharde waarheid verteld? Mocht u dit beangstigend vinden, geen nood. Er zal vroeg of laat vast een computerprogramma worden gemaakt die u als geen ander kan begeleiden om deze angst te overwinnen.  
Hoe maak ik een nieuwsbrief?
2 Aug 2016 -
Winkels, bedrijven, tijdschriften, hobbyisten en bloggers: alles en iedereen heeft tegenwoordig een nieuwsbrief. En waarom ook niet? Een nieuwsbrief kan een groot publiek bereiken en aan je te binden. Tenminste, als je het goed doet. Net zoals met alle social media, zijn er richtlijnen voor een goede nieuwsbrief, maar deze zijn gelukkig niet in beton gegoten. Desalniettemin is het slim om voordat je begint, je eerst goed te oriënteren. Maak voor jezelf duidelijk wat je wil bereiken met de nieuwsbrief. Wil je als bedrijf laten zien wat voor kennis je in huis hebt? Wil je klanten of freelancers aan je binden? Of wil je simpelweg je passie delen met anderen? Stel een concreet doel en maak het vooral niet te breed. Zo voorkom je dat je de abonnees overspoelt met informatie. Maar maak het ook niet te smal: je moet immers genoeg te vertellen hebben om meerdere nieuwsbrieven mee te vullen. Wat er in de nieuwsbrief komt, hangt dus nauw samen met je doel. Als je dit scherp hebt, weet de lezer ook wat deze van jou kan verwachten. Een goede tip is dan ook om in je nieuwsbrief één of twee vaste rubrieken en andere terugkerende elementen op te nemen. Maar dan ben je er nog niet. De nieuwsbrief moet worden vormgegeven en verzonden. Dat vergt geen webdesigners en ict’ers meer. Er zijn veel programma’s op de markt met sjablonen om een gelikte nieuwsbrief te maken. Sommige zijn zelfs gratis, of hebben een gratis starterspakket. Als je de smaak te pakken hebt, word je toch wel klant. Gratis of niet, hangt vaak af van de frequentie en oplage van de nieuwsbrief.
MailChimp, een van de bekendste applicaties, biedt bijvoorbeeld een gratis pakket aan voor een mailinglist tot 2000 abonnees. Wil je uitbreiden, dan moet je daar voor betalen. De software houdt ook bij hoe goed de nieuwsbrief wordt gelezen. MailChimp is niet de enige aanbieder. Een andere bekende is Constant Contact. Deze heeft geen gratis pakket, maar biedt een proefperiode van 60 dagen. Aweber heeft een proefperiode van 30 dagen. Hetzelfde geldt voor Cakemail. Andere opties zijn: Campaign Monitor, Good Bits en TinyLetter. Die laatste is van de makers van MailChimp en helemaal gratis. Wel is het natuurlijk een wat minder uitgebreide variant. Keuze genoeg op het gebied van software om de eerste nieuwsbrief te maken en te verzenden. Aan de slag!
Go! Nu begint het
25 Jul 2016 -
Niets nieuws aan mensen die onoplettend over straat lopen omdat al hun aandacht naar hun smartphone uitgaat. Maar vanaf nu zult u het waarschijnlijk alleen maar vaker zien, met een kleine verandering: mensen gaan gericht op een straathoek of parkpad af om na enkele tikken op de telefoon een vreugdekreet te slaken. De reden voor deze blijdschap? Hij of zij heeft ongetwijfeld een zeldzame Pokemon gevangen. Niemand kan de rage
Pokemon GO zijn ontgaan. Het is inmiddels twintig jaar sinds het eerste Pokemon spel uitkwam. In dit computerspel draait alles om het vangen en trainen van de vreemde wezens waar het spel naar vernoemd is. Na het succes van het eerste deel kwamen er nog vele opvolgers, maar de nieuwste telg in deze serie is bijzonder omdat het gebruik maakt van een technologie die in de toekomst alles zal veranderen: augmented reality (‘toegevoegde realiteit’). Augmented reality is een manier om de werkelijkheid en het virtuele in elkaar over te doen lopen. Iets is augmented reality als het een live beeld is van de wereld, met daaroverheen door computer toegevoegde informatie. Ingewikkeld? Het bestaat al jaren. Een voorbeeld is een live verslag van een voetbalwedstrijd waarbij de stand en speeltijd in beeld staat. Door Pokemon GO wordt duidelijk hoe ingrijpend de toegevoegde werkelijkheid kan worden. De te vangen monsters vind je niet door met een toetsenbord een personage op een beeldscherm te besturen, maar door zelf over straat te lopen en op de kaart op je mobiel te zien waar ze ‘verstopt’ zijn. Dat de Pokemons in de buitenwereld ‘zijn’, zorgt voor nijpende situaties. Langzaamaan stromen de berichten binnen van hoe Pokemon jagers zich letterlijk of figuurlijk op verboden terrein begeven. Soms is dat nog grappig, zoals in een politiebureau of in de achtertuin van nietsvermoedende bewoners. Soms is dat niet grappig, en moet een Holocaustmuseum de makers van Pokemon GO vriendelijk verzoeken of hun locatie uit het speelveld verwijderd kan worden. Ook ProRail trok aan de bel: fanatieke spelers dwaalden gevaarlijk dicht bij het spoor rond. Volgens een woordvoerder van Veilig Verkeer Nederland is het wachten op het eerste dodelijke verkeersslachtoffer. Ironisch genoeg was een van de grote voordelen van augmented reality juist het feit dat mensen een groter overzicht op de buitenwereld konden hebben. Vliegtuigen en helikopters gebruiken al decennialang zogenaamde Head up displays, waarbij informatie op de ruit van de cockpit wordt geprojecteerd, zodat de piloot zoveel mogelijk zijn blik naar buiten gericht kan houden. De Google Glass, bood nog meer informatie, maar werd daarentegen geen succes. Niet dat zoiets vreemd is. Vaak worden de implicaties van nieuwe vindingen vooraf verkeerd ingeschat. Bekend voorbeeld: de auto werd begin 20e eeuw gezien als een goede oplossing voor luchtvervuiling, niet zo gek als je bedenkt dat de straten in grote steden toentertijd bezaaid lagen met paardenmest. Achteraf is het vaak moeilijk voor te stellen hoe slecht de gevolgen van nieuwe technologie toentertijd te voorspellen was. Zoals het woord Go! vaak wordt gebruikt om een race te starten, zo kan Pokemon GO worden gezien als het startsignaal van nieuwe fase waarin de virtuele en de echte wereld elkaar ontmoeten. Ik ben benieuwd wat de volgende stap zal zijn.
Nog meer ict omdat het kan?
12 Jul 2016 -

Mijn wiskundeleraar had een krijtje en altijd witte vingers. Niets vreemds aan. Zo hoorde dat. Toen dat krijtje vervangen werd door een marker en het schoolbord door een whiteboard, was dat een happening. Klinkt eeuwen geleden, maar dit is pas 10 jaar terug.

Als ik denk aan multimediale hulpmiddelen in mijn middelbare schoolklas (beeldbuis in stellingkast op wieltjes) en lees en zie wat er nu allemaal is, word ik stiekem wel jaloers. Digitale schoolborden, iPads, laptops, interactieve leermethodes: Ict-toepassingen maken het onderwijs niet alleen beter, maar ook leuker. Althans, als je weet hoe je ze toepast.

Volgens de LAKS-Monitor van dit jaar heeft ‘de modernisering in het onderwijs voorlopig nog wel een weg te gaan’. Op goed geluk iPads uitdelen en de boeken bij het oud papier zetten, maakt het onderwijs niet per se beter. Volgens het onderzoek is  minder dan de helft van de scholieren tevreden over het ict-gebruik op school. Een kwart is zelfs ontevreden. 27 procent is zelfs niet blij met de hoeveelheid ict-toepassingen.

Het klaslokaal lukraak vol proppen met allerlei ict-snufjes maakt dus niemand blij. Niet de docent, en niet de leerling. Ook de leerprestaties gaan er niet op vooruit. Maar dit betekent niet dat we weer terug moeten naar het krijtje en witte vingers, zoals sommige critici beweren. Het betekent daarentegen wel dat er een duidelijke visie moet zijn. De toepassingen in de klas moeten ook echt iets toevoegen, raadt LAKS aan. Maar hoe doe je dat?

Een standaardformule is hier niet voor. Wel geeft de meest recente Vier in balans-monitor van Kennisnet een paar heldere richtlijnen. Zo moeten scholen het doel van de toepassingen niet uit het oog verliezen. Wie ict effectief wil inzetten, moet weten voor wie het werkt en wanneer het werkt. De toepassingen moeten daarnaast aansluiten bij de stijl van de docent, en de manier waarop de leerlingen leren. Het lijkt vanzelfsprekend, maar dat is het dus nog lang niet altijd.

Er liggen nog volop kansen in de digitalisering van het onderwijs. Gelukkig zijn een hele hoop scholen en uitgeverijen zich daar ook van bewust. Om mijn jaloezie te voeden, heb ik voor de grap mijn oude lesmethode voor Frans eens opgezocht. Nu: een eigen leerroute, oefentoetsen, video-uitleg en een digitaal hulpmiddel om woordjes te leren. Toen: een boek en een schrift.

Stiekem bekruipt mij het gevoel dat als ik dit toen had, een praatje bij de plaatselijke boulangerie mij nu veel makkelijker af zou zijn gegaan. Deux baguettes, s’il vous plaît.

Food for thought
5 Jul 2016 -
Denk even terug aan alle dingen die wij vroeger hebben geleerd op school. Alle hoofdsteden in Europa, de stelling van Pythagoras, Duitse grammatica, evenwichtige voeding zonder al te veel zoetigheden… Alhoewel, dat laatste is misschien meer van deze tijd. Als het aan het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) ligt in ieder geval wel, want het instituut ziet graag
alle snoepautomaten uit de scholen verdwijnen. Waarom zou je immers in de les uitleg geven over gezond eten terwijl de automaat om de hoek uitpuilt van kleurstofrijke caloriebommen, zo redeneert het RIVM. Burgerbetutteling of goede raad van bovenaf? Het initiatief staat in een lange reeks van overheidsbesluiten om schadelijk gedrag van burgers aan banden te leggen. Zo heeft vooral de tabaksindustrie het zwaar te verduren: na een algeheel verbod op reclame voor rookwaar volgden verplichte waarschuwingsstickers, en later een rookverbod voor de horeca. Stond er vroeger bij een feestje nog vaak een glas met sigaretten naast de hapjes op tafel, nu is roken geheel en al not done. Sterker nog, het is een vergelijking geworden voor al het uit te bannen gedrag. U heeft vast weleens iemand horen zeggen dat te lang zitten ‘het nieuwe roken’ is. In hoeverre is het aan de scholen om consumentengedrag te sturen? Uiteraard is onderwijs meer dan alleen maar kennis overzetten van lerarenhersenen naar leerlinghersenen. Op school leer je ook normen en waarden, leer je voor jezelf opkomen, en beginnen de eerste vage antwoorden op de grote levensvragen vorm te krijgen. Een school die naast voorlichting over goede voeding ook daadwerkelijk gezonde voeding aanbiedt is consequent te noemen, maar moet dit ook ten koste gaan van de mogelijkheid om een zoete snack te kunnen kopen? In hoeverre moet een school gewenst gedrag sturen, of zelfs afdwingen? Het iconische snoepautomaat in de gang of aula zal naar alle waarschijnlijkheid vroeg of laat verdwijnen - al is de discussie nog niet voorbij - om plaats te maken voor de zogenaamde ‘gezonde schoolkantine’. Misschien een verbetering, maar stiekem ben ik blij dat ik nog jeugdherinneringen heb aan pauzes waarin ik mijn geplette boterhammen met kaas opzij schoof voor gevulde koeken of een reep chocolade.
Niet bellen! We appen
27 Jun 2016 -

Je kon er vergif op innemen: na een app’je belde mijn vader steevast terug. ‘Het is makkelijker om te praten’, zei hij dan. ‘Dit gaat veel sneller zo.’ Dat vervelende gepriegel op zo’n klein schermpje, was niets voor hem. Dat ik überhaupt zo mijn gesprekken kon voeren, was voor hem een raadsel. Bellen is toch ook veel persoonlijker?

Ik begreep op mijn beurt niet wat er nou zo vervelend was aan app’en. De drang naar synchrone communicatie (telefoon, Skype, etc.) werkte mij op mijn zenuwen. Ik heb meer te doen. Als ik dan niet opnam, was hij verbaasd. Ik was tenslotte in de buurt van m’n telefoon (in mijn hand!) en door te app’en gaf ik aan tijd te hebben voor een gesprek, toch?

Soms is dat ook zo. Maar even vaak stuur ik een app’je tussen de bedrijven door, of voer ik nog vijf andere gesprekken. Dat is het mooie aan asynchrone communicatie: het geeft je juist de vrijheid om het allemaal tegelijk te doen. Daarbij komt dat je primaire reactie onzichtbaar blijft. Je kan berichten skippen als je er even geen zin in hebt, met je ogen rollen als je weet dat het onzin is en je kan zuchten zo hard als je wilt.

Dit is voor mij ook direct het meest voelbare verschil tussen zijn generatie (X), mijn generatie (Y), en de jongeren van nu: Het nieuwe communiceren. Direct voelbaar omdat X moeilijk kan wennen aan de versnipperde gesprekken, terwijl jongeren niet per se direct contact hoeven. Sterker nog, ze willen het liever niet. Dat zit alleen maar in de weg.

Het maakt multitasken immers vrijwel onmogelijk en het ontneemt je de vrijheid om langer over je antwoorden na te denken of deze aan te passen. Maar wat moet je hier nou mee als synchroon communicerende generatie X’er? Hoe kun je deze jongeren alsnog bereiken?

Als ouder kan je best online een gesprek aanknopen. Verdiep je daarom in communicatiemiddelen zoals Snapchat (meer dagelijkse gebruikers dan Twitter!), Instagram, Facebook Messenger en WhatsApp. En verwacht er niet te veel van. Verwacht ook zeker niet direct antwoord. Gun generatie Y’ers en de jongeren van nu de ruimte om te ‘skippen’, en geef ze de tijd om te ‘rollen met hun ogen’ en ‘zo hard te zuchten als ze willen’.

Oh en When in Rome, do as de Romans do: check terwijl je wacht nog even Facebook, tweet een gevatte opmerking of kijk wat YouTube. Met mijn vader is het helemaal goedgekomen. Hij rolt nu met zijn ogen en zucht, voordat hij mij met tegenzin terug app’t: ‘Bellen gaat veel makkelijker’. 

Slimmer door muziek?
17 Jun 2016 -

Onderwijs is niet zelden een oefening in omgekeerde psychologie: vertel leerlingen dat iets leuk of belangrijk is, en een groot deel van hen zal er alleen maar afkeer van krijgen. Schoolvoorbeeld: literatuur. Er zijn veel mensen die na de middelbare school jarenlang geen boek meer hebben aangeraakt omdat ze hun buik vol hadden van figuren als Multatuli, Reve, en Wolkers. Juist op de leeftijd waarop je je wellicht begint te interesseren voor de groten der aarde worden ze je in de schoolbanken opgedrongen, niet altijd een stimulans.

Hoe zit dat dan met muziekles? Muziek is als pizza of slagroomijs: je hebt mensen die zeggen dat ze het heerlijk vinden, en je hebt mensen die liegen dat ze barsten. Een voorliefde voor muziek is veel vanzelfsprekender dan een voorliefde voor boeken. Muziekles in het openbaar onderwijs beperkte zich tot op heden tot een zuinig aantal lesuurtjes in de onderbouw waarbij de leerlingen wat theorieles krijgen, hier en daar een gouwe ouwe van Sting analyseren, en een enkele keer met een keyboard mogen stoeien. Als het aan Jet Bussemaker minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ligt komt hier verandering in: zij wil namelijk meer muziekles in het basisonderwijs.

Het persoonlijke pleidooi van Bussemaker spreekt tot de verbeelding. Een beetje Hollandse nuchterheid kan echter geen kwaad. Bussemakers stelt dat Mozart haar heeft ‘geholpen bij nieuwe inzichten tijdens het schrijven van mijn proefschrift’. Het lijkt een knipoog naar het zogeheten ‘Mozart effect’, het idee dat luisteren naar klassieke muziek (Mozart in het bijzonder) je intelligenter zou maken. Een romantische gedachte. Dat klassieke muziek prettig is op de achtergrond tijdens intensief intellectueel werk, nemen we graag aan, maar hetzelfde kan gezegd worden van monotone muziek als hardcore of zelfs muziek uit computerspelletjes, zonder dat we hier pretentieus over hoeven te doen. Muziek kan heel wat losmaken, dat hoeft echter nog geen reden te zijn om er beleid van te maken.

Desalniettemin lijkt Bussemaker op het goede spoor te zitten. Muzikale oefening is goed voor de ontwikkeling van kinderen en mag zeker meer aandacht krijgen in het onderwijs. Misschien hebben we dan over vijftien jaar weer eens een artiest van formaat op het Eurovisie Songfestival staan. Misschien.

Pen of app?
7 Jun 2016 -
Het Japanse karakter voor Nederland bestaat uit 19 lijnen. Ik weet dat, omdat ik ze de afgelopen dagen honderden keren heb gezet. Met een vulpen op een wit A4’tje. Keer op keer. Hopeloos ouderwets, natuurlijk. Zeer tijdrovend en onnodig: Ik heb gewoon een laptop en een iPad en ik ben van de generatie die werkstukken niet meer handgeschreven mocht inleveren. Toch, toen in september de lessen weer begonnen, was het eerst dat ik kocht een pak schriften. Ik heb er nooit zo bij stilgestaan, tot een paar dagen geleden. Ik hou ontzettend van leren. Maar ik vind dat het altijd leuker kan. Zeker anno 2016. Vooral als het ouderwets ‘stampen’ betreft. Honderd keer ‘Nederland’ schrijven heeft namelijk best wat weg van strafregels. En het voelt soms ook zo. Mijn docent raadde eens
Tako’s Japanese aan. Een app waarmee je spelenderwijs Japanse karakters leert schrijven. Animaties geven aan wat de schrijfvolgorde is en met de interactieve minigames leer je ze onthouden. Helemaal top. Zo’n minigame is ook leuk als je op de bus staat te wachten. Dat kan je van een kladblok met strafregels niet zeggen. Leuker leren is vaker leren. En door dat ik vaker leer, blijven er veel meer woorden hangen in een kortere tijd. Mijn docent speelt daar handig op in. Hij maakt gebruik van de app Memrise, om zijn lessen te ondersteunen. Hiermee leer je gemakkelijk allerlei woorden uit je hoofd. De app richt zich niet alleen op het Japans, maar ook enorm veel andere talen. Ook kun je zelf cursussen toevoegen. Op middelbare scholen is wrts heel populair. Door dergelijke overhoor-apps zijn de gevreesde lange woordenlijsten verdwenen. Bij Memrise wordt ook een score bijgehouden. Zo ontstaat er een wedstrijdje in de klas. Natuurlijk wil je met vlag en wimpel bovenaan staan. Helemaal als je er een pasfotootje bij kan zetten. En nog leuker wordt het met apps als Kahoot  en QuizStud. Waarmee je, je raadt het al, een quiz kunt maken of spelen. Handig voor docenten, schrijven de makers. Ze stellen dat met behulp van de quiz de leerprestaties van de leerlingen ‘spelenderwijs’ kan worden vergroot. Het sleutelwoord is spelenderwijs. Want leren is leuk. En wat is er op tegen als het nog een beetje leuker wordt?
Leren in de moestuin
26 Mei 2016 -

In deze tijd zijn er ontwikkelingen gaande die het onderwijs rigoureus veranderen. Door een veelvoud aan nieuwe technologieën zullen toekomstige generaties op geheel nieuwe wijze kennis maken met kennis. Veel lezers zullen de intrede van de computer in het onderwijs hebben meegemaakt, of hebben als student gezien hoe steeds meer informatie – of dit nu gaat om lesmateriaal, of contact tussen studenten en docenten – naar de digitale snelweg is omgeleid.

Maar door alle technologische trends kunnen we vergeten dat het onderwijs ook verandert in de manier waarop leraren en leerlingen met elkaar omgaan. Naar school gaan is altijd al als meer gezien dan enkel het overbrengen van kennis; naar school gaan is vooral een les in sociale omgang. Een simpele manier om het educatieve roer om te gooien? Vergeet dat stoffige lokaal, en ga naar buiten.

Naar buiten, echt waar? In Nederland is dat niet altijd een gangbare optie. Maar als de weergoden ons goed gezind zijn kan een uitstapje in de frisse lucht veel betekenen voor het leerproces. Dat is de insteek van de Buitenlesdag, een initiatief waarmee scholen zich bewust moeten worden van de mogelijkheden die het schoolplein te bieden heeft. Want als er iets is waar kinderen slecht in zijn, dan is het wel stilzitten. Een actieve, en vooral participerende manier van les krijgen kan veel betekenen.

Want je kunt nog zoveel informatie zien en horen, als je iets zelf ontdekt of fysiek voor je ziet, dan pas valt het kwartje echt. Daarom kan het een vondst zijn om door middel van sport en spel vakken als topografie of geschiedenis naar de zandbak of het grasveld te verplaatsen.

Geheel uniek is deze aanpak niet: in Rotterdam-Zuid loopt al enkele jaren het project Rotterdam Vakmanstad/Skillcity, een initiatief van filosoof en rasechte Rotterdammer Henk Oosterling. Met het motto 'Niet chillen maar skillen!' worden kinderen aangemoedigd om te zien dat zij allemaal een punt zijn in een groot netwerk waarin wij allemaal met elkaar in verbinding staan.

Voorbijgaand aan hokjesdenken of de frustratie van leven in een achterstandswijk krijgen de kinderen de ruimte om te leren. Een van de manieren waarop dat besef wordt overgebracht is door de kinderen hun eigen moestuintje bij te laten houden en het verbouwde groenvoer zelf te koken. Het antwoord op een steeds complexere wereld is de fysieke verbinding met diezelfde wereld. Een mooie gedachte.

Takenlijstjes geven vrijheid
18 Mei 2016 -

Als ik mijn leven in een Excel zou kunnen zetten, dan deed ik het. Echt. Ik heb een liefde voor lijstjes die met bijna niets te vergelijken is. Als ik orde zie, zie ik rust en ruimte. En andersom.

Ik heb lang gedacht dat ik het type vrije geest was dat floreert bij chaos. Alles moest 'organisch' en 'gezellig'. Dat was namelijk 'leuk' en 'authentiek'. Onzin, natuurlijk. Ik wil niemand beledigen die zo leeft, maar voor mij betekende het maar één ding: rommel. En rommel vraagt aandacht en neemt ruimte in.

Aandacht die je veel beter in andere zaken kunt steken. Vooral als ondernemer. En hoe kan je dat nou beter doen dan met lijstjes? Je maakt lijstjes namelijk niet om dingen te onthouden maar juist om ze te vergeten en dat geeft rust.

Er zijn vele tientallen apps en methodes die je daarbij helpen. Hieronder mijn top-5 die van je takenlijstjes een feestje maakt, waardoor je meer ruimte overhoudt voor belangrijkere zaken.

#1. Herinneringen

Geen onbekende app voor gebruikers van Apple. Maar wel een hele krachtige en mijn favoriet. Herinneringen is simpel, zonder z’n veelzijdigheid te verliezen. Ik gebruik het non-stop. Eén van mijn favoriete functies is de mogelijkheid om een herinnering niet aan een tijdstip maar aan een locatie te koppelen. En natuurlijk alles cloud.

#2. WeDo

De jongste app in dit rijtje. Eind april gelanceerd en moet zich stiekem nog bewijzen. De app is gemaakt om samen te werken. De gebruiker maakt zelf verschillende groepen, of ‘tribes’ aan, en houdt contact via de chatfunctie. Daarnaast ziet de app er erg mooi uit.

#3. Trello

Ik heb Trello al eens eerder genoemd. Maar deze tool kan zeker niet ontbreken in mijn top-5. Wat Trello zo fijn maakt is dat het een ‘prikbord’ creëert waar de lijsten naast elkaar staan met afbeeldingen en bestanden. Een lifesaver die ook perfect is om met veel mensen aan één project te werken.

#4. Droptask

De takenlijst voor iedereen die eigenlijk helemaal niet van lijstjes houdt. Deze tool groepeert taken in cirkels, die makkelijk te verslepen en te hergroeperen zijn. Dus geen saaie opsomming van wat je allemaal nog moet doen!

#5. Bullet Journal

Dit is geen app. Geen computerprogramma. Laat staan web-based. Nee, deze methode, want dat is het eigenlijk, is hartstikke analoog. Perfect voor de Moleskine-o-fielen onder ons. Of voor wie geen genoeg krijgt van het ouderwetse pen en papier. De methode is zo simpel en overzichtelijk, dat ik vurig hoop dat hier ooit nog eens een app van komt.

Van groep 8 naar de universiteit
10 Mei 2016 -
In het onderwijs wordt niet alleen continu de vraag gesteld wat we moeten leren en hoe we moeten leren, maar ook wanneer we moeten leren. Dat je in de kleuterklas niet de stelling van Pythagoras voor je kiezen krijgt, mag duidelijk zijn. Maar op welke leeftijd kan je kinderen het beste een voorsprong geven in bijvoorbeeld
de Engelse taal? Of wanneer moet je beginnen met seksuele voorlichting? Op de basisschool is het volwassen leven nog ver weg. Pas op de middelbare school wordt er begonnen om na te denken over een geschikte studie. Hoogleraar Diederik Roest gaat een stapje verder met zijn project Online colleges voor leerlingen in groep 7 en 8. Roest, hoogleraar theoretische natuurkunde, ziet in basisschoolkinderen een gretig publiek vanwege de nieuwsgierigheid die bij die leeftijd hoort. Hij vindt het zonde dat hier niet op wordt ingespeeld. Samen met zes collega’s wil hij jonge kinderen van 11-12 jaar enthousiast maken voor de wetenschap. Door middel van online video’s en bijhorende opdrachten hoopt hij dat kinderen de wetenschap omarmen. Hij laat ze door onderzoek en nadenken zelf de antwoorden op vragen vinden. Inmiddels hebben al meer dan zestig scholen een beroep gedaan op de colleges van Roest en zijn team, en de reacties van de kinderen zijn positief. Dat een toekomst als wetenschapper veel basisschoolkinderen spannend in de oren klinkt, daar hoeft niet aan getwijfeld te worden. Wie heeft er vroeger niet van gedroomd om in een lange witte laboratoriumjas allerlei gevaarlijke stoffen met een geweldige explosie bij elkaar te brengen? Toch kan je je afvragen hoeveel toegevoegde waarde deze brug tussen universiteit en basisschool heeft. Kunnen leerlingen niet gewoon van hun eigen meester of juf te horen krijgen hoe het zit met de maan en de zon? Helpt dit echt om jonge leerlingen voor te bereiden? De overstap van groep 8 naar de brugklas is in die levensfase al een enorme sprong voorwaarts. Anderzijds: geheel nieuw is dit concept ook niet. Velen van ons hebben op jonge leeftijd een politieagent of brandweerman voor de klas gehad die voorlichting gaf over bijvoorbeeld vuurwerk of verboden middelen. Een nieuw gezicht voor de klas en een nieuwe methode kan misschien net dat verschil maken waardoor een wetenschapper in spé zijn passie ontdekt. Wie weet zal een toekomstige Nobelprijswinnaar zijn of haar dankrede beginnen met de woorden: ,,Het begon voor mij in groep 7…’’
Appen met je baas
5 Mei 2016 -

Ik heb mijn chef een keer ‘lieverd’ genoemd. Ik zei het zoals ik dat wel eens vaker zeg tegen vrienden. Maar chef was geen vriend en bovendien geen lieverd. Het bleef pijnlijk stil aan de andere kant van de lijn. Het mag duidelijk zijn: het was een beetje vreemd.

Gelukkig lachen we er nu om. Een slip of the tongue. Ik was thuis en totaal niet bezig met werk. Ik was zelfs een beetje overvallen door het telefoontje. Een vergissing die alles te maken had met de context. En context is belangrijk.

In de begintijd van WhatsApp gebruikte ik het, zoals bijna iedereen, vooral om gratis te sms’en met vrienden. En omdat er geen limiet zat aan de onzin die je kon ‘appen’, was dat ook vooral wat WhatsApp was: onzinnig gezwets.

Ik was dan ook verbaasd toen geïnterviewden appten, en later ook opdrachtgevers. WhatsApp was iets persoonlijks, vond ik. Daar hoorde zakelijke communicatie helemaal niet thuis. Daar was e-mail voor. Maar langzaamaan veranderde mijn WhatsApp-inbox tot wat het nu is: een verzameling van onzin, zakelijke correspondentie en kattenplaatjes. Een kleine rondgang langs vrienden vertelt hetzelfde verhaal. Al is lang niet iedereen daar even blij mee. Sommigen doen er dan ook alles aan om zakelijke communicatie via de app te beperken.

Ik snap dat wel. WhatsApp blijft toch iets persoonlijks. Alhoewel ik geen kwaad meer zie in een chef of collega die appt, blijft het toch vreemd, en eerlijk gezegd ongewenst, als een onbekende dit doet. Die klant of opdrachtgever hoort helemaal niet thuis op zo’n persoonlijk platform, tussen de kattenplaatjes, de ‘familie-app’ en wijnafspraken. Maar door te appen, plaatst deze zich wel ongevraagd in dat rijtje. Dat is vreemd. Net als iemand die je niet goed kent ‘lieverd’ noemen.

Maar WhatsApp helemaal niet zakelijk gebruiken, gaat naar mijn mening weer te ver. Want het werkt wel: even snel iets vragen aan die collega, of je chef op de hoogte brengen, gaat gewoon beter via de app dan via de mail. En sneller antwoorden ook.

Wat wel kan op WhatsApp en wat niet, verschilt sterk per persoon en per bedrijf. Iedereen heeft zo zijn ongeschreven regels. De één vindt ziek melden via de app bijvoorbeeld beter dan via de mail of sms. De ander vindt dat echt niet chic. Toch heb ik wel een paar regels ontdekt waar we het bijna allemaal over eens zijn: schrijf geen lange informele berichten, gebruik geen emoji’s en stuur geen berichten die net zo goed, of beter, via de mail kunnen.

Pretstudie? Wél kans op werk
21 Apr 2016 -

De zogenaamde ‘pretstudies’ liggen onder vuur. Taalstudies, politicologie, filosofie, kunstgeschiedenis, noem maar op: allemaal worden ze voortdurend met scepsis bekeken. Met de VVD voorop wordt er fel geageerd tegen deze en vergelijkbare studies die te weinig perspectief op de arbeidsmarkt zouden bieden.

We kunnen mijmeren over de tijd dat het advies ‘Gewoon je diploma halen, dan kom je vanzelf goed terecht’ nog wijze raad was. Maar zeker voor mensen die na de economische crisis aan een studie zijn begonnen loont het om goed na te denken over hoe deze jaren van leren (en in veel gevallen: geld lenen) zich uiteindelijk terug gaan verdienen. De eerste vraag is dus: zijn de zogeheten ‘pretstudies’ inderdaad kansloos?

Hoe afgezaagd het ook klinkt, de waarheid ligt, zoals zo vaak, in het midden. Mensen die de universiteit verlaten met een van de bovengenoemde diploma’s (zeker als het gaat om ‘slechts’ een bachelor) hebben het zeker moeilijker dan andere studies. Maar wie denkt dat een studie politicologie een enkeltje sociale werkplaats betekent, die zit er naast. Uit een arbeidsmarktonderzoek van de Universiteit Leiden bleek dat het overgrote deel van alumni van taalstudies, geschiedenis, filosofie en dergelijke wel degelijk snel aan het werk kwam. Een veelzeggend citaat uit de samenvatting: 71% van deze (master) studenten vond binnen twee maanden een baan. Meer dan drie kwart had direct een baan op hbo of academisch niveau. Afgestudeerden geven aan dat de academische vaardigheden, zoals het analyseren van maatschappelijke vraagstukken en het goed kunnen schrijven, het meeste bijdragen aan de loopbaan.

Het vooroordeel tegen deze studies is niet alleen kort door de bocht, het is ook nog eens schadelijk. Het stereotype beeld van de ‘pretstudent’ wordt klakkeloos overgenomen door tal van politici, columnisten, cabaretiers, en gebruikers van sociale media. Dit zorgt ervoor dat leidinggevenden bewust of onbewust deze vooroordelen met zich meenemen bij het beoordelen van sollicitanten: namelijk dat deze afgestudeerden geen praktisch nut hebben op de werkvloer en ongeschikt zijn voor functies voor hoogopgeleiden. Zo kan de pretstudiepessimist gelijk gaan krijgen, maar alleen omdat we collectief gaan geloven in een sombere voorspelling die pas waar is wanneer deze zichzelf waar maakt.

In een recent artikel in Trouw betoogt filosoof Ger Groot dat alfa-studies evenzeer een intellectuele uitdaging zijn omdat ze een groot beroep doen op onze intuïtie en ons vermogen om abstract te redeneren. Wellicht is het tijd om onze opvatting over pretstudies, studenten, en de arbeidsmarkt weer met een frisse blik te bekijken.

Geen cloud-je aan de lucht
12 Apr 2016 -

‘Pffwhoepp’. Een vreemd geluid. Opeens was het er. En het ging niet meer weg. Genoeg om een thuiswerker gek te maken. ‘Pffwhoepp’ . Twee dagen lang speurde ik naar de bron. M’n laptop, telefoon, tablet: alles was verdacht. Maar het leverde niets op. Het was niet de kachel, de kat, de koelkast of de ketel in de keuken. En ondertussen ging het gewoon door: ’Pffwhoepp’. ,,Het is de cloud, Toon.’’ ,,De cloud?’’ ,,Ja,’’ zei mijn vriend. Hij wees naar het kastje bij het raam. ,,Eens in de zoveel tijd controleert-ie of alles up-to-date is, en als dat zo is dan: pffwhoepp.’’

Hij had gelijk. Een tijdje geleden wilde ik een simpele ‘cloud’, voor administratie en opdrachten. Omdat ik werk op een vaste computer én een laptop, thuis én op locatie, waren er twee verschillende mappen ontstaan die beiden half up-to-date en half gelijk waren. Onhandig. Dat moest anders. Dus zetten wij onze NAS met cloudfunctie aan, maar eigenlijk was dit helemaal niet nodig. En bovendien vrij onhandig als je er niet veel van snapt. Gelukkig zijn er veel simpelere opties die zeer de moeite waard zijn voor zzp’ers. En vaak nog gratis ook.

Documenten Een klein rondje op het internet leert dat er genoeg opties zijn voor cloud storage. De bekendste zijn Google Drive, iCloud Drive, Dropbox en OneDrive van Microsoft. Wat handig is, hangt af van waar je op werkt (Mac, pc, tablet, etc.) en wat je aan ruimte nodig hebt voor je documenten. De gratis opslagruimte verschilt per aanbieder, net als de prijzen voor uitbreidingen.

Administratie Zo’n storage is een aanrader, maar neemt nog geen werk uit handen. Daar zijn andere ‘cloudoplossingen’ voor. Zoals Get Gekko. Met deze app houd je alles via je telefoon bij: uren, ritten, bonnetjes. De app telt het bij elkaar op en maakt er een handig overzicht van. Op basis van dat overzicht kan Get Gekko ook je facturen maken. De app is gratis, maar heeft ook een premiumversie met extra functies als teamleden toevoegen en automatische btw-rapportages maken. Andere veel gebruikte opties, die ongeveer hetzelfde kunnen, zijn: Shoeboxed (voor bonnetjes en kilometers), Hourstracker (urenregistratie) en Moneybird (administratie).

Projectmanagement Asana is een toffe projectmanagement tool voor teams, maar er zit ook wat in voor zzp’ers. De tool maakt een overzichtelijke lijst van je lopende projecten en je taken. Teamleden kunnen met de tool elkaar op de hoogte houden en taken verdelen. Maar ook zonder team is dit gewoon een hele mooie to to-lijst, die je projecten goed ordent. Inmiddels is de NAS met bijhorend geluid verdwenen en is mijn cloud hoe het hoort: onzichtbaar, overal bereikbaar en vooral stil. Heerlijk.

‘Hoofdstuk 6, zet je VR-bril op’
30 Mrt 2016 -

Voor veel mensen die zoals ik in de jaren ’90 zijn opgegroeid waren computerspelletjes een vast onderdeel van de dagbesteding. Na maandenlang sparen (of zeuren bij onze ouders) kregen we eindelijk die Nintendo of SEGA console en konden we urenlang gebiologeerd naar het televisiescherm staren. Met de controller in de hand bestuurden we een bewegende verzameling gekleurde blokjes die voetballers, auto’s, commando’s, of ruimteschepen voorstelden. Maar wat onze fantasie pas écht prikkelende, dat waren de eerste berichten over virtual reality (VR).

De gedachte dat zoiets ooit voor onderwijs (toentertijd de tegenpool van computerspelletjes) kon worden gebruikt, was absurd. Toch lijkt die tijd eindelijk aangebroken. Anno 2016 lezen we een rapport van Kennisnet over virtual reality in het onderwijs. VR kan levensechte ervaringen geven (vraag maar aan Mathijs ‘DWDD’ van Nieuwkerk). Is die techniek te gebruiken in het klaslokaal?

Redenen genoeg om sceptisch of voorzichtig te zijn. Voegt VR iets toe aan de leerervaring van kinderen? Meer plaatjes en bewegende beelden zijn niet altijd nodig wanneer juist lezen en nadenken zo bepalend zijn voor de intellectuele ontwikkeling. Sommigen zijn huiverig voor een steeds meer geavanceerde vorm van digitaal vermaak. Wat gebeurt er als VR uiteindelijk zo realistisch en verslavend wordt dat bijna niemand meer reden heeft om iets in het ‘echte leven’ te bereiken? Denk aan het ‘holodeck’ uit Star Trek, een levensechte virtuele ervaring waarin de gebruiker alles kan doen wat hij wil. Zoals een bekend internet-gezegde het uitdrukt: The holodeck will be the last invention mankind will ever make. Zoals vaak bij nieuwe technologieën, is de gulden middenweg de beste; zoeken naar uitgebalanceerde toepassingen waar VR tot haar recht komt.

Want naar alle waarschijnlijkheid zullen VR-helmen vroeg of laat net zo’n standaard onderdeel van het klaslokaal zijn als de kleurpotloden, de rekentafels en het Aap-Noot-Mies aan de muur. De eerste experimenten zijn er al. Wie weet zal het overbekende ‘Sla je boek open op bladzijde…’ binnenkort worden vervangen door ‘Zet je VR-bril op en ga naar…’ Ik ben benieuwd welke virtuele avonturen volgende generaties gaan beleven onder schooltijd.

Bolleboos vindt het ook leuk
15 Mrt 2016 -

Hét probleem van klassikaal onderwijs is het niveauverschil van de leerlingen. De één zit bij wiskunde peentjes te zweten, de ander lost de vergelijkingen met twee vingers in de neus op en kijkt verveeld naar buiten. Bij wiskunde hoorde ik bij de eerste groep, bij talen bij de beste van de klas. Om iedereen bij de les te houden zijn lestempo en leerstof niet afgestemd op de bollebozen van de klas, maar noodgedwongen iets onder het gemiddelde.

Dat is voor veel kinderen niet best. Uit onderzoek van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in 2014 bleek een kwart van alle leerlingen in het voortgezet onderwijs zich bijna altijd te vervelen op school. Onder toptalenten was dat ruim de helft. Nu, twee jaar later, zegt nog maar 14 procent van alle leerlingen zich regelmatig te vervelen en bij de knapste koppen van de klas is het percentage gehalveerd tot een kwart. Staatssecretaris Sander Dekker mag trots zijn op het resultaat van zijn Plan van Aanpak Toptalenten. Hij had er vier jaar voor uitgetrokken, maar halverwege is de winst al overduidelijk.

Op steeds meer scholen kunnen leerlingen vakken waarin ze uitblinken op een hoger niveau volgen, of hun opleiding versneld doorlopen. Docenten wisselen via fora onderling tips uit om maatwerk te kunnen bieden aan de knapste koppen en aan leerlingen die extra hulp nodig hebben. Die klinkende resultaten zijn het werk van bevlogen docenten maar ook van digitaal lesmateriaal dat steeds meer mogelijkheden biedt om onderwijs op maat aan te bieden. De prestaties worden per opgave bijgehouden. De computer zorgt ervoor dat de leerling zich niet verveelt, of juist weer wat extra ondersteuning krijgt. Bijkomend voordeel is dat de docent zo meer tijd heeft om bevlogen te vertellen over het moois van het vak en zelfs sprekers van buiten school krijgen een podium om leerlingen in de klas enthousiast te krijgen.

Andermaal: lof voor Dekker! Hij durfde het aan een plan te maken om de knappe koppen in de klas te prikkelen. En niet alleen de studiebollen hebben er baat bij: alle leerlingen plukken er de vruchten van. Zucht, zat ik nog maar op school.

Achter de enen en nullen zitten mensen
2 Mrt 2016 -

De discussie over de privacy van de burger is door de digitalisering actueler dan ooit. We moeten nadenken over de gevaren van de nieuwe mogelijkheden. De laatste casus in deze ontwikkeling: Apple weigert op verzoek van de FBI een iPhone van een verdachte terrorist te kraken.

Kraken iPhones Wat is er gebeurd? In december 2015 werd een aanslag gepleegd in San Bernardino (VS) waarbij maar liefst veertien mensen werden gedood en velen werden verwond. De FBI vroeg Apple om de iPhone 5c van een van de daders te kraken. De telefoon is beveiligd met een pincode. Apple heeft het besturingssysteem zo gemaakt dat de volledige inhoud van de telefoon wordt gewist als de pincode te vaak verkeerd wordt ingetoetst. Apple zegt dat het niet mogelijk is om de smartphone te kraken. Wat hierna gebeurde is nog interessanter: de FBI wil nu dat Apple haar besturingssoftware zo aanpast dat het wel mogelijk wordt iPhones te kraken. Apple weigert wederom. In een open brief zegt topman Tim Cook dat hij niet wil dat de FBI door deze eenmalige actie een ‘achterdeur’ krijgt waarbij alle iPhones (lees: onze privacy) kunnen worden gekraakt. De twee vechten het nu voor de rechter uit.

Dit voorval roept evenveel vragen als schrikbeelden op. Wat betekent het voor ons als opsporingsdiensten zulke macht in handen zouden krijgen?

1984 Het is een cliché om in dit soort discussies met verwijzingen naar George Orwell’s 1984 voor de dag te komen. Desalniettemin is er een detail uit het boek dat hier de aandacht verdient, namelijk hoe de hoofdpersoon Winston Smith opmerkt hoezeer het gewoonte wordt om te leven met de gedachte dat je ieder moment kan worden afgeluisterd en bekeken door de grote ‘teleschermen’ die door de regering overal zijn opgehangen.

Alziend oog van de techniek Deze gewoonte is ons vandaag de dag niet vreemd, en in tegenstelling tot Winston maken wij ons – over het algemeen – zelfs weinig zorgen over het alziend oog van de techniek. Beveiligingscamera’s, data bij internetproviders, belgegevens, bankgegevens, de OV-chipkaart, medische dossiers, overal wordt informatie over ons leven opgeslagen. We halen onze schouders op. Een duidelijke reden (je zou zelfs kunnen zeggen: rechtvaardiging) voor deze gemakzucht is dat de gemiddelde burger in het Westen het geluk heeft dat hij nauwelijks iets te vrezen heeft van de overheid. Wat boeit het ons dat ‘ze’ weten waar we over schrijven of waar we in de kleine uurtjes naar kijken? Geen haan die ernaar kraait. Maar de vrijheid van vandaag is niet per se de vrijheid van morgen.

Collectief geheugen Data kan in principe eeuwig blijven bestaan. Hield iemand vroeger op een feestje in een opwelling een racistisch betoog, dan was hij of zij de schande van de week. Tegenwoordig kan zo’n dronken tirade jaren later met enkele muisklikken weer tot leven worden geroepen. Er is een collectief geheugen ontstaan dat op ieder gewenst moment kan worden geraadpleegd, en dit schept angstaanjagende mogelijkheden. Google probeert met het recht om vergeten te worden onterechte privé-informatie te verwijderen, maar waterdicht is het niet.

Happy end Met Winston Smith liep het uiteindelijk slecht af. Klassiekers hebben zelden een happy end. Over de boodschap en de waarschuwing van 1984 zijn bibliotheken volgeschreven. De opmars van de technologie en de digitalisering van de samenleving kunnen niet ongedaan worden gemaakt. Wel kunnen en moeten wij blijven nadenken over hoe we onszelf opstellen tegen de mogelijkheden van de nieuwe technologie. Want achter al die enen en nullen zitten nog altijd mensen.

Bring Your Own Device
23 Feb 2016 -

Het is oorlog in het klaslokaal. Misschien merkt u het niet iedere dag, maar Apple, Google en Microsoft schieten met scherp. Vooral in Amerika is het raak. Google scoort er in het onderwijs erg goed met de Chromebook, een supergoedkope laptop die voor alles is aangewezen op het internet.

Onderwijskoek De helft van alle apparaten die in het Amerikaanse basisonderwijs worden gekocht is er al één van Google. Apple - decennialang de ongekroonde koning in het Amerikaanse onderwijs - heeft het nakijken en zag haar taartpunt van de onderwijskoek halveren tot grofweg een kwart. Microsoft daalt mee en heeft het andere kwart. Dat vinden Google’s twee grootse rivalen niet leuk. Om het hardst kopen de bedrijven startups om hun cloud-diensten aan scholen, leraren en leerlingen te verbeteren. 

Platformonafhankelijk ,,Ja, zo gaat dat in de Verenigde Staten. Dat speelt hier toch niet?’’ Toch wel. De drie grote techbedrijven hebben weliswaar Amerikaanse roots, maar ze werken en denken globaal. Amerika is de proeftuin en de wereld het speelveld. De drie hebben enorme economische slagkracht. Reden te meer voor Nederlandse uitgevers om al hun unieke lesmateriaal platformonafhankelijk aan te bieden. Een moderne app moet draaien op alle grote platforms. Android, iOS of Windows 10; het moet niet uitmaken. Misschien handiger om meteen te kiezen voor html5 zodat de software op alle mobiele apparaten kan draaien.

BYOD Want scholen staan aan de vooravond van een volgende vernieuwing: BYOD (Bring Your Own Device). Volgend jaar zal BYOD de nodige aandacht krijgen op onderwijsbeurs NOT. Kinderen hebben al een smartphone, tablet of laptop. Een school die daar effectief gebruik van weet te maken is een stapje voor: je stuurt de kinderen letterlijk met alle boeken met uniek Nederlands lesmateriaal in hun broekzak naar huis. En laat Apple, Google en Microsoft dan maar uitvechten welk device er gaat winnen. Dat doet er dan niet veel meer toe.

Slimme jongens, die computers
3 Feb 2016 -

De gedachte dat de mens ook maar een zoogdier is, sloeg in 1859 in als een bom. Darwin’s boek On the Origin of Species zorgde ervoor dat de mens zijn status als uniek wezen op deze aardbol verloor en sommigen zijn deze schok nog altijd niet te boven. Noem het een (r)evolutionair idee. Wellicht staan we nu aan de vooravond van nog zo’n revolutie: de vervaging van de grens tussen mens en machine (computers), tussen de menselijke geest en kunstmatige intelligentie. 

Zijn computers slim? Maar zijn computers ‘slim’? Kunnen machines ‘denken’? Dat een computer beter kan zijn in schaken dan een wereldkampioen, dat weten we al sinds Deep Blue in 1996 Kasparov versloeg. Dat ook de huidige wereldkampioen in het Chinese spel Go onlangs zijn digitale meerdere moest erkennen trok veel minder aandacht. We zijn langzaamaan gewend geraakt aan de overweldigende rekenkracht van supercomputers. Toch is deze overwinning veelzeggend, want Go vereist – nog veel meer dan bij schaak – het vermogen om strategisch vooruit te denken en onnodige zetten te negeren. Een simpel rekensommetje: een schaakbord heeft 64 vakken (8x8), een Go bord maar liefst 361 (19x19). Dit zorgt ervoor dat het aantal mogelijke zetten op een Go bord veel groter is. Daarom kan een computer niet simpelweg alle mogelijke zetten uitrekenen en dan de beste kiezen, het moet strategisch kunnen denken, als een mens.

Google's zelfrijdende auto Volgt u de ontwikkelingen over Google’s zelfrijdende auto? Dan heeft u misschien al vernomen dat de Stanford Universiteit een team filosofen bij elkaar heeft gebracht om na te denken over het moreel kompas van de auto. In geval van nood moet een zelfrijdende auto vooral een zelfremmende en zelfuitwijkende auto worden. Welke afweging maakt een bestuurder die een overstekend kind alleen kan ontwijken door frontaal op een tegemoetkomende auto te botsen? En hoe doet een computer dat? Voor kunstmatige intelligentie ons letterlijk het stuur uit handen neemt moeten we eerst goed nadenken over de morele regels die we haar meegeven.

Kunstmatige intelligentie-filosofen De veranderingen die nu gaande zijn zullen elkaar sneller en sneller opvolgen. Het is wachten op het digitaliseren van het bewustzijn of op de eerste roman die door een computer is geschreven. Misschien komt er een dag dat een team van kunstmatige intelligentie-filosofen hun digitale hoofden vol chips bij elkaar zullen steken om zelf te besluiten welke morele regels ze moeten handhaven in hun omgang met ons. Ik ben benieuwd wat wij mensen van die machines zouden kunnen leren.

No thanks, I’m only 4 years old
26 Jan 2016 -

Wat moet een kind dat dit jaar wordt geboren over 16 jaar kennen? Welke vaardigheden moeten dan zijn geleerd? Staatssecretaris Sander Dekker van Onderwijs kreeg zaterdag het eindrapport Onderwijs 2032 overhandigd. Meer digitale vaardigheden, burgerschap en persoonsvorming: dat heeft de jeugd van morgen nodig. De onderwijswereld heeft er maanden over gesproken. En nu ligt het eindrapport er. Dekker is er blij mee, en ik ook. Want er staat in de kleine lettertjes iets over Engels. Kinderen hoeven van de plannenmakers toch niet al vanaf groep 1 Engels te leren.

Groep 1, dan ben je 4 jaar. Dan heb je af en toe nog een ongelukje, dan is het paradijs een pot vingerverf, dan is je teddybeer je beste vriend, en dan kijk je jaloers naar je oudere broer die al tanden wisselt. How sweet.

Natuurlijk is Engels heel belangrijk; eenderde van de wereldbevolking spreekt het. Maar Engels is alom tegenwoordig en zo overheersend. Probeer maar eens een artikel te lezen zonder een Engels woord erin. Good luck! Het is een taal die kinderen tóch wel oppikken en waar ze enthousiast over worden. Kids zingen in het Engels, schelden in het Engels. Het onderwijs is ook doorspekt met Engelse termen, al was het alleen maar door de vele apps waarmee leerlingen en docenten werken. Het voornaamste doel van grote groepen tieners is om Cambridge English te mogen volgen.

Voor een toekomst in het global village is Engels onontbeerlijk. Maar vergeten we het Nederlands niet een beetje? Niemand hoeft van mij te zeggen: ‘Kijk, een hefschroefvliegtuig!’ als er een helicopter overvliegt, maar een beetje respect voor het Nederlands is wel op zijn plaats. Misschien dat op de basisschool wat beter bijgebracht kan worden wat het verschil is tussen ‘me’ en ‘mijn’. Wat zou het fijn zijn als in 2032 iedere 16-jarige dat weer weet. En natuurlijk ook zijn Cambridge English Certificate kan laten zien.

Buiten de lijntjes kleuren
8 Jan 2016 -

Creatief wordt niet langer gezien als een vies woord voor breiende vrouwen en pottenbakkers. Wie creatief is, is gedurfd, vernieuwend en innovatief. Kernwoorden die passen bij een onderneming van deze tijd.

Creatieve werknemers worden gemaakt op school. Maar iedereen herinnert zich de juf die zei dat je binnen de lijntjes moest kleuren. Dat die dikke zwarte grenzen er niet voor niets zijn. Docenten lijken hun leerlingen dus te stimuleren om het voorspelbare te doen, terwijl het activeren van onze creativiteit een hele andere aanpak vereist. Dit ouderwetse onderwijssysteem en in het bijzonder deze juf, verdienen een schop onder de kont. School moet juist een broedplaats zijn voor experiment, nieuwe ideeën en creativiteit. Hoe bereik je dat?

Heel simpel: met kunst. Kunst zorgt voor verwondering, zij laat leerlingen zelf nadenken en reflecteren. Kunst stimuleert hun eigen creativiteit. Hierbij moet het kunstvak zowel gaan over het bekijken en analyseren van kunst, als het zélf maken van creatief werk. Het is belangrijk dat de leerling een keer géén voorbeeld heeft. Een bloem hoeft niet altijd rood te zijn met een groen blad, een boom krijgt even geen bruine bast. Het gaat om experimenteren en de zelfstandigheid die de leerling op deze manier ontwikkelt. Een eigenschap waaraan hij of zij in de 21e eeuw nog veel zal hebben.

Laat kinderen weer eens prutsen in de klas. 1 + 1 hoeft niet altijd 2 te zijn. Als de druk éven van de ketel is, gaan kinderen experimenteren. Ze proberen tot ze tevreden zijn. Ze leren om zowel vooruit als terug te kijken. En ze gaan reflecteren op hun ‘werk’. Iemand met dergelijke vaardigheden is toch voor veel bedrijven de ideale werknemer? Grote ideeën en innovatie komen namelijk niet in één dag tot stand. Het is een proces van trial and error, exact zoals in de kunst. Kunst leert je om te falen. De leus van één van de grootste hogescholen voor de kunsten is niet voor niets: "Ever tried. Ever failed. No matter. Try Again. Fail again. Fail better." - Samuel Beckett.

In het onderwijs leggen we de kiem voor een arbeidsmarkt vol creativiteit en mooie denkers. Wie kunst nog steeds ziet als een linkse hobby, denk dan eens aan het economische belang van kunst. Het zijn de creatieve denkers die met nieuwe ideeën komen en bedrijven naar een hoger niveau tillen.

Weg met de digibeet!
30 Dec 2015 -

Youtube werd tien jaar geleden geboren. De iPhone zag in 2007 het licht. Steve Jobs introduceerde de Mac al in 1984. Bill Gates kwam met Windows 95 in - inderdaad - 1995. Kinderen weten niet beter of pc’s en smartphones zijn er altijd al geweest.

Daarom is het LAKS het nu spuugzat dat er hier en daar nog digibeten voor de klas staan. Het Landelijk Aktie Komitee Scholieren wil dat schoolbesturen iets doen aan docenten die niet weten hoe het digibord werkt of er simpelweg niet in slagen een Youtube-filmpje te starten. De helft van de kinderen vindt de digitale vaardigheden van hun docenten ondermaats. Negentig procent van de docenten vindt zichzelf overigens prima bij de tijd.

Het grappige is dat docenten op de site van het LAKS reageren dat de leerlingen er zélf ook niet veel van bakken. Whatsappen en Youtube-filmpjes bekijken; dat lukt de pubers nog wel. Maar een eenvoudige berekening in een spreadsheet of werken in een tekstverwerker zou al te hoog gegrepen zijn. Dat is natuurlijk heel flauw, heren en dames docenten. Leer ze dat dan! Daarom zitten kinderen nog op school.

Misschien is de ergernis van het LAKS wat overdreven en bij het digibeten-meldpunt zullen ongetwijfeld pubers klagen omdat ze nu eenmaal 16 jaar en boos zijn. Maar de scholieren hebben zeker een punt. Er zijn nog altijd docenten die aan een collega moeten vragen om de cijfers in de elektronische leeromgeving in te voeren omdat ze het niet kunnen. Er bestaan nog klassenboeken omdat een handjevol docenten niet weet hoe het huiswerk digitaal ingevuld moet worden. De jongens en meisjes van het LAKS hebben haarfijn door dat het geen kwestie is van kunnen maar van willen.

Lesmateriaal wordt in hoog tempo ook digitaal aangeboden en dat biedt heel veel nieuwe mogelijkheden. Docenten zien bijvoorbeeld in real-time of kinderen de lesstof begrijpen. Maar de vele voordelen worden teniet gedaan als de schaarse lestijd wordt verprutst omdat de docent de software of de apparatuur niet onder de knie heeft.

Een docent Frans die nimmer in Frankrijk vertoefde, hoort niet voor de klas. En een docent die zich niet vaardig over het internet beweegt wordt eveneens steeds minder serieus genomen. Schoolbesturen moeten niet vergeten om bij iedere digitale stap ook de docenten mee te nemen. Verplicht op cursus! Ook de oudere docent die mijmert over de goede oude tijd van kroontjespen en schoonschrift moet eraan geloven. Kinderen en hun ouders verwachten dat.

Hoe word ik meneer YouTube?
17 Dec 2015 -
  Een leraar die je op pauze kunt zetten en zo nodig kunt terugspoelen. Lesgeven door middel van een video op YouTube wordt steeds normaler. Acht van de tien Nederlandse kinderen kijkt regelmatig een (les)video op YouTube. Met name docenten van bètavakken maken fanatiek videolessen. Gewapend met webcam en microfoon leggen ze de lesstof nóg een keer uit. De impact van het volgen van videolessen is enorm, ook het leereffect.
[embed]https://www.youtube.com/embed/JC82Il2cjqA[/embed]
Het bekendste Engelstalige YouTube kanaal voor videolessen is de
Khan Academy. Salman Khan gaf zijn nichtjes bijles in wiskunde. En wat doe je als je niet zoveel tijd hebt, omdat je zelf drie studies doet? Juist: dan neem je het op. Toen andere familieleden ook naar de filmpjes gingen vragen, begon het pas echt. Khan heeft vele kanalen met miljoenen volgers. Speciaal voor alle dummies die niets van wiskunde snappen.  Of voor de wizkids die verdieping zoeken. Op YouTube zijn duizenden bijlessen te vinden. En niet onbelangrijk: helemaal gratis. Er zijn ook tal van Nederlandse Youtube kanalen met videolessen. Zo is er Jan Willem Eckhardt die met zijn filmpjes wiskunde, natuurkunde en scheikunde uitlegt. In beeld zie je zijn aantekeningen en rechts onderin zie je zijn gezicht. Als je naar Khan en Eckhardt kijkt, lijkt het kinderspel. Maar waar moet je aan denken als je een lesvideo maakt? Mijn drie tips:

1. Oefen de presentatie

Praat rustig en beheerst. En vertel je verhaal actief, in de tegenwoordige tijd. Zorg voor de juiste intonatie om je boodschap over te laten komen.

2. Zorg voor goede apparatuur

Een goede webcam zorgt voor scherp beeld met mooie kleuren. Eventueel met een extra microfoon. Met de modernste smartphones is natuurlijk ook niets mis.

3. Bedenk een format

Heb je de smaak te pakken? Denk dan na over een format om je video’s onderscheidend en effectief te maken. Zodat je leerlingen de vorm en de opbouw van de les herkennen. Een format biedt ook houvast bij het monteren. See you on YouTube!
Is je baas je vriend?
9 Dec 2015 -

Vriend worden met je collega’s of je baas op Facebook. Is dat een goed idee? Er is geen werkgever of werknemer die niet over die vraag heeft nagedacht, want voor beiden kan het ongemakkelijk voelen.

Het antwoord hangt af van het soort bedrijf waar je werkt. Is de onderneming heel actief op Facebook dan is de drempel om vrienden te worden klein. Als er veel jonge mensen werken is het zelfs standaard. Maar boven de 35 jaar verandert de houding. Dan vinden sommige mensen het ongepast om online teveel privé te delen met collega’s of de baas.

Maar vóór je Facebook ook inzet als zakelijk sociaal netwerk is een kritische blik door de inhoud van je Facebookpagina op zijn plaats. Ja, dat vrijgezellenfeest waarbij je buikdansend op de bar eindigde was onvergetelijk, maar het zal je carrière niet verder helpen. Gelukkig heeft Facebook tal van privacy settings. Gebruik ze! Maak groepen vrienden aan en bepaal wie wat mag zien. Die dronken foto’s? Bewaar ze voor de vrienden die er die avond bij waren. En stel in dat niemand iets op je timeline kan posten zonder jouw goedkeuring. Ja, al die foto’s uitzoeken en bepalen welke groepen vrienden ze mogen zien is een avond werk, maar zie het als het opruimen van de doos oude foto’s. Het kan ook heel leuk zijn.

Vrienden worden op Facebook heeft ook op de werkvloer voordelen. Je weet een beetje waar de ander buiten kantoortijden druk mee is. En Facebook houdt een perfecte verjaardagskalender bij. Wie vindt het niet leuk om door zijn collega’s gefeliciteerd te worden? Zie je vrienden van het werk als een mooie kans om te laten zien dat je ook op social media waardevol bent voor het bedrijf. Wie berichten van het bedrijf deelt, toont ook betrokkenheid.

Het is bovendien goed als je werkgever - een beetje - inzicht in je privéleven heeft. Een gesprek over thuis werken gaat eenvoudiger als je chef weet wat er speelt. En misschien dat die leidinggevende kwaliteiten als jeugdtrainer ook op de werkvloer van pas komen. En vice versa. Wellicht heeft je baas gedeelde interesses, vinden jullie dezelfde schrijvers leuk.

Enige behoedzaamheid is echter op zijn plaats. Kijk eerst of je collega’s ook vrienden zijn met de CEO voordat je enthousiast een vriendschapsverzoek stuurt. Niet in alle bedrijfsculturen is het gepast. Pas je aan.

Facebook is niet langer jouw exclusieve speeltuin, het is privé én zakelijk. Het is ook een netwerk zoals LinkedIn waar mensen werk vinden en zaken doen. Richt je Facebook dan ook zo in: met een groep zakelijke vrienden en echte vrienden. De 600 connecties op mijn Facebook komen - gelukkig - heus niet allemaal op mijn verjaardagsfeestje, maar ze lezen wel allemaal mijn zakelijke berichten.

Waarom word je geen drone-dispatcher?
24 Nov 2015 -

De wereld verandert rigoureus in de pakweg 18 jaar die je schoolcarrière duurt. Dit gegeven hebben we al eerder verkend: de razendsnelle ontwikkelingen die gaande zijn dwingen ons om alledaagse zaken, bijvoorbeeld het onderwijs, opnieuw vorm te geven. Maar wat volgt er dan na het afstuderen? Dat door de digitalisering van de wereld veel banen zullen verdwijnen, is duidelijk, maar welke banen komen hiervoor in de plaats?

De Industriële Revolutie heeft de Westerse samenleving op vele vlakken gevormd. Om werk te vinden trokken veel mensen van het platteland naar de stad, met alle gevolgen van dien. Gek genoeg is de ontwikkeling in onze tijd – we zouden het voorzichtig de Digitale Revolutie kunnen noemen – er juist één waarin werk steeds minder aan plaats is gebonden. We werken in de cloud. Steeds meer van ons dagelijks leven wordt gedigitaliseerd: van boeken tot muziek tot communicatie. Mijmer over het verdwijnen van de handgeschreven liefdesbrief als u wilt, maar deze ontwikkeling wordt niet meer teruggedraaid. Alhoewel: in tijden van cyberspionage grijpen geheime diensten terug op de ouderwetse typemachine om zo hackers te slim af te zijn.

Science-fiction verandert langzaamaan in science-fact. Met onze nieuwe manier van leven ontstaat ook vraag naar nieuwe diensten. Soms betekent dit gewoon dat oude beroepen in een digitaal jasje worden gestoken: iemand die in de jaren ’70 de kost zou verdienen als marketing adviseur kan vandaag de dag bedrijven helpen om publiciteit te verwerven via sociale media. Gekker zijn mensen die als ‘digitale mijnwerker’ hun kost verdienen: kijkt u naar een voorproefje van een schrijnende documentaire over Chinese jongeren die dagelijks in het computerspel World of Warcraft virtuele voorwerpen moeten verzamelen om deze voor echt geld door te verkopen aan fanatieke spelers in de VS.

Is dit niets voor u? Overweeg dan een van de volgende (toekomstige) alternatieven:

  1. Twitter is een uitlaatklep voor gefrustreerde voetbalfans of treinreizigers, maar net zo goed een propagandamachine in tijden van oorlog. Er zijn mensen die hun huur betalen puur door actief te zijn op sociale media.
  2. Drone dispatcher. Drones worden niet alleen gebruikt om raketten mee af te vuren: ze kunnen ook uw pizza's bezorgen!
  3. Reizen is straks ook niet meer wat het geweest is. Science-fiction-schrijvers zullen gelijk krijgen: we gaan in vacuüm buizen van A naar B. Solliciteer vandaag nog om deel uit te maken van het team dat dit mogelijk gaat maken.
  4. Avatar ontwerper. Heeft u geen zin in die slepende vergadering op het werk? Stuur uw digitale dubbelganger als plaatsvervanger.
  5. Privacy manager. U heeft wel uw Facebookprofiel zo leeg mogelijk gehouden, maar nog altijd liggen al uw geheimen op straat. Misschien dat een privacy manager u kan helpen om de balans tussen transparantie en privé weer terug te vinden.

De wereld verandert steeds sneller. Denkt u hier aan als u bij uw volgende sollicitatiegesprek die even voorspelbare als vervelende vraag krijgt: ,,En waar ziet u zichzelf over vijf jaar…?”

Er was eens…
16 Nov 2015 -

Denk eens terug aan de presentaties van Apple’s Steve Jobs. Hij vertelde over een nieuwe wereld. Hij verkocht niet door te vertellen over meer RAM-geheugen maar door te praten over gevoel en schoonheid. Jobs begreep het als geen ander. Verhalen vertellen - oftewel storytelling in organisaties -  is niet alleen voor de afdeling marketing of een eenmalige communicatiehype. Het is een duurzame manier om doelgroepen met je te verbinden.

Maar de meeste mensen vinden het lastig om in verhalen te denken. Terwijl dit heel effectief is om een boodschap te onthouden. Wist je dat 70 procent van alles wat mensen weten afkomstig is van verhalen en niet van feitelijke opsommingen? Zo jammer dat denken in verhalen zo weinig wordt gestimuleerd. In de klas blijft spreken meestal beperkt tot het geven van antwoorden (op vragen van de leerkracht). Als je terugdenkt aan je schooltijd, kun je je waarschijnlijk niet veel herinneren van die lessen. Maar je favoriete jeugdboek, of aan dat aangrijpende/grappige verhaal dat één van de leraren vertelde. Dat vergeet je nooit.

Verhalen bevatten natuurlijk alle feiten, maar ze zijn verpakt in emoties en komen daarmee tot leven. Verhalen – oftewel storytelling in organisaties - leggen relaties, verhelderen doelen en geven betekenis. Storytelling kun je overal gebruiken: in presentaties, video, sales pitches, teambijeenkomsten of in coach-gesprekken. Maar ook op je site, in e-mails en natuurlijk op sociale media. Het vertellen van verhalen helpt je om vertrouwen te wekken, om anderen te beïnvloeden en dus om succesvol te zijn.

Ik word enthousiast als ik met mensen in gesprek ga over de kracht van verhalen in bedrijven, want ik geloof in die kracht. Veel mensen willen het direct in de praktijk brengen. Ook al is er geen corporate story of organisatieverhaal. Het blijkt voor veel mensen lastig.

Maar ook met gewone verhalen uit het dagelijkse leven kun je al ‘storytellen’. Ga je in jouw bedrijf aan de slag? Denk dan na over deze tips:

1. Analyseer je wortels, je identiteit. Schrijf dit uit en zoek de rode draad. Denk ook aan anekdotes; 2. Bepaal je doelgroep en doelen met je verhaal; 3. Bedenk een goed thema en bied context aan je verhaal, bijvoorbeeld met actualiteit of jouw markt. 4. Kies een aansprekende verhaalvorm, dus met kop, romp en staart. Durf het persoonlijke en authentiek te maken; 5. Betrek je publiek via bijvoorbeeld sociale media; 6. Oefen veel en vraag eerlijke feedback. Laat klanten het verhaal vertellen, maak ze deel van jouw verhaal; 7. Check regelmatig of je verhaal nog succesvol is, of dat je moet bijsturen.

Vaak hoor ik mensen zeggen dat zij geen interessante verhalen hebben. Dat is niet zo. Het leven zit vol met verhalen! Het is de kunst om die verhalen te verzamelen, te onthouden en te herkennen met welk doel je ze in je werk kunt gebruiken. Natuurlijk lukt dat niet meteen. Wie meer wil weten over de aanpak: Désirée Battjes schreef er een mooi verhaal over op  Frankwatching.

Onderzoek
5 Nov 2015 -

Voor wie het heeft gemist; zomaar een weekje onderzoeken over het onderwijs:

Misschien wordt er nog meer onderzoek gedaan naar gezonde voeding (een vleeseter speelt sinds vorige maand met zijn leven) maar wie wil kan dagelijks een onderzoek over scholing lezen. Het moet en kan altijd beter is steevast de teneur. En dan is er ook nog het Platform Onderwijs 2032, dat vorige maand met een voorlopig advies kwam waarin jarenlang wetenschappelijk onderzoek in is verwerkt. Het moet allemaal anders. Engelse les vanaf de kleuterleeftijd, luidt het advies. En de aloude vakken staan niet meer centraal, maar drie domeinen: natuur & technologie, mens & maatschappij en taal & cultuur. De wereld proberen te doorgronden via losse vakken als aardrijkskunde of scheikunde is achterhaald. Docenten moeten meer vrijheid krijgen. En kennisoverdracht mag wat minder ten gunste van de persoonsvorming van de kinderen en maatschappelijke ontwikkeling.

Prima. Maar soms denk ik: je zult maar voor de klas staan. Dan is soms de dagelijkse praktijk dat een groot deel van de energie opgaat aan het in het gareel houden van een lastige klas. En vergeet niet hoeveel tijd het kost om de digitalisering naadloos te integreren in de lessen. Om dan wekelijks of dagelijks wéér een onderzoek voorgeschoteld te krijgen, is niet altijd motiverend. Alsof docenten het nu niet goed doen. Dus heren en dames onderzoekers, mag het een onsje minder? De samenleving verandert sneller dan ooit tevoren en natuurlijk moeten we nadenken over de toekomst van het onderwijs. Maar af en toe een jaartje rust en hard doorwerken met al het goede dat er al is, zou mooi zijn.

Dit is natuurlijk geen pleidooi om alles bij het oude te laten. Sterker: één onderzoek komt wat mij betreft 20 jaar te laat. Door te springen en te joggen naast je bureau neemt de concentratie toe en gaat het rekenen beter, hebben Groningse onderzoekers ontdekt. Touwtjespringen naast je tafeltje, terwijl je de formule van een parabool opstelt. Kan het leuker en kindvriendelijker? Eén vraag blijft me bezighouden sinds ik over dit onderzoek las: wat had dat met mijn cijfer voor wiskunde gedaan als dit eerder was ontdekt? Eeuwig zonde.

Docent kan lesmethode zelf aanpassen
28 Okt 2015 -

Na een lange werkdag in je vrije avonduren een compleet nieuwe lesmethode ontwikkelen? De meeste docenten moeten er niet aan denken. Het is hard werken in het onderwijs en docenten maken lange werkdagen. Toch had economiedocent Henk Douna genoeg energie om vijf jaar lang ’s avonds de digitale lesmethode economie Cumulus voor havo en vwo te ontwikkelen. ,,Met de digitalisering in het onderwijs gaan we vaak voorbij aan wat onderwijs is en wat er in de klas gebeurt,’’ vindt Douna.

Douna zat nog niet lang in het onderwijs toen hij besloot een lesmethode te ontwikkelen. ,,Ik werkte daarvoor zes jaar als managementconsultant en ben de lerarenopleiding gaan doen.’’ Hij merkte als beginnend docent dat hij het lastig vond om met de voorgeschotelde lesmethode aan de slag te gaan. ,,Ik was gewend zélf dingen te maken en te ontwikkelen. Strakke presentaties te geven die aanspreken.’’ Hij begon lesmateriaal te maken en te testen in de klas, vanuit twee gedachtes: “Hoe kan ik de soms droge theorie verkopen aan de leerlingen en hoe krijg ik de leerlingen aan het werk.”

Hij wilde meer dan een doorsnee powerpoint-presentatie met wat bullet points. Avondenlang maakte Douna lessen, zocht hij actuele artikelen, informatieve filmpjes en ander geschikt materiaal om de lessen aantrekkelijker te maken. En nog belangrijker: om de standaardlessen zíjn lessen te maken. ,,Lesmethodes proberen natuurlijk aan te sluiten bij de belevingswereld van de leerlingen maar zijn soms enorm kinderachtig. Ik ging met beeldmateriaal werken, met artikelen. Eigenlijk wat een heleboel docenten doen.’’ Zijn lessen sloegen aan. Douna begon zijn methode te delen met zijn collega’s van Het Amsterdams Lyceum en langzaamaan ontstond het platform Cumulus.

Afgelopen zomer konden de eerste docenten werken met Cumulus. Wat de docent bij deze lesmethode kan vinden? Lessen voor het hele examenprogramma, opgedeeld in negen thema’s, voorzien van actuele aanvullingen.  Docenten kunnen volledige lessenseries downloaden, feedback geven op alle inhoud en zelf suggesties doen voor verbeteringen. De hele basis staat online en wordt continu bijgewerkt door een redactie van docenten.

Cumulus klinkt perfect; waar zit het addertje? Douna spreekt eerlijk zijn zorgen uit over de gebruikers van het product: de docenten. ,,Docenten zitten heel erg vast aan hun bestaande lesmethodes. Het is best moeilijk voor een docent om te switchen naar een andere lesmethode. Cumulus kan daarom ook als digitale aanvulling op bestaande lesmethodes worden gebruikt.’’ Een andere mogelijke hindernis is volgens hem dat de eerste versie van de inhoud door hem is samengesteld; het is de aanpak van Douna. ,,Het vraagt best veel van de docent om deze inhoud naar eigen inzicht te gebruiken.’’ Maar dat is het mooie van Cumulus: docenten mogen de inhoud overnemen maar kunnen de digitale lessen ook naar hartenlust aanpassen.

Cumulus wordt dit schooljaar door 64 docenten getest. De reacties zijn tot dusver positief, zegt de maker van het product. ,,Iedereen kan dit schooljaar nog meedoen aan de test. Je krijgt dan een deel van het programma om te gebruiken.’’ Of in de toekomst grote educatieve uitgeverijen aan de haal gaan met Cumulus, durft Douna niet te zeggen. ,,De praktijk moet uitwijzen wat er gaat gebeuren in het conservatieve onderwijswereldje. Gaan uitgeverijen eindelijk de docent centraal stellen in hun lesmethodes of blijven ze vasthouden aan digitaal, adaptief en gepersonaliseerd leren met zogenaamde persoonlijke leerroutes voor leerlingen.’’

Samenvattend: Cumulus is een lesmethode, opgezet vanuit de docent. De methode is downloadbaar én bewerkbaar en wordt continu aangepast op basis van de feedback van docenten. Voor wie benieuwd is naar het gezicht achter Cumulus: op 11 november om 13:30 spreekt Henk Douna op De Onderwijsdagen.

Programmeren is kinderlijk eenvoudig
21 Okt 2015 -

‘Programmeren’ is een van de betere antwoorden op de vraag: Wat zouden kinderen eigenlijk moeten leren op school? Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst. En die toekomst bestaat grotendeels  uit nullen en enen. Hoewel het inmiddels bijna ondenkbaar is dat iemand geen internet heeft, is het aantal mensen dat de software ervoor maakt klein. Er is nog altijd grote behoefte aan mensen die bedreven zijn in programmeren.

Die vraag zal de komende jaren naar alle waarschijnlijkheid alleen maar toenemen. Hoog tijd om dit nijpende tekort tegen te gaan, en waar beter te beginnen dan bij de jeugd? Vandaar dat een initiatief vanuit de Europese Commissie, geleid door niemand minder dan onze eigen Neelie Kroes, twee jaar geleden de Codeweek in het leven heeft geroepen. In 26 Europese lidstaten werden de afgelopen week (10-17 oktober) op meer dan tweehonderd locaties weer duizenden kinderen (en ook volwassenen) enthousiast gemaakt voor het programmeren.

Onderwijs in programmeren geeft de jeugd later - vanzelfsprekend - een voorsprong op de it-arbeidsmarkt. Daarnaast vereist programmeren ook universeel nuttige vaardigheden zoals logisch redeneren, abstract denken, en begrijpen hoe een computer ‘denkt’. De logische taal waarmee software wordt geschreven werkt grotendeels volgens het als-dan-principe; als aan bepaalde voorwaarden is voldaan, dan voert de computer bepaalde commando’s uit. Op het eerste gezicht is dat een feilloze methode, maar deze reeksen van softwarecode nemen al snel grote vormen aan, en hoe veelzijdiger een computerprogramma, hoe groter de kans dat er tegenstrijdigheden ontstaan en de computer vastloopt. Een goede programmeur moet zowel een digitale architect zijn die een zo elegant mogelijke code ontwerpt, als een digitale detective die eventuele fouten opspoort.

De voorsprong op de arbeidsmarkt beperkt zich natuurlijk niet tot Nederland, want programmeren wordt niet zonder reden als een ‘universele taal’ gezien. En niemand pikt een taal zo snel op als een jong kind. Het allermooiste is misschien wel dat programmeren letterlijk spelenderwijs valt te leren.

Enthousiast? Misschien nog niet helemaal bij? Lees dan vandaag nog de DigiDuck uit, hang het programmeren ABC op en ga aan de slag. Echt, een kind kan het.

Voor spreekbeurt blijft de bieb op één!
14 Okt 2015 -

Help, de spreekbeurt komt eraan! Zweterige handjes. Slechte nachtrust. Buikpijn. De zenuwen voor een spreekbeurt zijn voor veel kinderen nog even intens als in de tijd dat hun ouders met een stapel boeken de bibliotheek verlieten.

Die bibliotheek is niet meer de eerste plaats waar kinderen hun informatie halen. Dat is het internet.  Daar zoeken ze de foto’s voor de Powerpoint die tegenwoordig onlosmakelijk is verbonden met de spreekbeurt. Maar iedere juf en iedere meester vertelt dat een gelikte Powerpoint alleen niet genoeg is. Het gaat ook om de spreekvaardigheid, de opbouw en de inhoud. Voor dat laatste is het world wide web helaas voor veel kinderen nog steeds een gigantische omgevallen boekenkast. Goed zoeken en begrijpelijke en betrouwbare informatie vinden is een vak apart.

De Koninklijke Bibliotheek speelt daar met bibliotheek.nl slim op in. Op haar website zijn meer dan 250 boeiende onderwerpen voor spreekbeurten en werkstukken te vinden. Ieder onderwerp is op drie niveaus uitgewerkt. Voor de basisschoolleerlingen uit groep 5-6 en groep 7-8 en voor scholieren uit het voortgezet onderwijs uit klas 1-2 is een schat aan informatie te vinden op de site. Inleidende teksten helpen de  leerlingen bij het maken van hun keuze. Bij ieder onderwerp zijn er links naar bruikbare websites. Natuurlijk worden er bij alle onderwerpen ook echte boeken aangeprezen die kunnen helpen bij een flitsende spreekbeurt. Echte boeken van papier uit de bibliotheek.

Voorbeeldje: een 9-jarige leerling wil een spreekbeurt houden over het ziekenhuis want oma was een tijdje geleden opgenomen. Google toont bij zoekterm ‘ziekenhuis’ op de eerste pagina’s alleen de homepages van ziekenhuizen en een paar vergelijkingssites. Een 9-jarige slaagt er nooit in om daar de informatie te vinden die hij zoekt. Wikipedia is al iets informatiever, maar dat is niet geschreven voor kinderen en biedt alleen gortdroge basale informatie. Bibliotheek.nl weet wel wat het jochie zoekt en biedt naast de inleiding: zes boektitels, links naar de Junior Winkler Prins, zes links naar uitzendingen over het onderwerp door het Klokhuis en Willem Wever, en nóg eens zes links naar informatieve sites.

Zoekt jouw zoon of dochter een onderwerp voor een spreekbeurt? De bibliotheek is nog steeds the place to be!  Dat is gelukkig nog niet veranderd. Tegen de bijhorende zenuwen van dochter- of zoonlief en de generale repetitie in de huiskamer is nog geen remedie gevonden. En dat maakt het eigenlijk (nog altijd) zo leuk.

Maak van je Facebookbericht een lekkere snack
8 Okt 2015 -

Herken je dat? Je plaatst als communicatiemedewerker van een middelgrote gemeente een uitnodiging voor een informatiebijeenkomst op de gemeentelijke Facebookpagina. Om het jezelf gemakkelijk te maken neem je het eerder geschreven persbericht – inclusief standaard plaatje - letterlijk over. Vervolgens merk je dat bijna niemand je bericht leest. Je bericht wordt niet gedeeld. Geen duimpjes, niemand vindt het leuk. Ook het aantal ‘vrienden’ van de gemeentepagina is blijven steken op een paar honderd. Tegen de buitenwereld zeg je: ‘Facebook? Dat werkt niet.’

Toch moet je je afvragen of het beter kan. Bijvoorbeeld door goed na te denken over je content-strategie. Vraag je volgers wat ze willen lezen. Maak je informatie ‘snackable’, zoals de Amerikanen zeggen. De jongste cijfers van het jaarlijkse onderzoek ‘Gemeente & Sociale Media’ maken het weer duidelijk. Er zit groei in de inzet van Facebook, maar het schort aan goede, slimme content.  Nog te veel kleine en middelgrote gemeenten denken te licht over de inhoud van hun Facebookpagina. De grotere gemeenten hebben hun content wel steeds beter voor elkaar en gebruiken ook infographics, animaties of korte video’s. De inzet van Facebook is bij kleine en middelgrote overheidsorganisaties het afgelopen jaar gegroeid, maar de inhoud staat nog in de kinderschoenen. Gemeenten worstelen met de vraag hoe je de vaak droge verhalen, saaie uitnodigingen en taaie gemeentelijke mededelingen ‘snackable’ kunt maken. Want Facebook is als kanaal interessant voor de lokale overheid. Een groot deel van de bevolking is er dagelijks te vinden.

Hoe kun je saaie content op een slimme manier plaatsen op Facebook, zodat je meer volgers en ‘likes’ en dus meer bereik krijgt? Vijf tips die niet alleen voor gemeenten maar ook voor bedrijven en instanties de moeite waard zijn:

Tip 1: Presenteer hapklare brokken Het is belangrijk om eenvoudig en duidelijk te zijn in je communicatie op sociale media. Je kent waarschijnlijk de studie die aantoont dat een goudvis een geheugen heeft van drie seconden, maar wist je dat wij mensen ook een korte concentratieboog hebben? Van maar 2,8 seconden! Je moet dus goed nadenken waar, wanneer en hoe je berichten deelt op sociale media. Voor je het weet, is je doelgroep alweer weg.

Tip 2: Maak ‘snackable’ content Je content ‘snackable’ maken past helemaal in deze tijd. Kort en bondig zijn, is essentieel want de kleinere schermen van mobiele apparaten krijgen een grotere plek in onze maatschappij. De content moet je snel tot je kunnen nemen, zonder te veel uitleg. Denk na over je presentatie in beeld, illustraties, video, animatie of infographic. Ook een aantrekkelijke kop en inleiding zijn essentieel voor een lekkere snack.

Tip 3: Bouw een band op met je doelgroep Kort en bondig informatie delen hoeft niet te betekenen dat je geen band opbouwt met je doelgroep. Door je informatie aantrekkelijk aan te bieden op verschillende momenten (zelfs in verschillende verhaallijnen) zorg je voor begrip, herkenning en waardering. Een grap mag!

Tip 4: Los problemen op Kom erachter wat de dertig belangrijkste vragen zijn van de inwoners van jouw stad of dorp. Als je geen dertig vragen kunt verzamelen, vraag het dan op straat. Doe dus een kort onderzoekje. Navraag kun je ook doen bij je collega’s. Verwerk vervolgens iedere vraag in een vorm van content waarbij je in het bericht een antwoord geeft op de vraag. Zet dit in een kalender en maak een goede planning van je berichten.

Tip 5: Vraag om reacties Durf als gemeente door middel van een stelling of een vraag, de mening van je inwoners te achterhalen. Mensen reageren graag op berichten. Het verhoogt de betrokkenheid en het helpt je bij keuzes. Bepaal welke onderwerpen zich hiervoor lenen. Niet alles is geschikt.

Dit zijn mijn tips om hoe je niet altijd even boeiende content toch kunt gebruiken voor bijvoorbeeld Facebook. Het is maar hoe aantrekkelijk je de snacks opdient. Daarmee maak je het verschil.

Hoe wordt een kind slimmer dan zijn smartphone?
23 Sep 2015 -

Het zijn soms kleine dingen waar met je met weemoed op terug kijkt. Als ik denk aan de tijd dat ik filosofie studeerde, hoor ik het geluid van krijt op een schoolbord. De professoren van de faculteit Wijsbegeerte, stuk voor stuk buitengewoon goede sprekers, gebruikten zelden digitale hulpmiddelen en hielden het grootste deel van hun voordrachten uit het blote hoofd. Ik zal nooit vergeten hoe een van hen de zaak kort door de bocht uitlegde: ,,Powerpoint is het looprek van de slechte spreker''.

Van basisschool tot universiteit, worden technologische middelen in klaslokalen en colleges ingezet. Toen ik aan het einde van mijn studententijd een eerstejaarsvak over moest doen, ontdekte ik tot mijn verbazing dat ook alle kleine ruimtes voor werkgroepen op de faculteit (bedoeld voor groepjes van 10 à 12 man) inmiddels waren voorzien van digiborden. Een opmerkelijke investering, aangezien de werkgroepsessies destijds voor 99 procent bestonden uit het gezamenlijk bespreken van gelezen artikelen.

Maar al te makkelijk gaan we ervan uit dat technologie altijd gelijk staat aan vooruitgang, aan verbetering. Dit is niet altijd terecht. Soms betekent gebruik van technologische hulpmiddelen gewoon hetzelfde doen als eerst, maar dan omslachtiger. Denk aan mensen die met de auto naar een fitnesscentrum gaan om vervolgens een half uur lang op een hometrainer te zitten.

Wanneer wij ons zelf niet bewust zijn van de invloed die technologie op ons heeft, dan kan dit leiden tot onverwachte effecten. Een mooi voorbeeld is de spaarlamp. De lamp moest zorgen voor minder energieverbruik, maar leidde er aanvankelijk toe dat het energieverbruik omhoog ging. Omdat verlichting ineens goedkoper was geworden werden spaarlampen opgehangen op plekken die vroeger onverlicht bleven. Inmiddels zijn spaarlampen efficiënter en is ons energieverbruik voor verlichting gedaald.

Cijfers wijzen uit dat scholen, ondanks de invasie van technologische hulpmiddelen, niet altijd betere resultaten halen. Integendeel: onderzoek van de Oeso (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) vond in een aantal landen een omgekeerd effect: Hoe meer tijd een leerling achter een beeldscherm zit, hoe slechter bijvoorbeeld de leesvaardigheid wordt.

We staan voor een interessant en dringend probleem: hoe gaan we om met de mogelijkheden die moderne technologie ons biedt? Technologie uit de klaslokalen bannen is even onmogelijk als ongewenst, wel kunnen we op zoek gaan naar de juiste balans tussen het ouderwetse telraam en de nieuwste interactieve media. Alleen op die manier, zoals de Oeso het stelt ‘kan de belofte van technologie worden ingelost’. ,,Als we willen dat leerlingen slimmer worden dan een smartphone, moeten we beter nadenken over de methodes waarop we ze les geven.’’

Een visueel verhaal vertellen
17 Sep 2015 -

Het is geen bijster ingewikkelde aanname: een onderneming moet online vindbaar zijn. Geen Facebook en Twitter, geen roem. Hoewel Instagram vaak nog te boek staat als het vijfde wiel aan de wagen – ‘Gaan we ook iets doen met Instagram?’ ‘Nee. Waar moeten we dan foto’s van maken?’ – valt ook hier een hoop te halen.

Instagram staat met 300 miljoen actieve gebruikers in de top vijf van grootste sociale media-platformen. Iedere dag kunnen we eindeloos scrollen door 70 miljoen nieuwe beelden. Het succes is de mannen van Instagram uiteraard niet ontgaan: sinds kort is het toegestaan om ook niet-vierkante foto’s te plaatsen. Hulde! Nooit meer gedwongen kiezen tussen je linker- of rechtervriendin.

Hartstikke fijn, die vrijheid in beeldformaat, maar veel bedrijven hebben de weg naar Instagram nog niet gevonden. Zonde, want zij kunnen wel degelijk baat hebben bij het gebruik van dit platform. Komt-ie:

1. Volgers kunnen de bedrijfsnaam straks dromen. Let wel: echte fans kijken urenlang op Instagram. Eén keer per week een fotootje plaatsen is dus onvoldoende (iets met een speld in een hooiberg).

2. Het bedrijf krijgt een gezicht. Dat wil zeggen: door een visueel verhaal te vertellen leren mensen een product of dienst kennen. Bijvoorbeeld: wie zijn de werknemers en waar houden zij zich dagelijks mee bezig? Hoppa, meteen voor een paar dagen de feed gevuld. Zo makkelijk kan het zijn.

3. Klantenbinding. Iedereen houdt van een goede relatie, dus ook die met de klant moet op rolletjes lopen. Hashtags doen wonderen. Vooral als volgers deze ook weten te vinden (en gebruiken). Zo komen bij #starbucks de mooiste koffiebeker-creaties voorbij. Dan is het alleen nog een kwestie van de relevante foto’s delen: jij blij, de volger blij. Iedereen blij.

4. En dan misschien wel de allerbelangrijkste: het helpt bij de verkoop. Niet alleen kijken, kijken, kijken, maar ook kopen. Het bedrijf creëert een online etalage. Maar wel op één voorwaarde: de foto’s moeten van goede kwaliteit zijn.

Van goede kwaliteit of niet: zonder beeld, geen Instagram-feed. Dat lijkt me logisch. Maar niet alle bedrijven lenen zich per definitie voor mooie foto’s, we zitten immers niet allemaal in de voedsel-, mode- of reisbranche (gelukkig maar). Voor hen zonder beeld: geef eens een kijkje achter de schermen. Het gras is altijd groener bij de buren. Of: maak een foto van de beleving van een product of dienst, ook een leuke.

Leve de tomaat!
11 Sep 2015 -

Laat de kop boven deze blog je niet afschrikken. Dit wordt geen politiek manifest, maar een stukje over time-management. Is dat nodig? Recent onderzoek, waar overigens wel iets op af viel te dingen want er zaten wel erg veel jongeren in de onderzoeksgroep, meldde dat we per dag 221 keer naar onze smartphone grijpen. Ruim drie uur per dag zitten we op het schermpje te tikken en te swipen. En dan vergeten we de tientallen e-mails die ongevraagd continu op het laptopscherm floepen maar even voor het gemak. Steve Jobs en Bill Gates hebben mediaconsumptie en communicatie eenvoudiger en sneller gemaakt dan ooit. Maar het leidt op dagen dat je tegen een deadline aanwerkt ook af. Wanneer kun je eens ongestoord doorwerken?

Terug naar de oplossing in de vorm van een tomaat. In de tijd dat er nog geen pc’s op bureau’s stonden maar typemachines met bijhorende potjes typex, nietjes en paperclips was er ook al genoeg afleiding. De Italiaan Francesco Cirillo ontwikkelde eind jaren '80 van de vorige eeuw een techniek om de werkdag vooraf in blokken van 25 minuten te verdelen om zo afleiding te weerstaan. In dat tijdvak is concentratie gewenst en afleiding uit den boze. Dus zet de telefoon op stil en sluit Outlook even af. Als beloning is er na die 25 minuten een pauze van 5 minuten. Doe dan wat leuks: kijk naar de vogels buiten, doe de push-ups die je van plan was. Als het maar niet ingewikkeld is. 

Cirillo had een kookwekker in de vorm van een tomaat, dat is de reden dat hij zijn methode de Pomodoro Technique noemde. De blokken van 25 minuten noemde hij pomodoro’s. Na vier van die tomaten mocht er 25 minuten gepauzeerd worden. Genoeg tijd om even Facebook, Whatsapp en de e-mail te checken. Zo belangrijk zijn die berichten meestal niet.

Het klein half uurtje supergeconcentreerd werken is - zo ondervond Cirillo - lang genoeg om in een flow te komen en 5 minuten ontspanning precies genoeg om bij te tanken. De Italiaan, die zijn tomatentechniek nog steeds propageert, belooft een heuse boost in productiviteit. Bovendien plant het lekker: 25+5=30 minuten. Er zijn tientallen andere systemen om de werktijd efficiënter te benutten, maar de tomaat is toegankelijk en eenvoudig om mee te beginnen.

Er zij natuurlijk ook allerlei apps en webpagina’s die doen of ze een tomaat-wekker zijn. Niet doen. Pak gewoon de kookwekker uit de keuken en werk door tot het belletje gaat. En wie in stijl aan de slag wil met de Pomodoro Technique: schaf zo’n vrolijke kookwekker in de vorm van een tomaat aan.

Goede webinar heb je niet zomaar
2 Sep 2015 -

Vreemd genoeg is het online geven van een presentatie of webinar voor bestaande klanten, cursisten, collega’s of potentiële contacten in veel organisaties nog onbekend. Terwijl webinars als manier van kennisdeling heel waardevol zijn.

De inzet van webinars staat hoog op de wensenlijst van veel organisaties. De functie van een webinar is ongeveer wel bekend, maar de aanpak is echt anders dan het geven van een presentatie in een zaaltje. Wat zijn nu slimme technieken om je verhaal tijdens een webinar interessant te houden. En hoe kun je deelnemers activeren? Een paar tips ter inspiratie.

  1. Natuurlijk is er een actueel en interessant verhaal nodig, dat op een inspirerende manier overgebracht moet worden. Dat lukt alleen als er een goed presentator in je schuil gaat. Treed uit je eigen schaduw als je denkt (of hoort van anderen!) dan je niet geschikt bent voor het geven van presentaties. Schuif dan iemand anders naar voren die wel actief, praktisch en concreet kan praten. En dus jouw boodschap goed kan overbrengen.
  2. In het kleine, zwarte puntje van je webcam zit de kijker. Als je daarin kijkt en praat dan zullen deelnemers ervaren dat je echt direct met ze communiceert. Stel vragen tussendoor, activeer het gebruik van de chatfunctie of breng ergens in je presentatie een poll met meerkeuzevragen. Een professionele webinartool heeft deze interactietools en dat hoeft niet duur te zijn. Omdat deelnemers zich via deze tool vooraf hebben aangemeld, heb je volledige controle over de wijze waarop zij je verhaal ervaren.
  3. Om deelnemers ‘bij de les te houden’ is het belangrijk dat je verwachtingen waarmaakt. Een goede structuur van je presentatie is noodzaak. Wissel elementen goed met elkaar af. Bijvoorbeeld met een video, illustraties, beeld, live demonstraties, polls, deelnemersvragen of online how to’s. Anders dan bij het geven van een presentatie in een zaaltje, zit je gehoor niet fysiek tegenover je. Volgen ze je verhaal nog of lezen ze hun mail en scrollen ze door Facebook? Structuur krijg je alleen door een degelijke voorbereiding. Een goed webinar staat niet zomaar.
Zodra je meer ervaring hebt met webinars, zoek dan naar nieuwe formats, nieuwe invullingen of technieken. Vraag feedback van deelnemers. Alleen dan zet je deze één van de jongste communicatiemiddelen in voor effectieve kennisoverdracht.
 ‘Is our children learning?’
26 Aug 2015 -
De voormalige Amerikaanse president George W. Bush, beroemd en berucht om zijn veelvuldig geklungel met de Engelse taal, vroeg zich ooit hardop af:
“Is our children learning?” Grammaticale wantoestanden daargelaten is dit een van de belangrijkste vragen die ouders en/of politici zichzelf kunnen stellen: hoe geven wij de nieuwe generatie het beste onderwijs mee en hoe motiveren wij de jeugd om zo veel en zo goed mogelijk te leren? Op het eerste gezicht is er weinig reden tot bezorgdheid over onderwijs in Nederland: naar een gepaste school gaan is hier vanzelfsprekend en onze leerlingen staan hoog aangeschreven volgens de 2012 PISA Tests. Maar voor een vooruitstrevend land als Nederland is ‘oké’ niet genoeg en daarom zet De Nationale Denktank 2015 zich met het project ‘Het Leren van de Toekomst’  in voor de kenniseconomie van morgen. Dit jaar wordt het primair en  voortgezet onderwijs onder de loep genomen en volgend jaar het beroeps- en wetenschappelijk onderwijs. Een team van 24 eminente studenten bekijkt maandenlang het onderwijs vanuit het perspectief van de leerling, de docent, en de ouders. Na afloop worden de bevindingen in kaart gebracht en worden er suggesties voor verbeteringen opgesteld. In een tijd waarin we voornamelijk de nadruk leggen op wat we leren, richt de Nationale Denktank zich op de vraag hoe we leren. Kort en bondig samengevat is hun hoofdvraag: ‘Hoe kunnen we het leren in Nederland zo organiseren en faciliteren, dat het talent van de individuele leerling tot bloei komt en dat het leren beter aansluit bij de permanent veranderende omgeving?’ Ondanks het feit dat het Nederlands onderwijs hoog staat aangeschreven mag het duidelijk zijn dat er nog veel haken en ogen zijn aan hoe wij de volgende generatie voorbereiden voor de arbeidsmarkt. Door het inperken van de studiefinanciering, de kortstondige dreiging van een heuse langstudeerboete, en de harde norm voor veel eerstejaarsstudenten om in één keer al hun punten te halen, maken veel studenten zich zorgen over de werkdruk op de universiteit. Ik ben benieuwd wat de bevindingen van De Nationale Denktank zullen zijn. In een wereld die zo snel verandert als de onze is het moeilijk, maar des te meer noodzakelijk, om te anticiperen op de toekomst. De wereld waarin iemand voor het eerst naar de basisschool gaat is lang niet meer dezelfde als die waarin dezelfde persoon afstudeert. In de grofweg 20 jaar die daar tussenzit zullen zowel technologische als maatschappelijke ontwikkelingen ervoor zorgen dat er andere eisen worden gesteld aan mensen die aan een carrière beginnen. De hoge snelheid waarmee informatie wordt uitgewisseld, de toenemende automatisering van werk, de veranderende economische en politieke verhoudingen in ons land en in de rest van de wereld; dit alles zorgt ervoor dat wij vanaf het aap-noot-mies tot aan onze masterscriptie altijd bezig moeten zijn met de vraag hoe wij onszelf door onderwijs kunnen vormen.
Zet maar in je agenda…
17 Aug 2015 -

Gehoord van een mopperende 13-jarige: ,,We hebben alleen een schoolagenda nodig omdat twee docenten weigeren om het huiswerk in It’s Learning te zetten.’’ Ze checkt op haar iPhone of ze voldoende saldo heeft om de agenda af te rekenen. 

Noord-Nederland zit alweer in de schoolbanken, het midden van het land schuift aanstaande maandag de stoeltjes weer aan en het zuiden volgt een week later. De boekentassen zijn dit schooljaar weer een beetje dunner. Nóg meer is gedigitaliseerd. Maar wie dezer dagen een kantoorboekhandel binnenstapt, krijgt het idee dat de digitale revolutie aan het onderwijs voorbij is gegaan. Tafels liggen vol met kaftpapier, etuis en schoolagenda’s in tientallen varianten.

Alsof niet iedere middelbare school werkt met een ELO, een elektronische leeromgeving. It’s Learning, Magister, etcetera; allemaal bieden ze een digitale schoolagenda aan voor op de pc, smartphone en tablet. En die agenda’s zijn nog slim ook. Als er een les uitvalt, verschuift het huiswerk automatisch naar de volgende les. Superhandig. Nooit meer onduidelijkheid of de docent paragraaf 7 wel of niet had opgegeven. 

De 13-jarige havo 2-scholiere pint 7,99 euro voor een mintgroene agenda 2015/2016. ,,Het is geen onwil van de docenten die de digitale schoolagenda niet gebruiken’’, vertrouwt ze me toe. ,,Ze weten gewoon niet hoe het moet. Ze snappen er niks van. Als er cijfers ingevuld moeten worden, vragen ze dat aan iemand anders.’’

Niet alle schoolbesturen verplichten de docenten om gebruik te maken van de digitale agenda. Een klein aantal docenten vinden het didactisch beter om een handgeschreven agenda bij te houden. Kinderen zouden beter leren plannen en meer inzicht hebben in het huiswerk voor de komende weken. Vooruit, daar is iets voor te zeggen. Sommige kinderen schrijven zelfs alles over van de digitale agenda naar hun papieren agenda. Dat vinden ze prettiger werken. Maar dat een docent geen gebruik maakt van de digitale mogelijkheden omdat hij er geen kaas van heeft gegeten, dát zou in schooljaar 2015/2016 niet meer moeten kunnen. 

Op alle middelbare scholen werken ook heel veel slimme docenten die enthousiast de nieuwe mogelijkheden verkennen. Overhoringen vermommen ze in een halfuurtje Kahoot, een digitale quiz over de leerstof waarbij kinderen hun smartphone móeten gebruiken. Zo word je als docent vanzelf populair. 

De vakantie is voorbij. Iedereen is fris. Laat die docenten met een passie voor digitalisering de laatste der digibeten op hun school in ieder geval even leren hoe die schoolagenda in de ELO werkt. Dan kunnen kinderen zelf kiezen of ze hun agenda bijhouden in de app of alles overschrijven in hun papieren schoolagenda.

Te huur: een stoere zzp’er
12 Aug 2015 -

De blik van medelijden in iemands ogen als ik vertel dat ik zzp’er ben: boekdelen spreekt het. „Maar dan leef je wel in onzekerheid.” Ah, daar is-ie weer, de opmerking waar ik op zat te wachten. „Klopt, ik weet niet waar ik over twee maanden mee bezig ben,” zeg ik bijna gedachteloos terug. De drang om iemand ervan te overtuigen dat freelancen niet ellendig is verdwijnt met de tijd (heus!). „Maar tot nu toe heb ik niet zonder werk gezeten,” voeg ik er nog aan toe. Tevergeefs, want ‘zielig’ ben ik al.

Maar gelukkig word ik ook dapper bevonden. Hoewel het begrip ‘freelancer’ voor velen (met een vast contract) gelijk staat aan iemand die in vaste dienst niet aan de bak komt, is het ‘stoer’ als iemand zich vrijwillig als zzp’er inschrijft bij de Kamer van Koophandel. En laat ik daar nou net eentje van zijn.

Crisis of niet, vrijwillig of niet: het aantal zzp’ers in Nederland groeit. De afgelopen tien jaar kwamen er jaarlijks gemiddeld 35.000 zelfstandigen bij. Momenteel staat de teller op 1.008.000 actievelingen. En ja: natuurlijk heeft dat te maken met het aantal gedwongen zzp’ers na ontslag, maar er zijn ook genoeg ‘stoere’ mensen zoals ik. En daar heeft de economie wel degelijk iets aan.

Waarom zzp’ers toekomstperspectief bieden:

1. Allereerst natuurlijk het bekende riedeltje: zzp’ers zijn relatief goedkoop, ze besparen tijd en brengen geen (dure) verplichtingen met zich mee. Alleen de factuur moet betaald worden. 

2. Geen enkel bedrijf zal ‘nee’ zeggen tegen een frisse blik. De creatieve ogen van een buitenstaander doen wonderen. Een frisse blik + creativiteit = innovatie. Door technologische ontwikkelingen is snel schakelen voor grote bedrijven van levensbelang. Even googelen en je hebt daarvoor de juiste gespecialiseerde zzp’er gevonden.

3. Snel schakelen zien bedrijven graag gepaard gaan met efficiëntie, want tijd is er niet. Het antwoord daarop: flexibiliteit. En laat dat nou net een expertise van de zelfstandige zijn. Tegelijkertijd richten bedrijven zich steeds minder op extra capaciteit en meer op expertise. En dat zo snel mogelijk. De crisis moet immers overwonnen worden. Gespecialiseerde zelfstandigen kunnen deze schreeuw om kennis op korte termijn beantwoorden. Hartstikke efficiënt.

4. Voor het visitekaartje van de zzp’er is het van belang dat projecten binnen de afgesproken tijd worden afgerond én dat eventuele doelstellingen van een bedrijf worden behaald. Dat stukje eigen belang zorgt voor een resultaatgerichte manier van werken door de zzp’er. Win-win.

5. Steeds vaker kiezen zzp’ers ervoor de krachten te bundelen en kennis te delen. Zo gaan zij samen de concurrentie aan met grotere bedrijven. Ontwikkeling en innovatie staan daardoor hoog in het vaandel, want niemand wil tenslotte achterblijven. Ook een stoere zzp’er niet.

”Leuk… maar wat heb je eraan?”
5 Aug 2015 -
Situatie: je bent op een feestje en iemand vraagt wat jou de laatste tijd bezighoudt. Enthousiast vertel je over je nieuwe hobby en de eerstvolgende reactie is de dooddoener: ”Leuk… maar wat heb je eraan?” In dezelfde categorie krijg je ook wel eens ”…maar wat ga je ermee doen later?” te horen. Vervelend? Eerder vreemd, want het idee dat je dingen leert zonder het direct toe te passen is helemaal zo gek nog niet. Deze les krijgen we al mee op de basisschool: je leert geen staartdelingen bij wiskunde omdat de verwachting heerste dat dit je later goed van pas zou komen. Evenzo heeft het weinig praktisch nut om de hoofdsteden van alle Afrikaanse landen uit je hoofd te leren. De echte reden waarom we de hele dag bezig waren met informatie die inmiddels altijd en overal beschikbaar is en vaardigheden die computers supersnel en foutloos kunnen doen, is dat we hiermee leerden onze hersens te gebruiken, zodat ons geheugen en onze denkvermogens gestaald worden. Soms is het duidelijk dat je dagelijkse oefeningen een breed scala aan voordelen met zich mee brengen. Door training in een Oosterse vechtkunst bijvoorbeeld leer je
niet alleen zelfverdediging, maar ook evenwicht, juiste ademhaling, je val te breken en bovenal: zelfdiscipline. Van al deze voordelen is de ademhaling misschien wel het meest opmerkelijk. Ik denk dat niemand ooit een sportschool is binnengestapt met de insteek: ”Ik wil leren ademhalen”, maar het zal je verbazen hoeveel mensen nooit hebben geleerd om op een effectieve manier hun zuurstof op peil te houden. Gelukkig is het nooit te laten om te leren. Soms zijn deze bijwerkingen zelfs voor de meeste beoefenaars verborgen. Veel mensen leren uit liefde voor muziek gitaar of piano spelen, maar weten al deze mensen wel dat je een instrument bespelen je slimmer maakt, volgens ditwetenschappelijk onderzoek. Er wordt veel nagedacht over wat we leren en hoe we dit het beste kunnen doen. Dit kan gaan op individueel niveau, zoals wanneer mensen uit persoonlijke interesse een cursus volgen, of op landelijk niveau, zoals bij hervormingen in het onderwijs. De komst van het internet, de toenemende mechanisering en digitalisering roepen vragen op over welke rol er is weggelegd voor de vaardigheden die wij thuis, op school, en op het werk opdoen. In de zoektocht naar de balans tussen persoonlijke vorming en professionele ontwikkeling kunnen wij dan ook ieder moment stilstaan en onszelf afvragen: “Wat en waarom leer ik vandaag eigenlijk?” Is wat wij leren een middel tot een doel, om hiermee bijvoorbeeld in aanmerking te komen voor een promotie en hiermee geld te verdienen? Of is het een doel in zichzelf, omdat het uitoefenen van wat wij geleerd hebben onszelf direct voldoening geeft?
‘Hé, ga je wiskunde eens oefenen’
28 Jul 2015 -

Je kent haar niet, maar vanaf morgen – woensdag 29 juli – zal zij alle moeite doen om beste maatjes te worden. Cortana, de nieuwe spraakassistente in Microsofts Windows 10. Ze is één van de opvallendste vernieuwingen in het nieuwe besturingssysteem dat morgen gelanceerd wordt. Cortana lijkt een beetje op Siri voor iPhone. Handig om handsfree sms’jes te versturen, een belopdracht te geven, een muziekje te laten spelen of ’s avonds met slaperig hoofd te zeggen: ‘Siri zet mijn wekker om half zeven’. Het werkt.

Talk of the town Cortana bestaat al voor Windows Phone, maar je hoort er nooit iemand over. Cortana in Windows moet de talk of the town worden. Al was het maar omdat ze een bemoeizuchtige en misschien zelfs opdringerige dame kan zijn. De spraakassistente wacht niet lijdzaam af tot je iets vraagt. Ze leest al je e-mail, vlooit de agenda na, bekijkt je bellijst (als u een Windows Phone heeft) en doet zelf suggesties. ‘Zeg, ik wil me er niet mee bemoeien, maar volgens de agenda is het nu echt tijd om te vertrekken voor die afspraak. En bel onderweg even met je moeder, dat is ook alweer een maand geleden.’ Microsoft belooft een slimme spraakassistente. ‘Ik zie dat de vlucht van uw vriend is vertraagd, dus werk nog maar even door.’ Tenminste, dat kán Cortana – zegt Microsoft - als ze de vrijheid (lees: toegang tot alle gegevens) krijgt van de gebruiker.

Verliefd op Microsoft Microsoft-topman Satya Nadella zei dat hij wil dat de klanten weer verliefd worden op Microsoft. Cortana moet de vonk over laten springen. Ze moet anders dan Siri veel meer persoonlijkheid krijgen. Met Cortana kun je lachen. Ze vertelt grappen en zelfs een alledaags gesprekje moet mogelijk zijn. En niet zomaar zinloos gebabbel, want  Microsoft schakelde een legertje schrijvers in om gevatte antwoorden te verzinnen op duizenden mogelijke vragen en opmerkingen. Er rolde een gezellige, immer positieve en nimmer sarcastische jongedame uit. Al is ze een beetje pesterig als het gespreksonderwerp over Apple’s rivale Siri gaat. Hoe de Microsoftvrouw eruit ziet is niet bekend. Ze gaat niet lijken op de blauwe sexy fantasievrouw Cortana uit het spel Halo. Op de desktop zal ze eruit zien als een groepje cirkeltjes.

Cortana in de educatieve wereld Ontwikkelaars - ook in de educatieve wereld - likken de vingers al af. Als er een koppeling komt met hun apps en programma’s kan Cortana helpen. ,,Wie heeft er zijn rekentaken niet gedaan?’’ ,,Stuur een Whatsappje naar de ouders van de kinderen die hun huiswerk niet hadden gemaakt.’’ En ook voor kinderen kan Cortana een goed studievriendje worden. ,,Cortana, leg nog eens uit hoe dat met Pythagoras zat.’’ Waarschijnlijker is dat Cortana je oogappel eerder aan zal sporen om die wiskunde-oefeningen nu echt af te maken.

Microsoft gelooft heilig in een rol voor Cortana en maakt haar ook geschikt voor Android en iOS. Laptopmaker Toshiba komt binnenkort met laptops voor scholieren waarbij Cortana met een speciale knop op het toetsenbord als een geest uit de fles op het scherm komt.

Een voorlopig minpuntje: Cortana moet haar eerste lessen Nederlands nog krijgen. Voorlopig doet ze alleen slim in het Engels. See you later.

Geen hogere wiskunde
22 Jul 2015 -

Vernieuwing, internationale naamsbekendheid, buitenlandse investeringen, publiciteit en een Wikipediapagina: online kiosk Blendle lijkt het allemaal te hebben. Tel daar de bevlogenheid van het duo Marten Blankesteijn en Alexander Klöpping bij op en je beschikt over een succesformule.

Virtuele etalage Ook over het aanbod valt niet te klagen. Veel Nederlandse uitgeverijen hebben Blendle bij de start het voordeel van de twijfel gegeven, uit angst om achter te blijven. Kies een willekeurig artikel uit de Volkskrant, het Algemeen Dagblad of Vrij Nederland en het is te koop via Blendle. Tientallen tijdschriften en kranten staan in de virtuele etalage en gebruikers pikken daar de pareltjes uit, voor maximaal 99 cent per artikel.

Heikele puntjes Los van het feit dat de online kiosk nog niet winstgevend is (lees: een verlies van 500 duizend euro in 2014), is ook het aantal gebruikers aan de lage kant. Een gering aantal gebruikers plus een laag tarief per artikel betekent weinig geld in het laatje. Maar niet alleen de tegenvallende cijfers zijn een heikel puntje. Een platform als Blendle moet voldoende gebruikers hebben om voor uitgeverijen interessant te blijven, stelt Marketingfacts.

Geen moeilijke rekensom Bovendien dient Blendle zich te houden aan de eisen die uitgeverijen hen opleggen. Want geen aanbod betekent geen gebruikers en geen gebruikers, geen omzet. Dat is geen hogere wiskunde. Om de online kiosk voor gebruikers aantrekkelijker te maken (zodat het platform meer vaste lezers krijgt) moet Blendle vernieuwen. Ook geen bijster moeilijke rekensom. Maar: door mee te werken aan de vernieuwing van Blendle snijden uitgeverijen zichzelf in de vingers.

High five Stel: Blendle stelt een persoonlijk pakket samen van artikelen die past bij de interesses van de gebruiker, voor een klein bedrag per maand. Hartstikke leuk bedacht en waarschijnlijk geven Marten en Alexander elkaar een high five bij het noteren van het aantal nieuwe gebruikers, maar de uitgeverijen zullen op zijn zachts gezegd niet blij zijn. Het duo neemt immers de regie van hun content over. Dan zou ik ook rechtsomkeert maken.

Geen vetpot Uitgeverijen mogen zelf bepalen of zij de opbrengst van artikelen delen met de auteur. Dat is op zijn minst attent. Ware het niet dat een artikel honderden keren gelezen moet worden om daadwerkelijk een leuk bedrag op te leveren. Ook mijn stukken zijn af en toe te bewonderen in de online kiosk, maar veel rijker ben ik daar vooralsnog niet van geworden. Als mijn artikel à 0,99 cent – het hoogste tarief – 100 keer wordt gelezen, dan levert dat 99 euro op. Daarvan gaat 30 procent naar Blendle, zo’n 30 euro. De overgebleven 69 euro wordt natuurlijk nooit in zijn geheel op mijn bankrekening gestort, de uitgeverij wil immers ook wat. Stel, de uitgeverij kiest ervoor om 50 procent in eigen zak te houden, dan houd ik welgeteld 34,50 over. Op zich een leuk zakcentje, maar geen vetpot. Wél 100 extra lezers van mijn artikel. Blendle dient als een extra platform waarop mijn artikelen gelezen kunnen worden. En dat is ook wat waard.

Redder in nood Het aantal Blendle-gebruikers blijft gelijk en uitgeverijen zijn huiverig. Huiverig voor vernieuwing en voor het einde van hun eigen bestaan. Blendle zou ooit het spreekwoordelijke gat in de markt kunnen worden, misschien zelfs een redder van de Nederlandse journalistiek. Maar nu nog even niet.

Waarom leren zo lang lijkt te duren
16 Jul 2015 -

Of het nu gaat om het bespelen van een instrument, een (vecht)sport, een taal, of enige andere vaardigheid; in ieder leerproces is er een 'dood punt' waarbij het lijkt alsof je ondanks je aanhoudende oefening geen vooruitgang meer boekt. In internationale termen staat dit punt bekend als het intermediate plateau, of learning plateau.

We kennen allemaal die ene persoon die maandenlang sprak over de ambitie om te gaan hardlopen, maar wiens sportschoenen na twee keer gebruik in de prullenbak verdwenen. Typisch gevalletje motivatiegebrek, net zoals er talloze mensen zijn die het idee van een boek schrijven veel interessanter vinden dan het daadwerkelijk schrijven van een boek. Maar nog veel tragischer zijn wel de mensen die hun fanatisme ongeveer een jaar vol goede moed volhouden, om daarna stilletjes af te druipen. Deze mensen zijn vaak slachtoffer geworden van een plateau.

Het principe is vrij simpel: stel dat we een getal toekennen aan iemands vaardigheidsniveau, waarbij 1 een absolute beginner is en 100 een expert. Je ziet dat het in het begin makkelijk is om je vaardigheid te verdubbelen: 1, 2, 4, 8... maar al snel wordt dit lastiger. “Alle begin is moeilijk”, zeggen ze, maar vaak is het begin juist ontzettend leuk en spannend: van iedere kleine stap vooruit wordt intens genoten en is in zichzelf al een beloning.

De grote valkuil is dat de vooruitgang van de beginnersfase wordt geprojecteerd op de toekomst, en dat komt de leerling al snel duur te staan. Want deze kleine stappen vooruit zijn in het middengebied tussen beginner en expert lang niet meer zo aantrekkelijk als ze vroeger waren. Daar komt bij dat de eerder opgedane kennis voortdurend moet worden herhaald zodat deze niet verdwijnt en zo lijkt de leercurve (ooit een lijn schuinrecht omhoog) af te vlakken en tot een halt te komen.

Hoe kunnen we deze valkuil ontlopen, bij onszelf of bij anderen? Een paar korte tips:

  • Bedenk goed waarom je iets doet. In de psychologie wordt maar al te graag gesproken van intrinsieke en extrinsieke motivatie: oftewel: beloning van buitenaf of van binnenuit. Extrinsieke motivatie zoals aanzien of een hoger salaris kan je tot nieuwe hoogtes brengen, maar intrinsieke motivatie zoals een diepgeworteld verlangen om je te verdiepen in iets wat je leven kleur geeft kan je nog veel verder brengen.

  • Hou het simpel, hou het leuk. De meest effectieve vorm van leren heet deliberate practice; gerichte oefeningen om vereiste vaardigheden te verscherpen. Denk aan eindeloos toonladders oefenen op de gitaar of rijtjes grammatica stampen voor Duits. Hoe nuttig dit ook is, soms is het beter voor je motivatie om gewoon die meezinger van The Beatles nog een keer te spelen of om een Duitse krimi te kijken.

  • Zoek een goede balans tussen overmoed en onzekerheid. Je doel voorbij schieten omdat je denkt dat je 'het al weet' is net zo erg als niet eens mikken op het doel omdat je denkt dat het je toch nooit lukt.

  • Leerdoelen: specifiek en op de korte termijn, niet algemeen en ver in de toekomst. Als je binnen een jaar vloeiend Frans wil spreken, kom je voor een teleurstelling te staan. Maar wil je iedere week een paar woorden leren, of iedere maand een Franstalig boek lezen, dan heb je altijd een duidelijk doel voor ogen en ontdek je snel wat wel of niet reëel is.

Wanneer je een dood punt ervaart, kan het uiteindelijk nóg beter zijn om je wat meer te verliezen in het oefenen zelf. Met je einddoel komt het dan als vanzelf wel goed. Zoals de Zenmeester tegen de beginner zei: “Als je beide ogen op het einddoel richt, kun je de weg voor je niet meer zien.”

Investeren zonder centen, het kán!
6 Jul 2015 -

,,Niet vergeten hè Jaro, ondernemen is leuk!''. Met die woorden verliet ik een paar dagen geleden het kantoor van mijn belastingadviseur. ,,Dank je wel Arent!''.

Ik hou van ondernemen. Maar voor jezelf beginnen is niet alleen maar zonneschijn. Een onderneming kóst natuurlijk ook geld. Zo'n belastingadviseur heb je nodig en is fijn, maar is geen vrijwilliger. Zo zijn er een hoop dingen die de moeite waard zijn om in te investeren die een hoop geld kosten. Als je net begonnen bent, kan het zijn dat je dat geld helemaal niet hebt. Als je dat geld niet hebt, wat heb je dan wel?

Investeren kun je dus ook met tijd. Hoewel dat absoluut lastiger is dan investeren met geld, is het vaak wel veiliger als je weinig geld hebt.

5 dingen waarin je  kunt investeren zonder geld

1. Identiteit Als je een bedrijf hebt, ben je veel tijd kwijt met het uitvoeren van je werkzaamheden en administratie. Soms zo veel tijd, dat je vergeet wat je eigenlijk wilde doen. Waar je naartoe wilt groeien. Het is een goede investering om de tijd te nemen daarover na te denken en de tijd te nemen je plannen uit te voeren. Wat wil je dat je bedrijf uitstraalt en hoe wil je dat bereiken? Het creëren van een goede basis voor je bedrijf is essentieel.

2. Kennis Kennis is gratis, en er is veel te leren. Youtube kan een bijzonder waardevolle bron van informatie zijn, maar je kunt natuurlijk ook bij andere ondernemers langsgaan met je vragen. Mensen vertellen vaak graag over hun vak en op die manier is leren ook nog eens goed voor je netwerk.

3. Fame Als ondernemer moeten mensen je kennen, maar belangrijker nog; ze moeten aan je denken. Het is dus waardevol om ervoor te zorgen dat mensen weten wie je bent en wat je doet. Hoe verschrikkelijk netwerkborrels soms ook zijn; ga er naartoe. Zorg voor een goed verhaal en praat met zoveel mogelijk mensen. 

4. Basis Lijstjes maken, je werk- en leefruimte opruimen. Dit zijn, net als je identiteit investeringen in jouw basis. Energie haal je natuurlijk ook uit het contact met vrienden, huisgenoten en partners. De mensen in je omgeving maar ook je letterlijke omgeving zelf hebben aandacht nodig om jou energie te kunnen geven. Investeer dus absoluut in een goede omgeving om top-prestaties te kunnen leveren.

5. Jezelf Het beste rendement uit je bedrijf, haal je als je fit bent. Zorg dus voor voldoende beweging, ontspanning en rust. Soms lijkt het alsof er geen alternatief is voor doorgaan, maar ik spreek uit ervaring als ik zeg dat de prijs daarvoor hoog kan zijn en resultaat soms minder. Af en toe eens stilstaan is heel verstandig. Bovendien heb je dan ook tijd om te investeren in je eigen bedrijf.

Geen nieuws is nieuws
2 Jul 2015 -

Iedereen pakt zijn biezen en vertrekt naar het buitenland. Politiek Den Haag lurkt aan een cocktail op de Bahama’s en het werkende leven ligt op zijn gat. Mini-rompredacties bepalen de koers en thuiswerkende freelancers vegen tevergeefs het zweet van hun voorhoofd. Geen nieuws is nieuws geworden.

Blauwalg ‘De slappe tijd, waarin weinig zaken gedaan worden, dus in de maand augustus, als de komkommers rijp zijn en de handel over het algemeen niet zeer levendig is,’ omschrijft Wikipedia. Rijp of niet, de komkommertijd dient zich aan. De tropische temperaturen zijn het gesprek van de dag, je wordt doodgegooid met nieuws over blauwalg in Nederland en de geboorte van een leeuwenwelp haalt de voorpagina.

MH17 Hoe anders was dat vorig jaar. Terreurgroep Boko Haram deed aanval na aanval, (toen nog) ISIS stelde zich op gewelddadige wijze aan de wereld voor en rampvlucht MH17 stortte neer op Oekraïens grondgebied. En ook dit jaar lijkt de zomerperiode een bron voor slecht nieuws. Een onthoofding in Frankrijk, een aanslag in de toeristische badplaats Sousse en een zelfmoordaanslag op een moskee in Koeweit. Op dezelfde dag.

De persen blijven draaien Nieuws of geen nieuws, de krant moet gevuld. Voor een zpp’er is de zomer heilig. Terwijl mijn collega’s (met een vast contract) hun billen bruinen in de Spaanse zon, houd ik de boel (in het net zo tropische Nederland) draaiende. Neem een willekeurige week in mijn agenda: dienst overnemen tot 16:00 uur, ochtenddienst thuis, werken tot 17:30 uur in Amsterdam, en ga zo maar door.

Lijstjes De zomer levert niet alleen meer werk, het is ook hét uitgelezen moment om de boel eens op een rijtje te zetten. 2015 is over de helft, de btw-aangifte voor het tweede kwartaal is (bijna) de deur uit en iedereen is op vakantie. Mijn voorliefde voor lijstjes dient zich weer aan. Zijn al mijn facturen betaald? Hoe sta ik ervoor? Wat wil ik dit jaar nog bereiken?

Productief Waar de meesten komkommertijd associëren met vakantie en lege redacties, kom ik niet verder dan het woord ‘productief’. Ik kan extra geld opzij zetten, mijn hoofd is weer leeg en ik wind mij nergens over op om zweetdruppels op mijn voorhoofd te voorkomen. Zelfs het eeuwige gezemel over die enige twee warme weken in het jaar, irriteert mij niet meer. Ik heb genoeg slecht nieuws gehoord. Stuur mij maar pushbericht met nieuws over de eerste rijpe komkommer van het jaar.

Leren leren: hoe doe je dat eigenlijk?!
23 Jun 2015 -

Basisschool leert kind niet hoe het moet leren, kopte de Volkskrant onlangs. Ik heb het artikel uitgescheurd en bewaard, want het zette mij met m’n bevlogenheid over de 21st century skills tot nadenken. Naast de beoogde competenties als samenwerken, creativiteit, ICT-geletterdheid, communiceren, probleemoplossend vermogen, kritisch denken en sociale en culturele vaardigheden, brak het schrijversduo van het stuk - beiden ouder, tekstschrijver en auteur van De huiswerkhulp. Hogere cijfers, sneller klaar - een lans voor het haast ouderwets klinkende 'leren'.

Oefenen en doorzetten Leren leren. Dat klinkt eenvoudiger dan het is. Het vereist veel oefenen, leren van de gemaakte fouten, systematisch en nauwkeurig werken, plannen en doorzetten. Ik had het graag tot in de finesses onder de knie gekregen. De deadline van deze blog bijvoorbeeld heb ik bij de verkeerde datum in mijn agenda gezet, waardoor ik een mailtje ontving met de vraag waar mijn tekst bleef. Heel vervelend. Het zorgt voor ergernis aan de opdrachtgevende kant en voor onrust bij mij, want alles op de agenda moet nu doorschuiven naar een later tijdstip.

Ik zou immers geen knip voor de tekstschrijvende neus waard zijn als het maken van deze tekst nu niet voor alles zou gaan. Met een beetje pech komt een andere deadline zo in gevaar. In ieder geval komt er een punt bij op de to-do-list, terwijl zo’n lijst alleen maar fijn is als je gedane taken kunt doorstrepen. O, wat een heerlijk euforisch gevoel is dat. Dat komt overigens omdat het beloningssysteem in onze hersenen wordt geactiveerd en er een lichtelijk genotsgevoel optreedt. Met als gevolg dat we gaan multitasken. Of beter gezegd: probéren meerdere taken tegelijk te doen. Dan kunnen we lekker strepen op die lijst!

Multitaksen Het probleem van multitasken is dat het niet kan. We denken dat we meerdere dingen tegelijkertijd doen, maar echt goed concentreren is alleen maar mogelijk als je één activiteit doet. Onderzoek heeft uitgewezen dat als mensen het idee hebben dat ze twee dingen tegelijk doen - telefoneren en een mailtje beantwoorden - hun aandacht razend snel afwisselt tussen de twee activiteiten. Mét daarbij iedere keer verlies van tijd, omdat de hersenen weer even moeten aanhaken waar ze ook al weer waren gebleven bij het beantwoorden van de mail. Neuropsycholoog Daniel Levitin zegt: When trying to concentrate on a task, an unread email in your inbox can reduce your effective IQ by 10 pointsMulitaksen zorgt voor minder rendement en voor stress.

Het genot van unitasken Als onderdeel van de minst sexy 21st century skill - het leren leren -  hoort dus unitasken, zou ik zeggen. We leren dan al jong dat juist door ons op één activiteit tegelijk te concentreren, het genot van een doorgestreepte to-do-lijst eerder is bereikt. En dat we daar dus langer van kunnen genieten! Win-win. Ik heb tijdens het tikken niet één keer gekeken of er mail is binnengekomen, maar me wel zeker tien keer afgevraagd of ik nieuwe berichten heb. Slechte gewoonten zijn moeilijk af te leren… Oefenen en doorzetten, je bent nooit te oud om te leren leren.

De Nederlandse handelsgeest die niemand aan zag komen
18 Jun 2015 -

De meevaller waar iedere columnschrijver op jaagt is wat in Engelstalige blogs ook wel wordt omschreven als: the point where comedy starts to write itself. Het verwijst naar gebeurtenissen die enkel hoeven te worden naverteld omdat ze op zichzelf al opmerkelijk, hilarisch, of ironisch genoeg zijn.

Dan komt de NOS met de volgende kop:

Het UWV vergoedt cursussen voor werklozen die zich willen laten omscholen tot spiritueel belconsulent of hypnotiseur.

Over pakkende titels gesproken. Was het een kop van GeenStijl of nu.nl geweest, dan  hadden we de zaak af kunnen doen als weer een stukje schreeuwend populisme en sensatiegerichtheid, maar als het betrouwbare NOS hiermee naar voren komt, dan zit er misschien meer achter. Wij lezen, met grote ogen:

Voor bijna 1.000 euro per persoon kunnen de werkzoekenden bij Paradidakt uit Zoetermeer een cursus krijgen hoe ze tarotkaarten moeten lezen of hoe ze in een glazen bol moeten kijken. Ook wordt er betaald voor reïncarnatiesessies in de Ardennen.

Op dit punt controleren we één of twee keer of dit niet De Speld of een ander satire blog is die de website van de NOS heeft nagebootst, maar tevergeefs... We lezen verder hoe een woordvoerder van het UWV uitlegt onder welke voorwaarden iemand op kosten van de staat in de toekomst een telefonisch para-consult kan geven.

Uiteraard is deze gewaagde zet niet onopgemerkt gebleven. Of de kreet 'glazen-bol-subsidie' Woord van het Jaar 2015 gaat worden is nog maar de vraag, maar de verbazing die dit bericht opwekte was voldoende om een vragenuurtje in de Tweede Kamer voor te stellen.

Bijna zou ik geneigd zijn om het UWV hier te verdedigen met de kreet: 'niks persoonlijks, puur zakelijk'. Hun eigen verdediging is even treffend als ontwapenend: het is een erkende opleiding die uitzicht biedt op betaalde arbeid, zodoende kunnen mensen hier subsidie voor krijgen. Meer kunnen wij redelijkerwijs niet van het UWV verwachten; het is immers hun taak om van werkloze mensen zo snel mogelijk weer werkende mensen te maken. Helaas een stukje probleemverschuiving, aangezien er nog altijd meer werklozen dan beschikbare vacatures zijn. Desalniettemin is het belangrijk dat er een instantie is die werkloze mensen steun en begeleiding geeft.

Dit opmerkelijke staaltje werkloosheidsbestrijding roept genoeg vragen op die voor iedereen die een product of dienst aan de man/vrouw wil brengen belangrijk zijn. Kijken we alleen maar de kosten-baten afweging, of zit er een stukje ethiek in iedere transactie? Trekken we ons wat aan van publieke opinie? Hoeveel moet of mag de politiek zeggen over waar mensen (uiteraard binnen de perken van de wet) in handelen? Misschien is er iemand die, voor een vergoeding van slechts 29 cent per minuut, hierover een helder advies kan geven.

Frisse blik
9 Jun 2015 -
‘Door welke zie je beter, glaasje 1 of glaasje 2?’ Ik vind het altijd spannend, een nieuwe bril. Het is natuurlijk belangrijk de wereld scherp te zien. Maar het kiezen van het juiste montuur is de truc. Ga ik mijn comfortzone een beetje uit en probeer ik iets nieuws, of neem ik toch weer een montuur dat lijkt op het vorige? Als ondernemer staat je leven bol van de keuzes. En als je die keuzes maakt, spendeer je daarna vaak veel tijd met je af te vragen of het wel de juiste keuze was. Onzekerheid Het maken van keuzes kan gepaard gaan met onzekerheid. Zeker als je met dat soort keuzes jezelf op nieuw terrein begeeft. Misschien vindt mijn omgeving mijn nieuwe bril helemaal niet zo leuk. Die onzekerheid kan soms voor rare situaties zorgen. Situaties waarin je misschien niet zo eerlijk bent als je zou willen, maar waarin dat juist wel wenselijk is. Daarom heb ik een nieuwe bril nodig. Een bril die ervoor zorgt dat ik alles een beetje scherper zie dan ik tot nu toe deed. Een bril waarmee ik mezelf weer eens goed onder de loep kan nemen. Want eerlijk naar jezelf kijken is nodig als je onderneemt, niet in de laatste plaats omdat je wilt verbeteren. En als je naar jezelf kijkt, wil je alles scherp zien. Zodat je jezelf kunt verbeteren aan de hand van wat je ziet. Façade Een nieuw montuur is een nieuw gezicht. Dat montuur bepaalt voor een groot deel mijn gezicht de komende tijd en is in zekere zin mijn façade. Façades hebben een functie: een goede façade is beter voor business. Daarom zijn klussen altijd leuk en gaan de zaken altijd goed als daarnaar gevraagd word. Dat is logisch, want je wil betrouwbaar overkomen. Als je het rustig hebt is dat een keuze. Hardop zeggen dat het niet goed gaat wordt gauw als negatief ervaren, zwaar op de hand en misschien zelfs onbetrouwbaar. Als jij goed bent in wat je doet en goede producten levert, dan gaan de zaken vanzelf goed, is de vereenvoudigde gedachte. Dat in acht genomen is het des te belangrijker om eerlijk te blijven tegen jezelf. Gaan de zaken wel goed? En als de zaken niet goed gaan, wat kun jij dan doen om dat te verbeteren? Wat maakt voor jou dat het wel of niet goed gaat? Als je dat gaat onderzoeken, kun je maar beter geen roze bril op zetten. Zakendoen met mensen De jonge man die mijn ogen meet is nog niet heel ervaren, maar hij doet ontzettend zijn best. Nadat hij kundig mijn ogen gemeten heeft, gaat hij met mij opzoek naar de juiste aanbieding. We wandelen naar het rek vol brillen, ik zet een montuur op m’n neus en kijk in de spiegel. ‘Ja die!’ zegt hij haast onbeholpen enthousiast. Van die eerlijkheid, daarvan hou ik eigenlijk het allermeest. De eerlijkheid die laat zien waar je van houdt of je enthousiasme voor iets weigert te verbloemen. De eerlijkheid die ons toestaat om juist die professionele façade even te vergeten. Soms is het ook belangrijk om je te herinneren dat je zaken doet met mensen. Een gesprek mag dan zakelijk zijn, je kunt altijd appelleren aan iemands menselijkheid en iemand bijvoorbeeld vragen om hulp. ‘Ik denk dat een breder montuur wat beter bij u past’, had de jonge opticien eerder tegen mij gezegd. ‘Dan lijkt uw hoofd wat smaller.’ Heel netjes dat hij me niet naar buiten stuurt met een bril die mijn dikke kop accentueert. Het enthousiasme van iemand die zijn vak leuk vindt, de eerlijkheid waarmee hij mijn montuur beoordeelt en zijn zichtbare onzekerheid maakte dit voor mij tot een inspirerende ontmoeting. Niet alleen heb ik straks een nieuwe bril, maar ook ben ik een frisse blik rijker.
Aangenaam kennis te maken, Wordsmith
2 Jun 2015 -
Robots vliegen naar de maan, bouwen auto’s en maaien het gras. Robots opereren, onderzoeken de oceaan en verzorgen ouderen. Op journalistieke redacties lijkt de automatisering enigszins mee te vallen, maar dan ken je Wordsmith nog niet. Zonder moeite Wordsmith, zo heet hij. De Amerikaanse robot die stukjes kan tikken. Binnen twee minuten levert hij zonder piepen of kraken een artikel af over beurskoersen, jaarcijfers of statistieken. Staccato, dat wel. Maar toch, hij kan stukjes tikken. Tikwedstrijd Wordsmith heeft nu al een veelbelovende CV. Zo schrijft hij financiële stukken voor Yahoo en persbureau Associated Press. Laatst werd-ie uitgedaagd voor een tikwedstrijdje tegen financieel journalist Scott Horsley van de Amerikaanse publieke omroep NPR. Uitslag: 7 minuten voor de journalist tegenover 2 voor de robot. Gelukkig ontbrak het de lezer niet aan loyaliteit en kwam het stukje van Scott als absolute favoriet uit de bus. Meer dan staccato Nu is deze uitslag niet zo beangstigend, maar wat als ik vertel dat meneer Wordsmith ook anders kan dan rechttoe rechtaan stukjes schrijven? Jawel, hij kan ook losser leren schrijven door berichten van een 'echte' journalist door te vlooien. Zo schaaft hij zijn stijl steeds een beetje bij, tot deze vrijwel gelijk is aan de journalist. Met of zonder hulp Niemand lijkt zich zorgen te maken over de toekomst van de robotjournalistiek en ik verwacht eerlijk gezegd ook weinig ellende. In mijn ogen zullen er altijd 'echte' journalisten nodig zijn op de werkvloer, met of zonder hulp van robots. Maar als Wordsmith en zijn robotvriendjes nu al wedstrijdjes winnen, dan belooft dat een hoop voor de toekomst. Positief of negatief, dat merken we vanzelf. Robots op de redactie Fontys Hogescholen kreeg onlangs een
subsidie van zeven ton (!!!) toegekend voor de ontwikkeling van een geautomatiseerde nieuwsredactie. Vier jaar lang gaat de hogeschool uitzoeken of redacties in de toekomst worden gerund door robots. Meer tijd voor achtergrond Ongetwijfeld dragen robots in de toekomst bij aan snellere berichtgeving op een redactie. Spoedig informatie verzamelen is voor algoritmen geen enkel probleem. Gunstig, want dan kunnen journalisten zich richten op achtergrondverhalen. Dat betekent wel: in de toekomst geen informatie meer zoeken en geen feiten meer checken. Dat doet Wordsmith voor je. Handig, maar ook realistisch? Dat vraag ik me af. Ik ben benieuwd wanneer de eerste Pulitzerprijs door een robot in ontvangst wordt genomen.
Sleutel tot geluk
28 Mei 2015 -
De overheid ziet het ook: de maatschappij verandert, dus het onderwijs moet mee veranderen. Daarom is sinds november 2014 Onderwijs2032 gestart. Een platform waarop ouders, leerlingen, leraren en andere belangstellenden hun ideeën over een nieuw curriculum kunnen delen. Hoofdvraag: Hoe kunnen we kinderen die nu naar school gaan, zo goed mogelijk voorbereiden op de samenleving en arbeidsmarkt van 2032? Een fantastisch initiatief. Inmiddels is de brainstormfase voorbij en is op de
site van de Rijksoverheid te zien wat daarvan het resultaat is. Tot mijn grote vreugde wordt er onderscheid gemaakt tussen drie thema’s: kennis, persoonlijke ontwikkeling en maatschappelijke toerusting. Rekenen, taal & mindfulness Want toen staatssecretaris Sander Dekker zijn initiatief in november aan tafel bij De Wereld Draait Door uit de doeken deed, was ik even bang dat het hem alleen om kennis te doen zou zijn. Op het moment dat iemand via Twitter liet weten dat de juf van het jaar naast rekenen en taal ook mindfulness doceert, wist de staatssecretaris niet waar het over ging. ‘Het is een populair iets, mindfulness, maar ik weet niet wat het is,’ bekende hij aan Matthijs van Nieuwkerk. Dat weet hij inmiddels vast wel, want mindfulness staat bovenaan bij het thema ‘persoonlijke ontwikkeling’. Misschien wist Dekker het aan tafel bij de ‘DWDD’ ook al, maar schaamde hij zich daarvoor. Zou kunnen, want naast een (groeiende) groep voorstanders, roept mindfulness bij veel mensen - onder andere bij mij - iets iebeligs op. Zweverig! Hippie! Blote voeten! Zélfs nu ik inmiddels overtuigd ben van de voordelen. Geluk en succes Volgens onderzoekers is mindfulness de sleutel tot geluk. Ik las het onlangs weer in een zelfhulpboek waar ik van onder de indruk ben, De 13 geboden - Dertien dingen die mentaal sterke mensen niet doen van Amy Morin. Het staat vol praktische tips en richtlijnen voor meer geluk en succes. Privé en in het werkende leven. Echt. Morin heeft het dus ook over mindfulness: ‘Uit onderzoek blijkt dat mindfulness vergelijkbare voordelen biedt als meditatie: minder stress, minder depressiesymptomen, beter geheugen, minder emotionele reacties en zelfs verbeterde relaties.' Leven in het moment Mindfulness wordt in verband gebracht met lichamelijke gezondheidswinst, zoals verhoogde immuunfunctie en minder ontstekingen door stress. In plaats van na te denken over wat er goed of slecht is of over hoe dingen zouden moeten zijn, kun je dankzij mindfulness je gedachten accepteren voor wat ze op dat moment zijn. Mindfulness vergroot je bewustzijn en helpt je om je bewust te zijn van elke activiteit in de loop van de dag. Het stimuleert je om beter tegen alleen-zijn te kunnen en helpt je in het moment te leven. Niks zweverigs aan! Alleen maar pluspunten die zorgen dat leerlingen optimaal kennis kunnen opnemen en goed met klasgenoten kunnen omgaan. En hoe fijn is het als ze deze vaardigheden later kunnen toepassen in het werkende leven, waarin ze onder tijdsdruk komen te staan, targets niet halen, een lange adem nodig hebben om een eigen zaak van de grond te tillen, botsen met een opdrachtgever of moeite hebben om zenuwen in bedwang te houden voor een presentatie. Mindfulness voor kinderen In Kikker zit stil, een documentaire over mindfulnesstraining voor kinderen, vertelt trainer Eline Snel dat de schooldirecteuren die ze een cursus mindfulness gaf, haar vroegen een training voor kinderen te ontwikkelen. De directeuren hadden gewild dat ze de cursus op jonge leeftijd hadden kunnen volgen, want zeiden ze: ‘Dan hadden we in het latere leven andere keuzes gemaakt en waren we anders met moeilijkheden om gegaan.’ I rest my case.
Verbeter je leven, denk in een andere taal!
13 Mei 2015 -
Een vreemde taal leren, het werd je op school opgedrongen en als je later groot en iets te overmoedig bent geworden is het waarschijnlijk ooit één van je goede voornemens geweest. Het wordt in wetenschappelijke onderzoeken keer op keer in verband gebracht met allerlei positieve effecten op lichaam en geest, en het staat het reuze interessant op je CV. Daarnaast is het ook nog eens handig voor als je in Zuid-Frankrijk met autopech langs de kant van de snelweg komt te staan (tenzij je natuurlijk zo stom bent geweest om toch maar voor die cursus ‘Japans voor Beginners’ te kiezen). Maar er gebeuren nog veel meer interessante dingen als je meer dan één taal machtig bent. Taal is, zogezegd, de oceaan waarin we zwemmen en juist daarom is het makkelijk om uit het oog te verliezen in hoeverre de taal die wij gebruiken ons wereldbeeld vormt. Al is het inmiddels alweer een cliché om uit te leggen dat Eskimo’s helemaal niet zoveel verschillende woorden voor ‘sneeuw’ hebben als eerst werd beweerd, het valt moeilijk te ontkennen dat iedere taal als het ware een eigen persoonlijkheid heeft. Geslachtelijke lidwoorden Hoe werkt dit? Misschien wel het leukste voorbeeld komt uit een onderzoek naar geslachtelijke lidwoorden in verschillende talen. Zoals u weet hebben veel Europese talen lidwoorden die mannelijk of vrouwelijk of neutraal zijn, zoals het bekende Der, Die, Das uit het Duits. Er is vaak helemaal geen consistentie in de manier waarop verschillende talen een geslacht toekennen aan een zelfstandig naamwoord. Het woord ‘brug’ bijvoorbeeld is vrouwelijk in het Duits en mannelijk in het Spaans. Die Brücke Je zou denken dat iedereen dondersgoed beseft dat bruggen gewoon bruggen zijn en daarom niet geneigd zijn om van sportauto’s of juist van winkelen te houden, maar toch beïnvloedt deze arbitraire bepaling van mannelijk/vrouwelijk de manier waarop je een brug ziet. In een onderzoek werden proefpersonen gevraagd om naar een foto van een brug te kijken en deze te omschrijven. Onze Oosterburen, geïndoctrineerd door een leven van Die Brücke, gebruikten woorden als ‘elegant’ en ‘slank’, terwijl de Spanjaarden vanuit hun el puente exact dezelfde brug voornamelijk als ‘sterk’ en ‘robuust’ zagen. Een opmerkelijke vondst die je doet afvragen wat het betekent dat het woord ‘baard’ in het Frans (la barbe) vrouwelijk is… Denken in een andere taal Uitermate interessant allemaal, maar zit hier nog iets in met wat meer praktisch nut? Jazeker, als je je leven wilt verbeteren, hoef je alleen maar in een andere taal te denken.
Verschillende onderzoeken hebben aangetoond dat spreken en denken in een taal die je op latere leeftijd hebt aangeleerd ervoor zorgt dat je minder emotioneel en meer rationeel nadenkt over bijvoorbeeld een hersenkraker of een dilemma. Over de exacte oorzaak van dit fenomeen wordt nog gedacht (hopelijk in een andere taal), al is de meest gangbare verklaring dat het de vereiste hersenkracht die nodig is voor het omschakelen naar een vreemde taal weinig ruimte overlaat voor sentiment. Maar de grootste winst is te halen wanneer je denkt vanuit een taal met een strong future tense reference, oftewel een taal met een sterke nadruk op de toekomende tijd. Een zin die een uitspraak doet over de toekomst kan ‘zwak’ of ‘sterk’ zijn, neem bijvoorbeeld het verschil tussen 'Ik ga morgen naar de sportschool' en 'Ik zal morgen naar de sportschool gaan'. De crux is dat simpelweg het toevoegen van het woordje zal ervoor zorgt dat er ineens een uitgesproken onderscheid wordt gemaakt tussen heden en toekomst. Op de toekomst gericht In de meeste talen zijn beide vormen aanwezig, maar is de ene vorm gebruikelijker dan de ander. Onderzoeker Keith Chen stelde zich voor dat de mate waarin een taal mensen ‘dwingt’ om dit onderscheid tussen nu en later niet te maken ervoor zorgt dat ze meer op de toekomst gericht zijn en zodoende verstandigere beslissingen maken. Hij classificeerde bijna veertig talen op een schaal van ‘zwak’ naar ‘sterk’ future tense reference en keek vervolgens in bijna tachtig landen naar keuzes die mensen maakten over bijvoorbeeld geld sparen, roken, sporten, en veilig vrijen. De conclusie? Er is een duidelijk verband tussen de taal waarin je plannen maakt en de kans dat je deze plannen daadwerkelijk doorvoert. Dit is slecht nieuws voor mensen die bijvoorbeeld Engels of Spaans spreken, maar des te beter voor mensen die van huis uit Fins, Mandarijn, of, om maar een taal te noemen, Nederlands hebben geleerd. Ik zou zeggen: vergeet het Internet, vergeet Amerikaanse films, boeken en muziek en zeg het vanaf nu alleen nog in je moerstaal en voor je het weet parkeer je je gloednieuwe BMW voor de deur van je tweede vakantiehuis.
Met liefde en passie
7 Mei 2015 -
Ik ben er niet graag, maar laatst was ik weer in ‘s Nederlands grootste supermarkt. De overdaad aan producten is overweldigend, maar ach, wie houdt er nu niet van diversiteit? Ik zou me natuurlijk kunnen ergeren aan het feit dat diversiteit in de supermarkt betekent dat je uit 20 verschillende soorten wasmiddel kunt kiezen of, nog beter, het hele jaar door ongeacht het seizoen kunt kiezen uit dezelfde drie soorten groenten. Maar laat ik dat voor de verandering nu eens niet doen. Tomaten, broccoli en courgette zijn immers heerlijk en je kunt er pastasaus mee maken. De Loterij Stel nou dat je niet meer zou hoeven koken? Stel je wint de loterij, zou je zelf blijven koken? En blijf je dan werken? Waarom zou je werken? Als ik de loterij zou winnen, zou ik stoppen met werken en op een of ander eiland met mijn billen in de zon gaan liggen, dik en bruin worden. Hoewel het misschien voor de hand ligt er zo over te denken, zou ik hiermee vooral aangeven niets te willen. Geen passie te hebben. En als dat zo zou zijn, zou ik net zo goed meteen kunnen stoppen met werken. De vraag waarom je zou werken lijkt een stomme vraag. Iedereen werkt en waarom zou je niet werken? Je moet natuurlijk voorzien in primaire behoeften en misschien heb je wel verplichtingen zoals een hypotheek of kinderen. Is dat dan de reden dat je iedere ochtend naar je werk gaat? Maar waar doe je het dan precies voor? Voor de marktconforme cao? Omdat je altijd al manager had willen worden? Je wilt je graag nuttig voelen? Omdat je voor grote merken mag werken zoals 's werelds grootste schoenenfabrikant, bierproducent of ‘s Nederlands grootste supermarkt? Verderop in de supermarkt, bij de broodafdeling, lees ik de grootste onzin ooit: ‘Brood met liefde en passie’!? Buiten dat het klinkt alsof de bakker er iets van zichzelf ingestopt heeft, is het ook gewoon niet waar. Het is dezelfde kleffe troep die ze daar al verkochten maar dan in een papieren zak. Hoop Hoe ergerlijk de holle marketing achter dit machinaal vervaardigde brood ook is, er gloort hoop in de opkomst ervan. Als een supermarkt als deze door heeft dat er behoefte is aan dit soort producten, betekent dat namelijk wél dat die behoefte er daadwerkelijk is. Dit is een bedrijf dat niets aanbiedt dat niet verkoopt. Als je me niet gelooft, verwijs ik je naar de afdeling groente en fruit. De reden dat mijn oog op dit brood valt, is dat ik die specifieke behoefte deel. Ik verlang naar écht brood van een bakker, naar groente van de groenteman en vlees van de slager. Ik hou van avocado die er van binnen niet uit ziet als een pakje boter en van winkeltjes waar iemand staat die houdt van wat hij of zij maakt. Kwaliteit van leven, genieten van goed eten met de juiste ingrediënten, met een glas wijn en echte gespreksonderwerpen. Het mag ergens over gaan en het hoeft nergens over te gaan. Goed eten, gezelligheid, vriendschap, dat soort dingen. Waarom wel Dus het antwoord op de vraag waarom ik zou werken is niet: “Waarom niet?” Het is ook niet dat ik mezelf nuttig wil voelen en ook niet dat ik een kans wil hebben om voor een marktconform salaris bij een fortune 500 company te werken. I couldn’t care less. Zelfs het hebben van verplichtingen is niet de reden dat ik ga werken. Het antwoord is dat ik bezig wil zijn met de dingen waar ik om geef en met mensen waarvan ik hou. En hopelijk komen daar producten uit waar anderen ook iets om geven. Daarvoor zou je moeten werken. Omdat het fijn om bezig te zijn met waar je van houdt. Omdat je daarvan kunt genieten en daar goed in mag zijn. Omdat je door te doen wat bij jou past daadwerkelijk bijdraagt aan een betere wereld. Omdat dát diversiteit is. Als je nu nog niet kunt leven van wat je het liefste doet, is het de moeite waard om te zorgen dat je dat wel kunt. Desnoods begint dat bij ’s Nederlads grootste supermarkt. Zodat mensen dan uiteindelijk naar je toe komen en zeggen: “hé wil jij dat voor mij maken?” En dat jij dan zegt, “met liefde en passie!”
WizeNoze voor uw kleine wijsneus
29 Apr 2015 -

Iedere dag zijn er nieuwe apps, nieuwe tools, nieuwe software en nieuwe programma’s die allemaal beweren baanbrekend en hét antwoord op alle problemen te zijn. Gelukkig zitten tussen al die dertien in een dozijn software ook pareltjes. Bedrijven of ideeën waarvan je denkt: ‘Waarom heb ik dat niet bedacht?’ WizeNoze bijvoorbeeld!

Onlangs bezocht ik dit bedrijf in Amsterdam. Vol enthousiasme werd ik door oprichtster Diane Janknegt ontvangen en in korte tijd legde ze mij uit wat WizeNoze doet en waar het bedrijf voor staat. Ik was om…. WizeNoze móet het web gaan veroveren!

Wat doen ze? Verschillende dingen. Maar het doel van alle producten die ze ontwikkelen is hetzelfde: zorg dat internet en de content kindvriendelijker wordt. ,,Het internet bestaat voor 90 procent uit content voor volwassenen. Onbegrijpelijk voor kinderen,’’ stelt Janknegt.

Een van die kindvriendelijke producten die WizeNoze maakt is de zoekmachine voor kinderen, ook wel de Junior Zoekmachine genoemd. Hier zoeken en vinden kinderen alleen websites die geschreven zijn op hún niveau. Je geeft als gebruiker aan in welke schoolklas je zit (groep 7, bijvoorbeeld), typt het onderwerp in waarover je iets wilt weten (drones, bijvoorbeeld) en er komen zoekresultaten naar boven met content die het kind snapt.

Een ander product dat veel content toegankelijk kan maken voor kleine kinderen is de Content Editor. Met deze ‘tool’ kunnen teksten in een mum van tijd getransformeerd worden in kindvriendelijke bewoordingen. Je zet een tekst in de editor, geeft aan voor welke leeftijdscategorie de tekst geschikt moet zijn en de editor meet of dat het geval is. Als het artikel te gecompliceerd is, dan geeft de editor aan waar het mis gaat. Te moeilijke woorden worden gemarkeerd, met suggesties voor eenvoudiger synoniemen. En ook de lengte van zinnen en teksten wordt beoordeeld.

Uit onderzoek blijkt dat 20 procent van een tekst voor kinderen uit te moeilijke tekst/woorden mag bestaan. Bij een hoger percentage haakt een kind af. Hoe ideaal is het als kranten, uitgeverijen en andere bedrijven met een enorme hoeveelheid content op deze manier materiaal voor volwassenen kindvriendelijk kunnen maken? Kinderen hebben hier plezier van, want zij vinden zo meer begrijpelijke informatie op het internet. Media kunnen op een goedkope manier al het nieuws dagelijks ombouwen voor kinderen, zodat ook zij op de hoogte blijven van de actualiteit.

Ik ben blij dat ik deze parel gevonden heb en ben benieuwd waar we over vijf jaar de naam WizeNoze voorbij zien komen. En nog benieuwder ben ik hoe deze blog uit de Content Editor van WizeNoze komt.

Ook nieuwsgierig geworden? De producten van WizeNoze zijn gratis aan te vragen op www.wizenoze.com.

Onderwijzer aan de macht
22 Apr 2015 -
‘Leraren waren de arbeiders, maar zijn nu de ingenieurs van het onderwijs,’ zegt de in Amsterdam wonende Franse socioloog Laurent Chambon in de Tegenlicht-aflevering ‘Onderwijzers aan de macht’. Zo is het!, juicht de oud-docent én de zzp’er in mij. Nieuw werken Sinds ik vorig jaar ben wegbezuinigd bij de VARAgids ben ik nog meer fan van het VPRO-programma Tegenlicht dan ik al was. Ik was het, omdat de documentairereeks zo accuraat de contouren van de toekomst weet te schetsen en ik ben het nog meer, omdat veel uitzendingen over mijn huidige leven gaan. De afleveringen over ‘het werken van morgen’ - banen stapelen, het verdwijnen van banen/vaste contracten, als zzp’er in verschillende verbanden met andere zelfstandigen opdrachten aannemen - gaan over mijn manier van werken van nu. Het is fantastisch, frustrerend en beangstigend tegelijk. Nieuw onderwijs Met grote interesse volg ik het debat over het basisloon en de ontwikkelingen in het onderwijs. Als er een compleet nieuwe arbeidstoekomst voor ons ligt, is het belangrijk dat we daar op beide vlakken op anticiperen. Onderwijs gaat mij sowieso aan het hart, als voormalig docent geschiedenis. Tijdens mijn korte carrière voor de klas - twee jaar - bleek hoe totaal ongeschikt ik ben als leraar. Iedere dag fietste ik huilend naar mijn werk. Weer lag er een dag voor me, waarop ik tekort zou schieten als juf. Ik was alleen maar bezig met overleven en had niet de rust er te zijn voor de leerlingen. Ik zag wat ze nodig hadden, maar het ontbrak mij aan het gereedschap om het ze te geven. Het was een frustrerende uitputtingsslag. Voor de leerlingen moet het niet veel anders zijn geweest. Goed onderwijs begint immers met de juiste persoon voor de klas. Samen gelukkig worden Ik geloof zeker dat we moeten kijken naar nieuwe vormen van onderwijs en het aanreiken van vaardigheden die in de toekomst gevraagd zullen worden van onze kinderen en die wil ik ook absoluut gaan bekijken. Het terugdringen van de administratiejungle en het doorgeslagen toetsingssysteem en de overal ontluikende initiatieven om ons onderwijssysteem, allemaal ontzettend belangrijk, interessant of hoopgevend. Maar het begint en eindigt met de persoon voor de klas. Iemand die oog heeft voor alle persoontjes in de banken voor hem of haar. Ik moet denken aan
Meester Bart die zijn leven als docent op een Middelbare School deelt op Tumblr. Er spreekt een grote liefde voor zijn kinderen en het vak van docent uit zijn anekdotes. En ik moet denken aan zijn Japanse collega Kanamori. Hij is al meer dan 30 jaar leraar en daarnaast filosoof en cultuurhistorisch vrijdenker. Zijn doel voor de klas: kinderen leren samen gelukkig te worden. Hij moedigt kinderen aan plezier te hebben en leert zijn klas dat ze hun eigen sterke kanten en die van hun vrienden moeten bevestigen en laten bevestigen. Kanamori wil een klas waar kinderen een sterk emotionele band met elkaar hebben en reikt ideeën aan hoe dat in het leven kan. Want zegt hij, ‘Als één kind niet gelukkig is, is niemand gelukkig.’ Dat leidde in 2003 - Kanamori is dan 57 jaar - tot de prachtige en ontroerende documentaire Childeren full of life.
Kantoorpraat!
15 Apr 2015 -

Een artikel over het groeiend structureel overschot aan kantoorruimte trok onlangs mijn aandacht. 30 procent van het kantooroppervlak in Nederland blijkt overbodig te zijn. Het gaat hierbij om een overschot van 17 miljoen vierkante meter. Dat is enorm! De discussie over de huizenmarkt en het tekort aan studentenhuisvesting hoef ik hier niet te voeren, maar dit artikel zette mij wel aan het denken.

Waarom zit ik met mijn bedrijf in de panden waar ik zit? Waarom vind ik het belangrijk om op een specifieke locatie gevestigd te zijn? Iets waar je niet dagelijks over nadenkt maar wel leuk is om zo af en toe bij stil te staan.

Klein kamertje Jaren geleden - nog voor de oorlog, grap ik wel eens - is Tekst 2000 in mijn toenmalige woning in Houten begonnen. Samen met mijn rechterhand Betty Hulshorst zat ik in een klein kamertje, wat later de slaapkamers van de kinderen werd, dat werd opgevuld met grote computerschermen. Klanten konden via de woonkamer het ‘kantoor’ bereiken. Erg provisorisch natuurlijk, maar veel keuze heb je als startende ondernemer niet. Eind jaren ’80 waren er nog geen flexplekken of betaalbare, kleine kantoorruimtes te huur.

Molenaarserf Naarmate Tekst 2000 groter werd, moest ook de kantoorruimte aangepast worden aan deze groei. In Houten, waar ik met opgroeiende kinderen woonde, huurde ik mijn eerste kantoorruimte. Een paar verhuizingen volgden totdat we uiteindelijk op het Molenaarserf belanden. Een fijne, lichte ruimte in een rustige woonwijk met volop parkeerruimte en dichtbij de snelweg.

Mooiste plekje van Utrecht Door de komst van B1 werd het onderkomen in Houten te klein voor beide bedrijven. Hoe blij ik ook ben - nog steeds - met de locatie in Houten: er moest naar extra ruimte gezocht worden. Ik was zelf ondertussen al een paar jaar verhuisd naar het mooiste plekje van Utrecht (de Nieuwegracht) en zag een werfkelder pal tegenover mijn woning vrij staan. Een buitenkansje! Dit loste meteen het ruimtegebrek in Houten op, het was dicht bij huis en een prachtige plek om zowel medewerkers als klanten te ontvangen.

Gecharmeerd We zitten met Tekst 2000 / B1 nu al ruim twee jaar in deze sfeervolle werfkelder en ik prijs me iedere dag gelukkig met zo’n mooie plek. Niet alleen zijn klanten altijd gecharmeerd als ze bij ons op bezoek komen, maar ook medewerkers raken gemotiveerd door de mooie ligging en de monumentale kelder. Iedere middag wordt gezamenlijk geluncht aan de meterslange tafel en bij mooi weer zitten we met elkaar onder de oude bomen aan de gracht te lunchen. Als een God in Frankrijk!

Sfeer Wat ik met dit verhaal wil zeggen: flexplekken zijn absoluut van deze tijd en ideaal voor zzp’ers die geen geld of behoefte hebben voor/aan een eigen kantoorruimte. Maar voor een bedrijf als Tekst 2000 / B1 is een vaste ruimte om medewerkers en klanten te ontvangen essentieel. En dan zit ik liever in een ruimte die mij past en de sfeer uitstraalt waar ik mij goed bij voel, dan dat ik ze in een onpersoonlijk, klinisch kantoor op een bedrijfsterrein moet ontvangen. Niets mis mee, maar niet passend bij wie wij zijn en wat wij doen.

Nieuwsgierig geworden naar onze kantoren in Houten en Utrecht? Kom dan vooral een keer langs  voor een kop koffie. De deur staat altijd open!

Hoe ZZP’ers de crisis belichamen
8 Apr 2015 -

Het is crisis. Of althans, dat was het. Vertel het me maar, want ik weet het niet. Regelmatig wordt mij de vraag gesteld of mijn keuze om zelfstandig te werken ingegeven is door 'de crisis'. Aanvankelijk vond ik dit een rare vraag (die ik steevast met een bondig en enigszins spottend ' nee' beantwoordde). Tot ik erachter kwam dat de mensen zich eigenlijk afvroegen waarom je in vredesnaam in deze instabiele tijd instabiele werkzaamheden zou verkiezen boven een vaste baan. Tenzij je geen vaste baan kon vinden natuurlijk, en daarom noodgedwongen voor jezelf bent begonnen. Eerlijkheid gebied mij te zeggen dat mijn leven er een stuk zorgelozer op geworden is door het nieuws wat minder te volgen. Want als ik de nieuwsberichten zou moeten geloven, was ik nu allang werkloos.

Avontuurlijk en rijk Soms zit ik wel om geld verlegen, maar vanuit mijn creatieve achtergrond gelukkig nooit om werk. Als ik geen werk heb, heb ik zelf nog minstens één miljoen ideeën, een flink aantal projecten en nog een paar verplichtingen die prima zouden gedijen onder een beetje extra aandacht. Ik hoef dus niet bang te zijn dat ik me ga vervelen. Daarnaast heb ik de liefste mensen van de wereld om me heen. Kortom: mijn leven is vol, avontuurlijk en rijk. Ik heb alles wat ik nodig heb.

Werkweek van 60 uur Om geld verlegen zitten betekent soms dat je niet de luxe hebt het werk te doen dat je verwacht, wilt doen of dat je ook daadwerkelijk leuk vindt. Omdat je daarnaast je eigen projecten ook aandacht wilt geven, af en toe een blog wilt schrijven en het goddelijke geluk hebt je eigen administratie te doen, heb je al snel een werkweek van 60 uur of meer.

Vaste baan Daarom ben ik tot nu toe nooit echt bang geweest voor 'de crisis' en heb ik het altijd een vaag begrip gevonden. Geld verdampt misschien op de beurs, maar ideeën, materiële waarde en mensen niet. Vóór het schrijven van deze blog heb ik me dan ook actief afgevraagd wat ik tot nu toe daadwerkelijk gemerkt heb van de crisis. Toegegeven, het was moeilijker om een (vaste) baan te vinden als ik daarnaar zocht. Dat geluid hoor ik ook veel om me heen. Ik spreek regelmatig mensen die hun baan kwijtgeraakt zijn, of in onzekerheid leven of ze hun baan kunnen houden. Maar ik zie ook zoveel nieuwe ideeën, nieuwe bedrijfjes, leuke concepten en mooie winkeltjes ontstaan dat ik me werkelijk afvraag of die crisis ons zo’n kwaad doet. Het lijkt wel of een gebrek aan eindeloze voorspoed juist het betere in ons boven haalt.

Antwoord op de crisis Om die reden zijn kleine(re) zelfstandigen dan ook het antwoord op die crisis. Want het zijn niet alleen mensen die doen wat ze leuk vinden en hun droom proberen te verwezenlijken, het zijn ook nog eens mensen die aanspreekbaar zijn op wat ze doen. Die zich nooit kunnen verschuilen achter het gezicht van een merk, multinational of ander grootbedrijf. Wellicht is het voor veel mensen wél zo dat de keuze om zich over te geven aan het instabiele bestaan van een zzp’er  ingegeven is door het gebrek aan een baan, maar dat betekent niet dat het een verkeerde keuze is.

Holle marketingkreten Voor mij luidde 'de crisis' het einde in van een tijdperk waarin consumeren als gegeven goed genoeg is om compleet te zijn. Mij vertelt de crisis ons dat onze interesses, onze wensen en verwachtingen aan het verschuiven zijn. We willen bouwen aan of deel zijn van ‘iets’ dat gecreëerd wordt en betalen bij mensen die we kennen voor producten die we begrijpen. Geen holle marketingkreten maar deel zijn van een daadwerkelijk product. Minder superlatieven en méér maken.

Inspectie zet scholen weer op scherp
2 Apr 2015 -
‘Onderwijs lijdt onder druk inspectie’. Vanochtend trok dit
voorpagina-artikel in de Volkskrant meteen mijn aandacht. We leven in een regeltjes-maatschappij waar op elke beroepsgroep wel een inspectie wordt gezet. Dit vinden wij fijn en het moet de kwaliteit van de beroepsgroepen ten goede komen. Maar nu zorgt deze kwaliteitsverbetering opeens weer voor werkdruk en stress? Bijna negen op de tien ondervraagde leraren en schoolleiders uit het basisonderwijs, voortgezet onderwijs, speciaal onderwijs en het mbo zeggen zich voor te bereiden op een bezoek van de inspectie. De scholen vrezen het predicaat 'zwak' te krijgen, waarna ze onder aangepast toezicht komen te staan. Dit levert dus stress op bij de onderwijzers. Nonsens! Ik zie dit excuus eerder als het indekken voor eventueel slechte resultaten. Inspectie op het onderwijs is juist van toegevoegde waarde: het zet de scholen weer op scherp. Het is goed om te controleren of iedereen de juiste papieren heeft en alles gedaan wordt zoals wettelijk is vastgesteld. We leven in een land waar gekke dingen gebeuren en waar dit nu eenmaal noodzakelijk is. Let wel: ik heb het hier over de controle op wettelijk vastgestelde regels en eisen. Ik blijf voornemens dat de rol van kwaliteitsbewaking op de inhoud van het onderwijs bij de vakmensen moet liggen. Educatieve uitgeverijen weten tenslotte waar nieuwe leermethodes aan moeten voldoen en hoe het onderwijsniveau opgekrikt kan worden met nieuwe methodes. Om terug te komen op de rol van de inspectie: op kinderdagverblijven is bijvoorbeeld weinig inspectie. Daar wordt door gemeentes alleen op afstand een beetje gekeken of alles wel goed verloopt; er is geen consequente inspectie, zoals op scholen, die kwaliteit komt controleren. De prijs bepaalt wat de kwaliteit van een kinderdagverblijf is waar je kind komt. Je hoort dan ook vaak dat dingen misgaan op kinderdagverblijven. Als je het onderwijs ook ‘loslaat’ en niet streng controleert, krijg je daar hetzelfde verhaal. Het is juist goed om een moment in het jaar vast te stellen waarop je als school orde op zaken moet stellen. Over de druk die dat met zich meebrengt, moeten scholen niet zeuren. Het moet toch allemaal gebeuren, dus waarom niet op een vast moment? Ik vergelijk deze situatie graag met het doen van je belastingaangifte. Wij doen allemaal onze aangifte op het laatste moment, in de laatste week. Die aangifte is ook een verplichting: dat moét gedaan worden. We stellen allemaal dingen graag uit. Als het onderwijs geen strenge controles van de inspectie krijgt, zullen zij misschien maar één keer in de drie jaar orde op zaken stellen. Dat is niet afdoende. Niet in een vakgebied waar ontwikkelingen en veranderingen elkaar in rap tempo opvolgen. Het onderwijs verandert continu en vraagt juist daarom frequente controles. Vroeger ging het er op mijn school niet anders aan toe. Daar werd ook tot in den treure overal op gecontroleerd. Zo werd iedere donderdag onze nagels gecontroleerd. Nee, ik vond het ook niet fijn dat ik iedere donderdagochtend nog snel dat klusje moest klaren. Maar je deed het. En ik ben nu blij dat iemand er op toezag, want bij mij zou het er anders zo een paar weken bij kunnen inschieten. En zo moet het onderwijs er ook naar kijken: wees blij met die stok achter de deur. Wees blij met de inspectie. Het zorgt alleen maar voor goed onderwijs!
Kinderen mogen leren rekenen in het Engels
25 Mrt 2015 -

Kinderen op de basisschool kunnen straks reken- of aardrijkskundelessen krijgen in het Engels, Duits of Frans. De Tweede Kamer heeft zich enthousiast getoond over een wetsvoorstel dat dit mogelijk maakt, zo bleek dinsdag in een debat. De PVV is tegen en de SP is kritisch.

Het gaat om reguliere vakken waarbij de leraar de uitleg geeft in een vreemde taal. Staatssecretaris Sander Dekker van Onderwijs wil basisscholen de mogelijkheid geven om maximaal 15 procent van hun lestijd aan te bieden in een van deze drie talen. Het is niet verplicht.

Uit onderzoek blijkt dat kinderen al op jonge leeftijd een tweede taal snel oppikken. Zo vergroten zij hun toekomstige kansen op een baan waarbij een andere taal belangrijk is, is de gedachte.

Experiment

SP en PVV wijzen echter op andere onderzoeken waaruit blijkt dat kinderen daar helemaal niet zo veel voordeel van hebben. Ze willen liever dat jonge kinderen eerst goed Nederlands leren. De SP vreest ook dat kinderen met een achterstand nog verder achterop raken. „Stel dat je al slecht bent in rekenen en ook de Engelse uitleg niet begrijpt”, zei SP-Kamerlid Tjitske Siderius. Ze wil vooraf onderzoek naar de effecten.

D66 wil juist dat scholen zelfs de helft van de lessen in een vreemde taal mogen geven, zoals al in een experiment gebeurt.

VVD, PvdA en D66 zijn bezorgd over het tekort aan Duitse leraren. Volgens Dekker zijn er projecten om meer docenten op te leiden, onder meer uit Duitsland, en zijn er ook initiatieven om de aandacht voor de Duitse taal aan te wakkeren. Hij zal dat stimuleren, vooral in de grensstreek.

(bron: de Telegraaf)

Ik heb creatieve ambities, help!
12 Mrt 2015 -
Dat het aantal zzp'ers en eenmanszaken als kool groeit, is geen nieuws. Maar hoe het leven van een 'zoekende' zzp'er of freelancer eruit ziet, is bij veel mensen niet bekend. Tekst 2000 / B1 laat de komende maanden zzp'ers bloggen over hun zoektocht naar het ideale en meest functionele freelancersbestaan. Vandaag schrijft 
Jaro Wetzer over zijn leven als zzp'er. Wetzer is als zzp'er ook op verschillende projecten voor Tekst 2000 / B1 aan het werk. Acht jaar geleden studeerde ik af aan de kunstacademie. Ik had werkelijk geen idee hoe het werkveld eruit zou zien. Kersvers dacht ik dat ik de enige creatieveling in de wereld te zijn, of toch zeker de creatiefste. Dat iedereen die in het bezit van een Apple was zichzelf creatief zou gaan noemen, daar was ik niet op voorbereid. Terugkijkend zat ik mezelf behoorlijk dwars om mijn weg te vinden op creatief, maar vooral ook op professioneel vlak. In het bijzonder omdat ik lang niet door had (of niet wilde toegeven) één van de velen te zijn. Een van de velen met ‘creatieve ambities’, zoals dat heet. Mensen vroegen mij wel eens of het ondertussen geen tijd was dat ik ‘iets serieus’ ging doen? Het probleem is niet dat iedereen tegenwoordig creatief is, maar dat iedereen daar met de digitale mogelijkheden van nu heel makkelijk invulling aan kan geven. Zo mag iedereen zich DJ, muzikant, vormgever, illustrator, schrijver, filmmaker, autonoom kunstenaar, meubelmaker, houtbewerker of fotograaf noemen. De grote vraag is: hoe vind je de balans tussen je wens om creatief te zijn en de universele noodzaak om te te eten? Vaak stond die noodzaak mij in de weg mijn creativiteit serieus te nemen en was ik teleurgesteld in hoe creatief een creatieve baan eigenlijk was. Wanneer doe je wat iedereen doet en wanneer ga je gewoon je eigen weg? Wanneer ben je deel van de massa en wanneer de creatieve einzelgänger? Momenteel werk ik gedeeltelijk zelfstandig en gedeeltelijk in loondienst. Het voelt aan de ene kant veilig om vaste patronen te kunnen volgen, en aan de andere kant kijk ik uit naar het moment dat ik ze los durf te laten. Tot die tijd hieronder een paar regels die mij helpen door te gaan met de dingen waar ik in geloof en die ik leuk vind. Ze helpen mij de zin in te zien van die de dingen die ik ‘erbij doe’:
  1. Wees geduldig met jezelf. Verzin eigen projecten en zoek hulp van anderen en gun het jezelf om lang over een project te doen. Maar maak het af! Onrealistische doelen zijn gevaarlijker dan minder goede ideeën. Ze zorgen ervoor dat er uiteindelijk vooral veel niet gebeurd. Je raakt teleurgesteld en je plezier in het project neemt af. Wees niet bang dat het resultaat minder goed is dan je voor ogen had. Niemand maakt alleen maar goede dingen en je idee over wat goed is en wat niet, kan nogal eens veranderen.
  2. Zoek anderen met projecten waar je bij kunt helpen. Het is goed voor je netwerk, je ontmoet vaak gelijkgestemden én je hebt een podium om te laten zien wat je kunt. Als je goed bent in iets zullen mensen naar je vragen en als je gevraagd wordt valt er misschien ook nog eens wat te verdienen.
  3. Bedenk alternatieven. Heb je een boek geschreven, maar kom je niet binnen bij een uitgeverij? Er zijn sites waar je zelf je boek kunt publiceren. Neem je eigen muziek op en deel het met anderen. Bekendheid betekent vaak meer dan vermeend talent. Je kunt nog zo goed ergens in zijn, als niemand het ooit hoort of ziet, gebeurt er helemaal niks.
  4. Neem jezelf serieus. Zorg voor de juiste materialen, spaar voor de juiste apparatuur of vind de juiste alternatieven om te maken wat je wil maken. Soms doe je een minder leuke klus voor het geld en soms een leukere voor het plezier. Maar zorg ervoor dat je beter wordt van wat je doet en dat je een reden ziet om de klus te doen.
  5. Neem jezelf niet te serieus. Ja, dat is tegenstrijdig, maar wel belangrijk. Vergeet nooit waarom je ergens aan begonnen bent. Je vindt dit namelijk schitterend om te doen. Stel jezelf niet boven anderen, hoe gering hun talent in jouw ogen ook is. Gooi geen deur bij voorbaat dicht. Als je ergens beter van kunt worden en je hoeft geen kuikentjes te verdrinken, dan stel ik voor dat je die kans pakt.
  6. Geef jezelf een basis. Ga ervan uit dat je in ieder geval niet altijd kunt leven van wat je doet dus doe er dingen bij. Probeer dingen te vinden die passen bij wie je bent. Dat maakt het makkelijker om ze vol te houden. Zie het als een manier om te kunnen blijven doen wat je het liefste doet. Laat mensen ook zien wat je doet, je krijgt vaak de leukste feedback van mensen in je omgeving.
  7. Ben je bewust van wat je nodig hebt. Heb je meer dan geef je vaak ook meer uit. Maar hoeveel heb je eigenlijk nodig? Hoe ziet je financiële situatie er eigenlijk uit? Hoeveel ruimte heb je om bezig te zijn met hetgeen je het liefste doet? Onderzoek jezelf, je verdiensten en uitgaven.
  8. Deel wat je maakt. Er is niets vanzelfsprekender dan dit punt, maar ik loop er nog steeds wel eens tegenaan. Het is gewoon eng om iets van jezelf te laten zien. Laat je er niet van weerhouden om juist dat te doen. Je groeit ervan en je maakt reclame.
  9. Schrijf af en toe een blog en deel je bevindingen. Het is niet alleen fijn voor mensen die het leuk vinden om te lezen, maar ook voor jezelf om van tijd tot tijd je gedachten te structureren, over bepaalde dingen een standpunt in te nemen en te laten zien dat je ergens veel vanaf weet of goed in bent.
GEEF NOOIT OP! Soms smeken mensen je letterlijk om je ambities aan de kant te zetten en gewoon te doen wat iedereen doet. Het is meestal een teken aan de wand, dat je het niet op de juiste manier aanpakt, maar geen reden om te stoppen met in jezelf te geloven. Het is vervelend voor de mensen die van je houden om jou te zien lijden onder je eigen ideaal. Neem dit soort tekenen serieus, heroverweeg je aanpak, en geef nooit op!
Regel je digitale erfenis!
4 Mrt 2015 -

In NRC Next las ik gistermiddag een artikel waar ik in eerste instantie een beetje om moest gniffelen. Het ging over welk beleid Facebook moest hanteren voor Facebookaccounts van mensen die overleden waren. Mijn eerste reactie was ‘is dit nou waar wij ons zorgen om maken?’ Maar naarmate ik er langer over ging nadenken, begon ik de ernst en het belang er van in te zien. Het lijkt een ridicuul iets, een digitale erfenis, maar is in deze tijd van digitalisering wel van essentieel belang.

Een groot deel van ons leven speelt zich tegenwoordig op het internet af. Zakelijke afspraken worden via LinkedIn gemaakt, vakantiefoto’s van vrienden en familie zie je op Facebook voorbij komen en nieuwsfeiten die jou bezighouden deel je op Twitter. We zijn online overal te vinden en bij actieve gebruikers is zelfs van alles te achterhalen: wat hun interesses zijn, welke sport zij uitoefenen en waar ze in de weekenden gaan stappen.

Maar wat te doen als iemand (plots) komt te overlijden? Negen van de tien keer weten nabestaanden het wachtwoord van een account niet. Hoe pijnlijk is het als de honderden vrienden van een overleden iemand op diens verjaardag een bericht van Facebook krijgen “feliciteer persoon X met zijn/haar verjaardag”? Niet alleen is het een verdrietig realisatiemoment voor de nabestaanden dat diegene er niet meer is, maar er zijn altijd verre kennissen of oud-collega’s die misschien niet van het tragische nieuws op de hoogte zijn. Wat als zij - nietsvermoedend - vrolijke berichten op het profiel gaan schrijven? Pijnlijk in het kwadraat!

Uit het artikel in NRC Next bleek dat Facebook niet echt een duidelijk beleid heeft voor dit soort gevallen. Wel kan je via een formulier het bedrijf vragen een account op te heffen, maar dit formulier komt vaak op een grote stapel te liggen en wordt niet adequaat behandeld. Ook kan je als nabestaanden een profiel omzetten naar een soort ‘in memoriam’-pagina. Maar aangezien dit een compleet nieuw speelveld voor Facebook is, hanteren zij nog niet echt een eenduidig beleid en is voor nabestaanden niet duidelijk wat er mogelijk is of waar je moet aankloppen.

Onder nabestaanden zelf is er vaak ook nog consternatie over het digitale leven van een overleden iemand. Soms willen familieleden een account het liefst verwijderen, puur uit functioneel oogpunt (iemand is er niet meer, dus waarom is een profiel nog nodig?). Terwijl vrienden misschien juist wel troost halen uit het profiel van iemand.

Een lastig dilemma dus. Een dilemma waar niet alleen een Facebook, LinkedIn en Twitter over na moeten denken, maar waar wij zelf als gebruiker ook bij stil moeten staan. Het offline leven heeft zich grotendeels verplaatst naar een online leven. Waarom alles wel tot in de puntjes bij de notaris regelen, maar niet nadenken over hoe je online alles achterlaat als je er straks niet meer bent? Er ligt hier dus nog een belangrijke taak voor zowel de bedrijven als de gebruiker.

Zorg dat er duidelijke richtlijnen zijn hoe je je profiel kan achterlaten/overdragen (stel desnoods iemand aan die na je overlijden de online-zaken kan regelen) en maak hier zelf ook alvast keuzes in. Stel een digitaal testament op. Het zijn absoluut geen leuke dingen om mee bezig te zijn, maar wel nodig. Al is het alleen om al  je volgers en vrienden niet de schrik van hun leven te bezorgen als ze na je overlijden nog een bericht van Facebook krijgen om je te feliciteren met je verjaardag….

’s Ochtends liken en ’s middags retweeten?
24 Feb 2015 -

Een vraag die veel particulieren en bedrijven bezig houdt: wanneer is het beste tijdstip om iets op social media te plaatsen. Kan je die ene leuke foto uit Griekenland het beste ’s ochtends op Facebook plaatsen voor het grootste bereik? En kan je die ene tweet er wel om 15.00 uur uit sturen? The Payroll Blog maakte een interessante infographic over wanneer je het beste op social media kunt posten (en wanneer je vooral niét iets moet posten).

Van 09.00 tot 15.00 uur Wist je bijvoorbeeld dat Twitter op maandagen en dinsdagen vooral veel gebruikt wordt? Van 09.00 tot 15.00 uur heb je de meeste kans van slagen met je tweets. LinkedIn, vooral een zakelijk social mediakanaal, wordt daarentegen vooral eind van de middag goed en veel bezocht. Tussen 17.00 en 18.00 uur zijn de harde werkers allemaal actief bezig hun profiel aan te passen of updates van hun collega’s of potentiële klanten door te nemen. Vooral op dinsdag en donderdag speuren de netwerkers naar interessante nieuwtjes op LinkedIn.

Piektijden Facebook En dan missen we nog een belangrijke speler: Facebook. Verwacht wordt dat Facebook 24/7 on-going is en geen piektijden kent. Niets is minder waar. Van 13.00 tot 16.00 uur heb je het hoogst aantal ‘clicks’. Op woensdagmiddag 15.00 uur is het booming business op Facebook; dan maak je het meeste kans tot succes.

Geen bereik Naast gunstige tijden om content online te plaatsen zijn er natuurlijk ook tijdstippen waarop je weinig tot geen bereik hebt. In de weekenden wordt je afgeraden om vóór 08.00 en na 20.00 uur iets op Facebook te plaatsen. Je tweets worden na 20.00 uur en op vrijdag zelfs na 15.00 uur niet tot nauwelijks gelezen en LinkedIn verkeert doordeweeks tussen 22.00 en 06.00 uur in rustig vaarwater.

Ook Pinterest, Tumblr en Google+ zijn in de infographic opgenomen. Ik zou zeggen: doe er je voordeel mee!

Goodbye, traditioneel onderwijs
16 Feb 2015 -

Op The Guardian stond een interessant artikel over scholen die het traditionele onderwijs de deur uit hebben gedaan en innovatief bezig zijn. Middels games en het prikkelen van de fantasie van leerlingen proberen zij de studenten klaar te stomen voor de 21e eeuw. Met het oog op Onderwijs 2032, een platform van staatssecretaris Sander Dekker waarin hij leerlingen, leraren, ouders en scholen oproept mee te praten over het onderwijs van de toekomst, wilden wij jullie dit artikel niet onthouden:

Klaar voor de 21e eeuw De Quest to Learn school in New York is in 2009 opgericht met als doel ervoor te zorgen dat scholen voor de 21e eeuw klaargestoomd worden. Een tijdperk waarin de vooruitgang in de technologie niet meer tegen te houden is en we steeds meer te maken hebben met een mondiale samenleving.

Storytelling Bij the Quest to Learn-lessen hebben we het niet over spellen als Mario of Twister. Bij deze games ontwikkeld zich het inlevingsvermogen van kinderen. Zo vinden er 'storytelling'-activiteiten plaats als een manier om literaire structuren uit te leggen maar wordt er ook gebruik gemaakt van een 'microdokter' die een reis maakt door het lichaam van zijn patiënt om op die manier het vak biologie te geven.

Games voor alle leeftijden Mededirecteur van de school, Arana Shapiro, zegt dat de beste games in meerdere klaslokalen en op meerdere niveaus gebruikt kunnen worden. Docenten presenteren aan het begin van en nieuw schooljaar het curriculum en ontwerpen vervolgens lessen en activiteiten die studenten de kennis en instrumenten geven voor uitdagingen.

Oplossingen ontwerpen Shapiro legt uit dat de speellessen gedurende het jaar aangepast moeten worden aan de leerlingen. Hoe ouder de leerlingen worden, hoe minder gevoelig ze zijn voor fantasierijke en creatieve activiteiten. Hun nieuwsgierigheid naar fantasierijke activiteiten maakt dan plaats voor uitdagingen om oplossingen voor echte problemen te ontwerpen, zoals een oplossing tegen pesten.

'Een school is zo goed als de docenten die er werken'

Een school is zo goed als de docenten die er werken, zegt Shapiro. De vitale rol die zij in het onderwijs spelen wordt vaak vergeten, is Shapiro van mening. Ze voegt eraan toe: ,,Er wordt altijd nadruk gelegd op de productie van leraren. Wij willen docenten juist helpen om betere ontwerpers te worden. Zodat wij materialen ontwikkelen die kinderen interessant vinden en hen voorbereiden op de 21e eeuw.’’

Lees meer over scholen die het traditionele onderwijs de deur uit hebben gedaan op The Guardian.

Heel Holland zakt dankzij verplichte rekentoets?
4 Feb 2015 -

Op meerdere vlakken was januari een spraakmakende maand. Niet alleen was de NOT (Nationale Onderwijstentoonstelling) weer neergestreken in Utrecht, maar ook kwam het nieuws naar buiten dat de overheid verplicht een rekentoets wilde invoeren om zo het niveau van rekenen omhoog te krijgen. Wat deze twee zaken met elkaar te maken hebben? Alles!

NOT Op de NOT zag ik weer wat een mooie leermethodes er gemaakt worden. Bij meerdere uitgeverijen komt in hun leermethodes het vrij leren duidelijk naar voren. De methodes van nu en de toekomst zijn toegankelijk en leuk. Dankzij deze interactieve en mooie methodes is het achterhaald om nog meer te toetsen dan nu.

Digitale rekenmethodes Meerdere uitgeverijen zijn momenteel bezig om nieuwe digitale rekenmethodes te maken. Die rekenmethodes worden op een game-achtige manier gemaakt. Dit maakt leren voor leerlingen toegankelijker en vrijer. En dit maakt zo’n rekentoets - überhaupt toetsen - overbodig. Mijn toekomstvisie is dat er weinig wordt getoetst. Er zal meer sprake zijn van vrij leren.

Krijtbord in de klas Ik vind het onzin om nu een rekentoets in te voeren. Dat is niet meer van deze tijd. En zij die dit  hebben bedacht denken waarschijnlijk nog steeds in de tijd van alleen een krijtbord in de klas. Er zijn zulke mooie tools tegenwoordig. Waarom moeten we het de kinderen nog moeilijker maken? We gaan naar een tijdperk waarin onderwijs veel vrijer wordt. Onderwijs wordt meer en meer op maat gemaakt. Als een leerling aan het eind van de dag uitlogt, kan de leraar precies zien hoe de leerling het gedaan heeft. Dan ben je eigenlijk al aan het toetsen. Stel: een leerling maakt veel fouten op een bepaald onderdeel. De volgende dag kan de leraar een opdracht op maat voor die leerling klaarzetten. Dat is op zichzelf al een toets. Leerlingen zijn dagelijks aan het toetsen.

Onderwijs is leuk De basis is er dus al. Er wordt al aardig wat getoetst. Onderwijs moet vooral leuker worden. Meer speelsachtig. Dat het leuk is om te doen. Op de NOT zag ik een onderwijsmethode waarin leerlingen met een 3D-bril een winkel binnen stappen en daar prijskaartjes zien hangen en bijna in een real-life omgeving wiskundesommen moeten maken. Die kant moet het meer opgaan.

Angst voor een vak Toetsen en examens lieten mij vroeger ook schrikken. Leerlingen die een toets slecht maken, om welke reden dan ook, hebben een lange periode nodig om dat in te halen. Zo schrikken ze van dat vak. Onderwijs wordt niet leuker door toetsen. Onderwijs wordt leuker door verrijking van speelsgewijs leren. Ik vind dat de overheid jarenlang niet genoeg heeft bijgedragen aan onderwijs. Het is alleen maar moeilijker gemaakt door in subsidies te snijden. Zo ook binnenkort de studiefinanciering.

De overheid moet een bijdrage leveren aan onderwijs door leerlingen te helpen in plaats van alleen maar in subsidies te snijden en onmogelijke doelen te stellen.

Werving en selectie in 2015
21 Jan 2015 -

De eerste maand van het nieuwe jaar zit er bijna op. Tijd om even stil te staan bij het nieuwe jaar dat begonnen is. Wat kunnen we verwachten van het komende jaar? Wat zien we als B1 om ons heen gebeuren? Waar willen wij ons als bureau in onderscheiden of waar moeten we alert op zijn? En wellicht het meest belangrijke: hoe kunnen we onze opdrachtgevers nog beter bijstaan?

Authenticiteit Iets waar we ons op moeten voorbereiden is het tekort aan gekwalificeerde professionals. Voor werving- en selectiebureaus wordt het nog belangrijker om in een niche te opereren. Waar de laatste jaren de trend is ontstaan van kleine specialistische bureaus, zal dit in 2015 nog verder doorgezet worden. Kleine specialisten zullen steeds meer markt afsnoepen van de grote generalistische bureaus.

Als sollicitant maar ook als bureau wordt authenticiteit om die reden ook de kreet van dit jaar. Als bedrijf moet je passie hebben voor je product. Je moet de juiste mensen aannemen die deze passie delen. Om je te onderscheiden in deze kritische markt kom je er niet meer met alleen een goed product. Zorg dat je de professionals in huis hebt die deze boodschap kunnen en willen uitdragen.

Meer freelancers Onlangs schreef Ineke Bomhof een blog over het ‘oude, nieuwe werken’. De jongere generatie heeft meer behoefte aan flexibiliteit. Er zullen steeds meer freelancers actief worden op de arbeidsmarkt. Deze generatie is niet meer op zoek naar een vast contract maar vindt het veel belangrijker om  controle te houden over hun eigen tijdsindeling en onafhankelijkheid. Om deze gemotiveerde mensen als bedrijf aan je te binden moet je ze vertrouwen geven. Ook dit is wat Ineke Bomhof sterk naar voren bracht in haar artikel over het ‘nieuwe werken’.

The way to go Het blijkt dat wanneer je mensen vertrouwen geeft zij beter zullen functioneren. Een grote flexibele schil voor organisaties is 'the way to go’. Zowel voor werknemers als werkgevers zal het een omslag betekenen om niet meer het vaste contract als ultiem doel te hebben maar juist open te staan voor flexibiliteit en project-gerichte inhuur van werknemers.

Jobhoppers / veranderende cv’s Vanuit ons kantoor in Vlaanderen leren wij veel over de werving en selectiecultuur bij onze zuiderburen. Daar wordt een cv waar meerdere banen op staan van drie jaar of korter al afgeserveerd met de opmerking 'jobhopper, niet interessant'.

Cv's gaan veranderen (kortere banen en meer projectmatig ingedeeld) en onze visie daarop moet zich ook aanpassen. Wanneer je als bedrijf toch mensen aan je wilt binden moet je nog beter nadenken wat je te bieden hebt. Hoeveel flexibiliteit heb je te bieden, waar ligt jouw unieke aanbod als werkgever en hoe zorg je ervoor dat je toch een vaste kern aan je weet te binden. Kortom: zorg dat je een vernieuwende blik werpt op jouw Unique Selling Points als werkgever.

Werken in Nederland, studeren aan Harvard
16 Jan 2015 -

‘Maak ruim baan voor topsector online onderwijs’ kopte het Financieel Dagblad. De krant publiceerde een interessant artikel over onderwijsinstellingen die online cursussen en opleidingen aanbieden. Voor $ 6700 doe je als student al een master computerscience aan Georgia Tech. Fantastisch!

Massive Open Online Courses Dat steeds meer onderwijsinstellingen gebruik maken van de mogelijkheden die digitalisering biedt, is niet nieuw. Massive Open Online Courses (MOOCs) zijn enorm populair en aan de TU Delft hebben bijna 300.000 studenten deelgenomen aan de Delft-X online courses Solar Energyen Watermanagement. Volgens het Financieel Dagblad is Leiden sinds haar MOOC over Terrorism and Counterterrorism wereldwijd vermaard om haar expertise op dit gebied.

Eerste Nederlandse MOOC Uit een artikel van Frankwatching over dit onderwerp blijkt dat de Universiteit van Amsterdam in  2013 startte met Introduction to Communication Science, de eerste Nederlandse MOOC. Van de 5400 inschrijvers namen er 3400 actief deel aan de cursus. Na acht weken deden er 717 examen. Dit betekende een slagingspercentage van (afhankelijk van wat je als uitgangspunt neemt) 13 tot 20 procent.

Online onderwijs Wat een mooie succesverhalen. Maar; het kan altijd beter. En ik sluit me aan bij de conclusies van de auteurs van het FD dat Nederland ruim baan moet maken voor online onderwijs en wetenschap. De wetgeving voor het hoger onderwijs is momenteel star en achterhaald. Het is vaak lastig om internationalisering door te voeren in het Nederlands onderwijs.

Internationalisering Daarnaast moet Nederland, met beroemde universiteiten die hoog scoren in de wereldranglijsten, zich goed voorbereiden op deze internationalisering. Onderwijsprogramma’s moeten meer en meer gericht zijn op online en digitalisering. Studenten moeten flexibeler het onderwijs kunnen volgen, om zo op hun moment de kennis tot zich te nemen. Vaak zitten jongeren boordevol ideeën, alleen zetten ze die in de ijskast omdat ze nog studeren en geen tijd hebben om te werken of ondernemen. Hoe mooi is het dat studenten hun talenten optimaal kunnen ontwikkelen en tevens goed onderwijs kunnen volgen?

Ik ben benieuwd hoe over tien jaar het Nederlandse onderwijslandschap eruit ziet. Laten we in ieder geval hopen dat de kwaliteit en de inhoud van het onderwijs niet achteruit gaat met deze digitalisering…

Het oude, nieuwe werken in een nieuw jasje gestoken
10 Dec 2014 -

Een discussiepunt waar ik graag en bevlogen over kan praten is het ‘nieuwe werken’. Laat ik beginnen te zeggen dat dit begrip onderhand alweer gedateerd is en we het beter over het oude, nieuwe werken kunnen hebben. In 1986, toen Tekst 2000 net was opgericht, was ik enorm trots dat ik het nieuwe werken-principe hanteerde binnen mijn bedrijf. Sterker nog: dit maakte Tekst 2000 destijds uniek en vooruitstrevend.

Ik was er toentertijd heilig van overtuigd dat veel mensen wel wilden werken, maar de mogelijkheid er om verschillende reden niet toe hadden. Een veelvoorkomende oorzaak hiervan was het hebben van kinderen. Ik zag gemotiveerde, intelligente, jonge vrouwen thuis zitten wiens talenten onbenut bleven. Waarom niet het werk naar de werknemers brengen, in plaats van hen naar het werk te laten komen?

Vanzelfsprekend hield ik er rekening mee dat dit ‘nieuwe werken’ alleen succes kon hebben als ik mijn medewerkers kon vertrouwen. Daar kwam het toen, en nu nog steeds, op aan: vertrouwen, vertrouwen, vertrouwen. Maar dat is in die bijna alweer dertig jaar altijd goed gegaan. Ik zag dat de medewerkers een hoge productiviteit hadden vanuit huis en een betere betrokkenheid bij het bedrijf hadden door de flexibiliteit. Projectmanagers stuurden en sturen nog steeds vanuit huis hun projecten succesvol aan.

Nu, zoveel jaar later, ben ik nog steeds enorm trots op de medewerkers die bevlogen en enthousiast thuis werken en onderling via Skype contact hebben. Maar ik zie ook een kanteling in dit oude, nieuwe werken. Ik merk dat werknemers het ook plezierig vinden af en toe op kantoor te werken. Samen naar een project te kijken, even lunchwandelen om te praten over hoe je iets het beste kan oppakken of domweg bij te praten bij het koffiezetapparaat. Hoe vaak hoor je niet mensen zeggen dat ze blij zijn eindelijk ‘het gezicht’ bij een Skypenaam of een e-mailadres te zien.

Er zijn zelfs mensen binnen Tekst 2000 die onderling afspreken om eens in de week op kantoor in Utrecht te werken. Dat ze daarvoor twee uur moeten reizen nemen ze op de koop toe, want ze vinden het zinvol en ook gezellig om bij elkaar te zitten en elkaar vragen te kunnen stellen als iets onduidelijk is. Deze ontwikkeling juich ik alleen maar toe. Als bedrijf moet je de juiste balans zien te vinden tussen enerzijds het teamgevoel en samenwerken en anderzijds de flexibiliteit om thuis te kunnen werken en je eigen uren te kunnen indelen.

Kortom: out with the old, in with the new. Het oude, nieuwe werken maakt binnen Tekst2000 B.V. plaats voor het flexibele werken. Soms op kantoor en soms thuis. Net hoe het de medewerker uitkomt.

De pen is dood
26 Nov 2014 -

Wat? Huh? De pen is dood? Stop de persen! Wat is er aan de  hand? Dat was mijn eerste reactie toen ik deze ochtend in het Algemeen Dagblad las dat leerlingen in Finland niet meer met een pen hoeven te leren schrijven. Waarom zou je? Alles gaat tenslotte digitaal tegenwoordig. En tóch, vraag me niet waarom, bekroop me een onaangenaam gevoel toen ik het bericht las. Meteen schoot er een beeld door mij heen van mensen die over honderd jaar als oerbewoners met een pen onhandig wat op papier proberen te zetten.

Oké, het verhaal: Finse kinderen hoeven niet meer te leren schrijven met een pen. Want wanneer schrijf je nog echt iets met een pen? Boodschappenlijstjes worden digitaal ingevuld, Sinterklaasgedichten worden uitgeprint en zelfs aantekeningen tijdens vergaderingen worden op de tablet bijgehouden. Finse kids krijgt voortaan typeles.

In Finland denken de onderwijsdeskundigen dat de fijne motoriek van kinderen ook ontwikkeld kan worden door extra tekenlessen en meer lessen handvaardigheid. In Nederland wordt door de scholen de afschaffing van de pen nog niet opgepakt maar de Onderwijsinspectie laat scholen wel vrij in het aanleren van de schrijfvaardigheden. Op sommige Steve Jobsscholen leren kinderen alleen nog blokletters schrijven. Het tijdperk van de mooie, sierlijke letters is voorbij.

Tuurlijk, er zijn nog romantici die het beeld van de handgeschreven brieven en het geklooi met inkt niet kwijt willen. Zo stelt schrijfpedagoge Greetje Arends in het AD dat schrijven heel belangrijk is voor de hersenen en met name voor het deel dat de emotionaliteit bevordert. Maar dat kinderen die met een toetsenbord leerden schrijven slechter lezen, is bijvoorbeeld niet bewezen.

Het Platform Handschriftontwikkeling ziet ook dat het maken van aantekening op papier steeds minder plaatsvindt op scholen. Daarnaast geeft het platform aan dat er altijd al weinig aandacht voor het vak ‘schrijven’ is geweest. Dit zou te maken hebben met de beperkte kennis en kunde van individuele leerkrachten. ,,De afgelopen jaren kunnen we spreken van een duidelijke achteruitgang van schrift bij kinderen. Dit werkt door bij pubers die veelal losse, vaak hoofdletterachtige vormen produceren wat de leesbaarheid niet ten goede komt. Het zijn vooral meisjes die aan het eind van de basisschool het verbonden schrift loslaten, groter, en rechtop gaan schrijven. Het handschrift van jeugdigen kan men ‘kinderlijk’ noemen, omdat daaruit blijkt hoe weinig routine deze jonge mensen hebben verworven,’’ aldus het platform.

En nu? Zullen de tablets en laptops dusdanig ontwikkeld worden dat het schrijven op het scherm steeds toegankelijker wordt? Of hoeven we helemaal niet meer zelf te kunnen schrijven, maar is het bedienen van een toetsenbord afdoende? Laten wij de leerlingen van nu in ieder geval niet vermoeien met vaardigheden die zij in de toekomst niet meer nodig hebben en hen beter klaarstomen voor de toekomst. Kortom: laat hen feilloos overweg kunnen met de digitale apparaten van deze tijd en vooruit, ook een paar uurtjes in de week extra teken- en schilderlessen volgen om zo toch de fijne motoriek bij te houden. Maar met een vulpen streng tussen drie lijntjes je dictee schrijven lijkt nu eenmaal voorbij te zijn. De pen is dood. Of in ieder geval stervende.

Bill Gates voorspelt: iedereen krijgt een ultieme assistent
19 Nov 2014 -

De oprichter van Microsoft, Bill Gates, schoof afgelopen weekend aan bij het programma College Tour van Twan Huys. Eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik toch wel warm loop voor dit soort ‘grote namen’ en eerder in de verleiding kom via uitzending gemist het interview terug te kijken dan wanneer een minder prestigieuze gast op de bank zit.

Kortom: vol verwachting klapte ik mijn laptop open en keek hoe Huys een geregisseerd gesprek had met de Amerikaanse ondernemer wiens vermogen geschat wordt op 76 miljard dollar. Vanzelfsprekend kwamen de voorspelbare vragen als ‘klopt het dat uw medewerkers geen producten van Apple mogen gebruiken’ en ‘gaat u ooit nog voor een tweede termijn bij Microsoft’ voorbij. Er werd wat gebabbeld over zijn filantropie en echt kritische vragen bleven uit. Begrijpelijk, want waarschijnlijk worden de vragen tot in de puntjes besproken met het team rondom Bill Gates en wordt er geen ruimte geboden voor kritische vragen.

Toch was er één moment tijdens het interview dat ik even opveerde. Een student uit de zaal vroeg Gates wat zijn toekomstvisie was op het gebied van digitalisering. Vijfentwintig jaar geleden voorspelde de ondernemer en filantroop dat in deze tijd in ieder huis een computer zou staan. Zijn voorspelling voor de toekomst? Dat de digitalisering ervoor zorgt dat computers kunnen zien, horen, je handschrift kunnen herkennen en er overal schermen zijn/hangen. ,,Iedereen zal een soort ultieme assistent hebben. Of het nou je horloge is of de schermen die je ziet. Het zal zijn alsof je meerdere assistenten hebt die alles voor je plannen,’’ aldus Gates.

Kortom: als ik thuis op de bank zit, met allemaal gezellige schermen om mij heen, word ik vanaf verschillende apparaten toegeroepen dat ik de volgende ochtend om half negen een afspraak heb, niet moet vergeten de vaatwasser uit te ruimen en dat ik nog een e-mail moet sturen naar mijn baas? Wat een luxe!

Ja, ik weet dat bij alle vernieuwingen protest komt en discussies losbarsten. En dat vernieuwing gepaard gaat met zorgen en soms zelfs angst. Terwijl dat achteraf vaak ongegrond blijkt te zijn. Enerzijds ben ik ook ‘bang’ dat die zogenaamde ‘assistenten’ van Gates ons afhankelijker maken van apparaten en minder in staat stellen dingen zelf te regelen en te doen. Je hoeft zelf minder na te denken over alledaagse handelingen wat je naar mijn mening afstompt.

Maar in feite zijn we anno 2014 natuurlijk al compleet afhankelijk van alle apparatuur. Agenda’s worden bijgehouden op de telefoon of computer, we krijgen een kwartier voor een afspraak een melding dat we toch echt langzaamaan moeten afsluiten en naar de afspraak toe moeten en ons sociale leven speelt zich af op What’sApp en via Facetime. De tijdswinst dankzij deze assistenten stelt ons in staat je bezig te houden met andere - belangrijkere - zaken. Hierdoor kan een samenleving zich blijven ontwikkelen en nieuwe dingen ontdekken. Tevens gaat de leefkwaliteit omhoog zodra je tijd over houdt dankzij de Gates-assistenten.

Dat de digitalisering zich blijft ontwikkelen zorgt voor ontelbare mogelijkheden. En ik juich dat alleen maar toe.

‘Minderbegaafden gevaar op web’
10 Nov 2014 -
De kop van de
NOS loog er afgelopen weekend niet om: ‘minderbegaafden gevaar op web’. Jongeren met een lichte verstandelijke beperking zouden vaker slachtoffer én dader zijn van seksueel misbruik via sociale media en cyberpesten dan andere jongeren. Inmiddels zou zelfs bijna 80 procent van de huidige problemen met licht verstandelijk beperkte jongeren verband houden met hun gebruik van sociale media. Begeleiders en hulpverleners van woonprojecten, scholen, GGZ en politie maken zich zorgen en trekken aan de bel. Kennisnet, adviseur op het gebied van onderwijs en ICT, kwam met een rapport naar buiten waaruit bleek dat deze zogezegde lvb-jongeren slecht weten om te gaan met smartphones en het gebruik van social media. Leerkrachten in het speciaal onderwijs, begeleiders en hulpverleners pleiten voor speciaal lesmateriaal voor deze doelgroep. Jongeren krijgen namelijk wel een smartphone van hun ouders, maar weten niet hoe ze er mee om moeten gaan. De ouders van deze kinderen hebben vaak zelf ook een beperking. De gevaren op het internet onder lvb-jongeren variëren volgens het rapport van het vertonen van seksueel grensoverschrijdend gedrag tot het pesten van andere jongeren en elkaar aanzetten tot handelen in drugs. Deze jongeren reageren vaak heel impulsief en doen snel mee met een groep. Door de problematiek van lvb-jongeren lopen situaties sneller uit de hand en komen zij eerder in moeilijkheden. Volgens onder andere zorginstelling Amerpoort en Orion, een Amsterdamse aanbieder van speciaal onderwijs, ligt de oplossing in het aanbieden van speciaal lesmateriaal over dit thema. Op die manier hebben niet alleen de hulpverleners en docenten maar ook de jongeren zelf handvatten om verstandiger en bewuster gebruik te maken van het internet. Want het internet is nu eenmaal een gevaarlijke wereld. Mensen kunnen onder valse voorwendselen contact met je zoeken, een illegale website is zo aangemaakt en zelfs politieke kwesties worden via het internet uitgespeeld (denk aan de videoboodschappen die IS om de zoveel tijd de wereld instuurt om president Barack Obama angst aan te jagen). Zelfs afgestudeerde, werkende volwassenen trappen wel is in de valkuilen van het internet. Laat staan jongeren die iets meer moeite hebben om situaties in perspectief te plaatsen. Het verbieden van internetgebruik onder lvb-jongeren is geen optie. Ook zij zullen in de toekomst meer en meer afhankelijk worden van het internet en dit wellicht voor hun werk ook moeten gebruiken. Dus in plaats van verbieden is het ‘kwaad’ bestrijden een veel betere aanpak. Als Orion in samenwerking met Amerpoort speciaal lesmateriaal weet te ontwikkelen om de minderbegaafden wegwijs en bewust te maken in ‘cyberspace’, dan is dat alleen maar van toegevoegde waarde op de al bestaande lesmaterialen. En Tekst 2000 BV zal te zijner tijd met groot enthousiasme en plezier helpen bij de invoer en uitwerking van dit lesmateriaal!
Now the monkey comes out of the sleeve!
5 Nov 2014 -
Je hoort en ziet het steeds vaker; tweetalig onderwijs. Scholen en overheden willen leerlingen voorbereiden op een steeds internationaler wordende samenleving waarvoor taalkennis onmisbaar is. Voor mij persoonlijk heeft het tweetalig onderwijs een dubbele lading aangezien ik vier ‘tweetalige’ kinderen heb. Dat in combinatie met onderdelen van mijn werk die met content en educatie te maken hebben, maakt het dat ik de ontwikkelingen op dit vlak met grote interesse volg. Meer dan honderd scholen bieden in Nederland al tweetalig onderwijs aan. Leerlingen krijgen op die scholen niet alleen les in de Engelse taal, maar ook andere vakken zoals wiskunde, geschiedenis en aardrijkskunde kunnen maximaal de helft van de tijd in het Engels gegeven worden. Staatssecretaris Dekker heeft aangegeven het van essentieel belang te vinden dat leerlingen voorbereid worden op de toekomst. ,,Nederlandse kinderen zullen hun brood later verdienen in een wereld waarin het meer dan ooit van belang is dat ze naast Nederlands ook goed Engels spreken. Juist als ze jong zijn pikken ze taal met speels gemak op. Jong geleerd is in dit geval daadwerkelijk oud gedaan. Bovendien maakt het vroeg aanbieden van een vreemde taal het onderwijs uitdagender voor talentvolle leerlingen met een talenknobbel.’’ Daar ben ik het helemaal mee eens. Alleen wil ik daar vanuit mijn vakgebied en vanuit mijn ervaring als betrokken ouder van tweetalige kinderen toch een kanttekening bij plaatsen. Het niveau van de content die de leerlingen aangeboden krijgen is niet vaak van optimale kwaliteit. Tevens schort het nog te vaak aan voldoende kennis over een taal bij de onderwijzers zelf. Regelmatig blader ik door lesboeken van mijn kinderen en zie dat niet een ‘native speaker’ bij de content betrokken is geweest. Een typisch gevalletje van ‘now the monkey comes out of the sleeve’. Wij van Tekst2000/B1 kunnen daar handig op inspelen met onze native-speaking redacteuren die veel met educatieve content hebben gewerkt en van soms kromme zinconstructies weer iets heel moois kunnen maken. Nogmaals: de voordelen van tweetalig onderwijs zijn eindeloos en Nederland pakt dit al goed op. Alleen schort het nog te vaak aan het niveau. Daar valt nog een enorme slag te slaan. Want hoe beter de content en het onderwijs, des te beter de jeugd later op de internationale arbeidsmarkt functioneert.
Hoe vaak en hoe veel gebruiken wij internet?
27 Okt 2014 -
Dat we bijna compleet afhankelijk zijn geworden van het internet is niets nieuws. Laten we blij zijn dat we de kennis in huis hebben om optimaal gebruik te maken van het internet en er steeds meer en meer van te leren. Wat wel nieuw is, is de toename van het gebruik van internet.
Qmee.com bracht in kaart met welke intensiteit wij gebruik maken van het internet (zie bovenstaande afbeelding voor de resultaten van het onderzoek). De cijfers liegen er niet om! Zo worden er wereldwijd in één minuut maar liefst 5 miljoen filmpjes bekeken. Krijgt LinkedIn er iedere minuut 120 nieuwe gebruikers bij en worden er per minuut 2,66 miljoen zoekopdrachten bij Google ingevoerd. Daarnaast worden er iedere minuut 14 liedjes toegevoegd op Spotify, er iedere 60 seconden ruim 138 miljoen e-mails verstuurd en 540 Vinefilmpjes geplaatst. Laten we blij zijn dat het internet dit immense gebruik allemaal aan kan en wij de mogelijkheid hebben optimaal gebruik te maken van diensten als Google en LinkedIn. Want niet alleen privé maar ook zakelijk hebben veel gebruikers er profijt van. Mensen die tijdelijk zonder werk thuis zitten kunnen via LinkedIn een nieuwe baan vinden of hun netwerk inzetten om een leuke klus te vinden. Tevens kunnen bedrijven zich via het internet gratis profileren door accounts aan te maken op Twitter, Facebook en LinkedIn en zo hun zichtbaarheid te vergroten. De cijfers van Qmee.com zijn misschien duizelingwekkend, maar ook fascinerend om te zien wat er allemaal mogelijk is. Wat voor cijfers zullen er in 2020 uit een soortgelijk onderzoek komen? Dan zijn de mogelijkheden waarschijnlijk alleen nog maar groter, net als het aantal gebruikers.
Programmeurs in de dop bij EU Codeweek
17 Okt 2014 -
Vandaag is de laatste dag van de EU Codeweek. Een week waarin door heel Europa gratis workshops en andere evenementen plaatsvinden om kinderen enthousiast te maken voor coderen en programmeren. Zodat ze niet alleen maar gamen, maar ook weten welke techniek daarachter schuilgaat. En misschien ook zelf gaan programmeren. Afgelopen dinsdag waren mijn zoon Klaas en een paar schoolvriendjes uitgenodigd voor de workshop Codebot: Denken als een programmeur, georganiseerd door
IJsfontein. IJsfontein is een bedrijf dat speelse, interactieve media maakt die leren stimuleren. ’s Ochtends werden tien kinderen tussen de 9 en 12 jaar ontvangen op hun kantoor op het Westergasterrein in Amsterdam. Daar kregen ze op laagdrempelige wijze uitleg over hoe een computer werkt. Computers zijn dom. Ze doen niks vanzelf. Je moet ze alles uiteggen. Duh! Aan de hand van een praktische situatie werd dat concreet gemaakt: het oversteken van een drukke straat. Hoe leg je dat uit in natuurlijke (mensen)taal? En hoe leg je dat dan uit in computertaal? Verdeeld over vier teams moesten de kinderen een ‘programma schrijven’ om een robotje de straat over te laten steken. Bij het oversteken kwamen ze obstakels tegen waar ze omheen moesten of die ze uit de weg moesten ruimen. Het schrijven van dat programma gebeurde niet op de computer, maar op een mat met robotjes. En er was een bord met schuifjes waarop de codes werden gezet. Praktisch, concreet en spannend, want het team dat het snelst de overkant bereikte had gewonnen. De kinderen kwamen unaniem enthousiast uit de workshop en ook echt een stukje wijzer. Vooral dat computers dom zijn was een enorme eye opener. Thuis wordt er vrolijk verder geoefend en geprogrammeerd met onder andere Scratch, Spark, Lego Mindstorms, Make Minecraft. Het werkt! Vandaag wordt de Codeweek afgesloten met een 24-uurs Hackathon waarin honderd ambitieuze, jonge designers en developers in teams strijden om de meest vernieuwende app te ontwikkelen die programmeren en coderen makkelijker maken. Het team dat de beste app ontwikkelt wint een trip naar Google Ventures in Londen. Als Klaas en zijn vriendjes nog een paar van deze workshops volgen en vooral ook veel oefenen, zijn zij misschien wel een keer te gast bij Google. Bij deze meld ik me vast aan als hulpouder.
Niemand wordt ziek van 60 uur werken!
15 Okt 2014 -
In de Elsevier stond deze week een interessant artikel over ziekteverzuim op het werk. In de eerste helft van dit jaar kostte werknemers die ziek worden door stress de samenleving 800 miljoen euro. Het aantal mensen dat door stress op de werkvloer uitvalt is sinds 2009 verdrievoudigd en intussen goed voor 7 procent van alle verzuim. Tuurlijk: in sommige gevallen is stress onontkoombaar. Maar ik geloof er heilig in dat hard werken en veel uren op de werkvloer maken niet dé aanleiding is voor stress. Sterker nog: ik denk dat niemand ziek hoeft te worden van een 60-urige werkweek. Er werden in het artikel verschillende oorzaken genoemd voor stress. Zo werd de crisis aangehaald, bleek de combinatie van zorg voor kinderen of ouders met werk vaak erg zwaar en werd onzekerheid ook als oorzaak genoemd. In dit rijtje zie je al dat werk niet de hoofdoorzaak is. Ik heb binnen mijn bedrijf zelden of nooit meegemaakt dat iemand overspannen raakte of een burn-out kreeg door hard werken. Altijd waren het andere omstandigheden, waarbij het harde werken mee kon spelen. Verder werden in het artikel trainingen en programma’s aangehaald waar bedrijven mee werken om zo hun medewerkers te behoeden voor een burn-out. En in Amerika wordt zelfs al gewerkt met digital detoxing: digitaal ontgiften. Om tot rust te komen zetten Amerikanen hun mobiele apparaten zoals laptop en tablet minimaal 24 uur uit. Prima dat er geïnvesteerd wordt in de medewerkers, aangezien zij van onschatbare waarde zijn voor een bedrijf. Ik probeer er ook alles aan te doen om mijn medewerkers gemotiveerd te houden en ervoor te zorgen dat er een goede sfeer is binnen het team. Maar mijn mening is dat mensen prima 60 uur per week kunnen werken. Mits: ze plezier hebben in hun werk. Het duidelijk voor de medewerker is dat het maar tijdelijk is. De privé-situatie van de medewerker goed en stabiel is. Er genoeg ontspanning is voor en na het werk. En misschien wel het belangrijkste: de medewerker moet gewaardeerd worden in zijn werk. Kortom: erg vervelend dat zoveel mensen met stress thuis zitten. Maar door het harde werken alleen zal het niet komen. 60 uur werken gedurende een aantal weken/maanden....ik heb het vaak gedaan in mijn leven!
Canal View laat zien waar we zijn
7 Okt 2014 -
Wat een leuk gezicht was het toen vorige week de sloepen van Google door de Utrechtse grachten voeren om de werfkelders in beeld te brengen. Tekst2000/B1 heeft, naast het kantoorpand in Houten, ook een kantoor aan de prachtige Nieuwegracht aan de Werf in Utrecht waar het nieuws dus letterlijk op het water ligt. Canal View noemt Google de nieuwe toevoeging aan Google Maps. Eerder huurde Google al een gondel in Venetië en ook de Amsterdamse grachten zijn verkend. En nu dus de beroemde en unieke werfkelders aan de Utrechtse grachten. Er was op de sloep een speciale installatie gebouwd waardoor met diverse camera’s alles in beeld gebracht kon worden. Met het vastleggen van de waterwegen barst weer eventjes de oude discussie los over in hoeverre Google de privacy schendt met de beelden. Je loopt immers met Google Street View en nu ook met Canal View het risico in beeld te komen en zo ongewild vereeuwigd te worden (al is vereeuwigd bij Google een beperkt begrip, het bedrijf maakt om de zoveel jaar nieuwe beelden). De discussie is achterhaald. Google vervaagt alle mensen op de foto’s. Niemand is te herkennen. Google Street View is van onschatbare waarde om situaties ter plaatse te verkennen. Canal View is een nieuw stap naar complete virtual reality. In de Verenigde Staten zijn ook al grote gebouwen gefotografeerd. Met de smartphone loop je door het gebouw of je iedere gang en nis kent. Onbekende metrostations, winkelcentra, alles wordt bekend terrein. Daarnaast is Google View en Canal View een enorme tijdswinst voor veel mensen. Thuis even snel opzoeken waar iets ligt of hoe het eruit ziet zorgt ervoor dat je niet uren hoeft te zoeken en iedere passant de weg hoeft te vragen. Kortom: Google schiet op met de resultaten van Canal View. Ik kan niet wachten om een virtuele rondvaart door het prachtige Utrecht te maken. En bezoekers van Tekst2000/B1 zien voor ze vertrekken precies waar ze moeten zijn. De koffie is níet virtueel.
Beter 8e en gelukkig dan 1e en ongelukkig
2 Okt 2014 -
Altijd vermakelijk: lijstjes van welke landen waar het beste in zijn. Zo wordt ook ieder jaar een inventarisatie gemaakt van de beste onderwijssystemen in de wereld. Zuid-Korea en Finland hebben de meest succesvolle educatiemodellen ter wereld. Maar of ze daar zo blij mee moeten zijn… Dat in Zuid-Korea de prestatiecultuur niet geheel zonder risico’s is, blijkt bijvoorbeeld uit het aantal zelfmoorden per jaar. De sociale druk wordt sommige scholieren - die zeven dagen per week naar school moeten - domweg te groot. Zuid-Korea betaalt dus een hoge prijs voor die eerste plek. Hier tegenover staat wel een groeiende economie. Het goed functionerende onderwijssysteem blijkt wel effectief. Japan volgt Zuid-Korea in de ranglijst en op nummer 3 staat Singapore, gevolgd door Hong Kong. Dat Scandinavische landen het met hun sociale educatiemodellen ook goed doen, zal weinig mensen verbazen. Anders dan het strakke regime in Zuid-Korea kent Finland korte schooldagen met veel buitenschoolse activiteiten. Keerzijde van dit ‘vrije’ onderwijssysteem is onder andere dat kinderen weinig geïnspireerd worden op school en het systeem verouderd is. Tevens is niet iedereen het eens met het voorschoolse educatiesysteem van Finland. Pas met 7 jaar hoeven kinderen in Finland naar school. Nederland staat op nummer 8 in de ranglijst. In de lijst wordt opgemerkt dat Nederland meer zou moeten investeren in het onderwijs. Daarnaast zou er op het gebied van educatie slecht gepland worden en het management op middelbare scholen ook aan verbetering toe zijn. Tuurlijk, er moet en kan altijd vooruitgang geboekt worden. Helemaal in het onderwijs. Goed onderwijs is essentieel voor de economie van een land. Maar als je als kenniseconomie alsnog op nummer acht van de ranglijst staat, doe je het helemaal niet slecht. Vooral niet als je in weer een ander
lijstje ziet dat Nederland op nummer 4 van gelukkigste landen ter wereld staat…
Hulde voor Microsoft die arme studenten tegemoet komt!
24 Sep 2014 -
Wat een mooi nieuws bracht Microsoft deze week op zijn
Office-blog naar buiten. Arme studenten hoeven niet langer maximaal bij te lenen om braaf hun studieopdrachten te maken, maar kunnen vanaf nu gratis een licentie voor Microsoft Office 365 downloaden. Voorheen konden studenten alleen een gratis licentie bemachtigen als hun school daarvoor een aanvraag deed. Een bureaucratische rompslomp wat er vaak op neerkwam dat studenten maar illegaal gingen downloaden of overstapten op een andere licentie. Vanaf heden is een werkend e-mailadres van een geaccepteerde school voldoende en kunnen studenten in no time gratis aan de slag met Office 365. De desbetreffende school moet wel een Office-licentie hebben aangeschaft via Volume Licensing. Heel goed dat de techgigant ervoor zorgt dat studenten - zij die de toekomst hebben - kosteloos gebruik kunnen maken van de meest recente versie van Microsoft Office-programma’s als Excel, Word, PowerPoint, Outlook en Access. Studeren anno 2014 is al een dure investering en goedwerkende software is nu eenmaal een vereiste tijdens de studietijd. Mooi dat Microsoft niet probeert te verdienen aan deze groep en ze juist tegemoet komt door ze gratis gebruik te laten maken van hun diensten. Deze gebruikers zullen dan ook de eersten zijn om later, als ze eenmaal een goedbetaalde baan hebben, wél voor de licentie te betalen. De gratis licentie is vooralsnog alleen beschikbaar in Amerika. Later dit jaar kan Microsoft Office 365 wereldwijd door studenten gratis gedownload worden.
Duitsland vindt macht Google te groot
17 Sep 2014 -
Dat Google niet meer weg te denken is uit ons dagelijks computergebruik, blijkt wel uit de vaak gebruikte opmerking ‘even googelen’. Dat betekent ongeveer hetzelfde als ‘even iets opzoeken op het internet’. En dat is nou net waar de Duitse minister van Justitie, Heiko Maas, iets aan wilt doen. In de Financial Times laat de minister weten de macht van de Amerikaanse gigant te willen onderzoeken en desnoods maatregelen te nemen. ,,We moeten nadenken over maatregelen die voorkomen dat die macht wordt misbruikt,’’ aldus Maas. Een bijzondere uitspraak van een land dat op tal van vlakken zo vooruitstrevend en pünktlich is. Duitsland wist de afgelopen jaren de werkloosheid drastisch terug te dringen, heeft groene energie in eigen land hip gemaakt en lijkt op het voetbalveld onverslaanbaar. Waar is dan die vooruitstrevende houding als het gaat om computers en software? In de EU heeft de zoekmachine Google een marktaandeel van 90 procent en in de VS is dat 68 procent. Dat komt omdat Google algoritmes gebruikt om een rangorde aan te brengen in zoekresultaten. ,,Als zoekresultaten een grote impact hebben op economische ontwikkelingen, is dat een kwestie die we moeten aanpakken,’’ was de reactie van Maas hierop. Waarom investeert Duitsland niet in wetenschappers die Google weten te verslaan? Die nog betere en snellere zoekmachines weten te ontwikkelen dan de Amerikaanse gigant? Waar een vrije marktwerking is staat het ieder land vrij de concurrentie aan te gaan en met nieuwe initiatieven te komen. Als Duitsland dié wetenschappers weet te strikken die ‘het geheim’ van Google weten te ontrafelen of zelfs te verbeteren, is er geen alleenheerschappij meer in de wereld van zoekmachines. Bedrijven als Yahoo en Bing gaan die strijd ook dapper aan, alleen lijken het vooralsnog af te leggen tegen Google. Tip voor minister Maas: ga eens op bezoek bij het Max Planck Institut in Saarbrücken. Op de informatica-afdeling lopen veelbelovende wetenschappers rond die toonaangevend onderzoek doen over dit onderwerp en veel kunnen betekenen in deze zoekmachinestrijd.
Evernote for every moment!
10 Sep 2014 -
Het zijn van die herkenbare momenten: je zoekt een bepaald document of afbeelding maar bent totaal vergeten waar je het hebt opgeslagen. Een lange zoektocht in de mailbox of in verschillende mappen op je laptop volgt. Ondanks technologische ontwikkelingen en geavanceerde apparatuur ligt er vaak nog een probleem bij het ordenen van documenten op de tablets en mobiele telefoons. Lang leve de notitie-app Evernote! Evernote biedt uitkomst voor zelfs de grootste sloddervos. Middels deze app kunnen gebruikers makkelijk bestanden, afbeeldingen en scans bundelen en informatie synchroniseren tussen verschillende apparaten. Deze week maakte Evernote bekend dat ze al een miljoen Nederlandse gebruikers heeft. Het totaal aantal gebruikers in de Benelux ligt op 1,6 miljoen. Een jaar geleden lag het aantal gebruikers nog dertig procent lager. Wereldwijd telt de applicatie meer dan honderd miljoen gebruikers. De notitie-app lijkt dus een welkom hulpmiddel voor veel mensen te zijn. In 2008 werd Evernote al gelanceerd maar sinds oktober 2009 is de app ook in de Nederlandse taal beschikbaar. De applicatie is voor zowel de mobiele telefoon als voor de laptop beschikbaar. Dit digitale notitieboekje biedt gebruikers de mogelijkheid op ieder moment van de dag aantekeningen vast te leggen en weer simpel terug te vinden. Notities synchroniseer je tussen al je apparaten met één druk op de knop. Na deze handeling staat dezelfde informatie (plaatjes, PDF-bestanden en foto's) op elk apparaat. De scanfunctie van Evernote wordt door gebruikers ook erg gewaardeerd. De software herkent zelfs teksten op etiketten of visitekaartjes. Voor de meeste gebruikers van Evernote kwam het nieuws van een miljoen Nederlandse gebruikers waarschijnlijk ook niet als een verrassing. Mensen die niet weten of snappen waarom je niet zonder deze app zou kunnen, zouden de app eigenlijk gewoon moeten downloaden. Het is gratis en scheelt je een tijdrovende zoektocht door je mappen en mailboxen…
NOT-stress? Niet nodig!
3 Sep 2014 -
Over een paar maanden is het zo ver: dan gaat de NOT (de Nationale Onderwijstentoonstelling) weer van start. Hét evenement voor alle professionals uit de educatieve branche. Op deze vakbeurs komen al jarenlang experts uit het PO, VO en MBO samen. Een interessante en leerzame beurs waar het nieuwste uit de markt gepresenteerd wordt. Van nieuwe relevante software, tot ‘groen’ onderwijs en multimediale ontwikkelingen. Kortom: een beurs die je niet wilt missen, maar… waar ook veel stress bij komt kijken. Want in de vijf dagen dat alle professionals elkaar treffen in de Jaarbeurs Utrecht moet alles en iedereen op scherp staan. De maanden voorafgaand aan de vakbeurs zijn educatieve uitgeverijen bezig zich voor te bereiden op de beurs om daar te laten zien hoe up-to-date zij zijn. Ook andere exposanten zijn vernieuwend bezig en proberen dit op de NOT over te brengen op de bezoekers. Op basis van de presentaties maken de scholen tenslotte hun keuzes. De komende maanden zijn de ruim 400 exposanten dus enorm druk om alles op tijd klaar te hebben voor de NOT. En daar kunnen Tekst2000 en B1 Detachering de deelnemers bij helpen en ontlasten. Zij nemen de problemen en zorgen van de exposanten over. Tekst2000 en B1 Detachering kunnen de daadwerkelijke uitvoering van e-learningprojecten overnemen. Van schrijven tot redactie en de uiteindelijke invoer: bij deze twee bedrijven is dat in goede handen. Stress voor de NOT is dus compleet overbodig. Gooi de zorgen en het uitvoerende werk over de schutting en laat Tekst2000 en B1 Detachering ervoor zorgen dat u ontspannen en met een frisse, enthousiaste blik naar de NOT gaat. Dan maakt u tenslotte ook een veel betere en meer blijvende indruk bij de bezoekers. Kijk voor meer informatie over de NOT op
www.not-online.nl Jaarbeurs Utrecht - 27 t/m 31 januari 2015
Vaker tablets gebruiken in de klas
29 Aug 2014 -
Op basisscholen wordt tijdens de les steeds vaker en intensiever gebruik gemaakt van tablets. Kinderen lijken tegenwoordig op jonge leeftijd dan ook bijna behendiger in het gebruik van een tablet dan hun ouders. Toch kan het gebruik van de apparaten in de klas nog wel wat opgeschroefd worden, menen de leerlingen. Onderzoek van No Ties en het NOS Jeugdjournaal heeft uitgewezen dat 78 procent van alle kinderen in Nederland vindt dat er op basisscholen veel vaker tablets tijdens de les gebruikt moeten worden. Momenteel gebruikt 20 procent van de scholen tablets in de klas. Daarnaast heeft 84 procent van de basisschoolleerlingen thuis een tablet en 60 procent bezit een smartphone. Het onderzoek wees ook uit dat bijna alle kinderen in Nederland één of meerdere apparaten thuis hebben om nieuws op te volgen, berichten te sturen en ontvangen of spelletjes op te spelen. De iPod Touch bleek uit het onderzoek ook erg populair: 12 procent van de kinderen heeft er één. Op de basisscholen is de iPad het meest populair. Van alle basisscholen die met tablets werken gebruikt 54 procent de apparaten van Apple. Tablets met Android worden door 39 procent van die scholen ingezet tijdens de lessen. Een ander saillant detail dat uit het onderzoek naar voren kwam is dat stiekem spelletjes spelen er voor de basisschoolleerlingen niet in zit. Het is vaak de juf of meester die apps op de tablet kan zetten. Dat niet iedereen blij is met meer tablets op school, bleek uit de afname van het aantal leerlingen op de Steve Jobsschool in IJsselmuiden. Daar heeft de overgang van boeken naar iPads de school tientallen leerlingen gekost. Volgens de directeur was die afname geen verrassing en had de school dit van tevoren ingecalculeerd. ,,We wisten van tevoren dat er mensen zouden zijn die het niet zouden zien zitten,’’ liet directeur Sander Dorst aan RTV Oost weten.
Liever selfies dan liefdesslotjes
21 Aug 2014 -
Dat gemeentes steeds vaker en actiever gebruikmaken van social media is niet nieuw. Grote gemeentes sommeren hun communicatiemedewerkers vlijtig te twitteren, er zijn Facebookpagina’s waarop foto’s van werkzaamheden van Stadswerken geplaatst worden en een beetje gemeente heeft ook een eigen LinkedIn-account. Maar dat een gemeente nu zelfs inwoners oproept om selfies te maken om zo de stad van een probleem te verhelpen, is nieuw! Wat is het geval? De liefdesbrug in Parijs - u kent hem vast: de Pont des Arts - bezwijkt onder de liefdessloten. Ieder verliefd stel hangt aan de brug een slotje op, wat er na al die jaren voor zorgt dat de gemeente de veiligheid van de gebruikers van de brug niet meer kan garanderen. Dus wat nu? De brug neerhalen? Geen optie! De slotjes dan maar van de brug afhalen? Dat vergeven de verliefde stelletjes die er ooit een slot ophingen het gemeentebestuur nooit! Dus kwamen een paar communicatiegenieën van de gemeente Parijs tot de ideale oplossing: laat alle verliefden een selfie nemen en die op internet zetten. Op de site
www.lovewithoutlocks.paris.fr kunnen de koppels vervolgens deze foto’s plaatsen. Een definitieve oplossing voor het probleem is deze fotoactie overigens niet. Burgemeester Hidalgo heeft haar medewerkers gevraagd om naar een definitieve oplossing voor het probleem te zoeken. Geheel onterecht is dat niet, want in juli dit jaar bezweek al een deel van de leuning van de Pont des Arts. Gekscherend wordt gezegd dat de brug bezwijkt onder de ‘last van de liefde’. In 2008 doken de eerste sloten in Parijs op en ook in andere steden worden veel en vaak liefdessloten aan bruggen gehangen. Parijs is echter de enige stad die maatregelen neemt tegen deze toeristische, verliefde attractie.