Een advertentie van een supermarkt in Amsterdam op Facebook. Een advertentie voor kipnuggets op YouTube.  Ik woon in Utrecht en ik eet geen vlees. Als dit is wat Google en Facebook denken dat bij mij past, moeten de bedrijven nog veel over mij leren.

En dat willen ze ook. Onze persoonlijke informatie is goud waard. De apps mogen dan misschien wel geen geld kosten, betalen doen we: met onze privacy.

Eind augustus werd bekend werd dat Whatsapp zijn privacy-voorwaarden tóch aanpast. Ook al had het bedrijf nog zo beloofd dat niet te doen.

De berichtendipexels-photo-46924enst gaat gegevens uitwisselen met Facebook, de eigenaar van de app. Het gaat om account-informatie, waaronder je telefoonnummer. Facebook is onder meer eigenaar van Instagram, Moves en Oculus.

En met de privacy-aanpassingen komen ook de adverteerders. En voor Whatsapp het geld.

Moeten we ons zorgen maken? Nee, zegt Whatsapp. Integendeel. Het wordt juist beter: advertenties op Facebook worden scherper afgesteld op de gebruiker en de bedrijven die Whatsapp gaan gebruiken, kunnen klanten herinneren aan afspraken en melden dat er een pakketje onderweg is.

Toepassingen waar sommige gebruikers best op zitten te wachten. En wie niet wil, hoeft niet mee te doen. Gebruikers kunnen het delen van gegevens voor marketingdoeleinden uitzetten in de app (Instellingen > account > deel mijn accountinformatie). Maar dit zegt niets over de andere doeleinden.

En dat is een flink nadeel aan het gebruik van deze ‘gratis’ diensten. Je hebt geen goed zicht op die andere doeleinden en ook niet op alle informatie die over jou beschikbaar is. Van hardloop-apps, elektrische auto’s en calorieëntellers tot onlinewinkels en populaire spelletjes als Pokémon Go. Ze bewaren allemaal gegevens.

Deze gegevens zijn versnipperd misschien wel niet zo een groot probleem. Maar als gegevens bij elkaar komen, is het een heel ander verhaal. Denk aan China en het ‘sociaal krediet-systeem’. Iedere burger moet vanaf 2020 een openbaar rapportcijfer krijgen voor onder andere hun gedrag en moraal.  Hoe lager je score, hoe slechtere burger je bent. Met alle gevolgen van dien.

Een ander voorbeeld: de Russische app FindFace maakt het mogelijk je camera op wildvreemden te richten en binnen een paar seconde alles over hen te weten. De app gebruikt gezichtsherkenning en zoekt het bijpassende profiel op VKontakte (een soort Russische Facebook) op.

Geen fijn idee, maar gelukkig erg ver van ons bed. Toch moeten we niet uit het oog verliezen dat bedrijven als Google en Facebook steeds meer databronnen koppelen.

Dit hoeft natuurlijk niet gelijk het einde van de wereld te betekenen. Het internet denkt nog steeds dat ik een kipetende Amsterdammer ben.2

Daarnaast zijn er tal van voorbeelden te noemen waarin het verzamelen van data ons wel helpt. Bijvoorbeeld de druktemeters voor pleinen tijdens Koningsdag. Of iPhone-assistent Siri die mij ’s morgens vertelt hoe lang de reis naar het werk gaat duren. Of de Amerikaanse Diabetes Associates, die hun data door IBM Watson Health laat analyseren om met die informatie patiënten te helpen. Ook de lijst met mooie voorbeelden is eindeloos.

 

Tony Jacobs is freelance journalist en webredacteur. Hij studeerde journalistiek in Utrecht, waar hij woont en werkt. Sinds 2014 werkt hij voor Tekst 2000 / B1 aan allerlei uitdagende projecten. Vanaf 2016 blogt hij ook voor Tekst2000/B1 over digitalisering in het onderwijs, communicatie en apps. Zijn vrije tijd besteedt hij aan hardlopen, mindfulness en het leren van de Japanse taal.

Is jouw website klaar voor de vakantie?

Scherm en schrift gaan hand in hand met blended learning

Tech in de klas: 3 gadgets die je nú moet hebben

Flexibel onderwijs: moet je dan lenig zijn?

Google vindt me, dus ik besta

E-learning: niet alleen in het onderwijs een hit

Verder zonder Facebook – of toch maar niet?

10 apps die je werk nog makkelijker maken

Fan van De Luizenmoeder? Deze series over onderwijs moet je ook kijken

Deze contentmakers uit het onderwijs móét je volgen